Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

Begin dit jaar verscheen het boek ‘Liberaal christendom, geschreven door tien auteurs afkomstig uit de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten en Op Goed Gerucht. Zij maken zich bezorgd over het conservatisme in de kerk en willen graag een meer open en vrijzinnig geluid laten klinken dat meer bij de tijd is. 

Geloven is een praktijk, een manier van in de wereld staan. De nadruk ligt niet op de zogenaamde waarheid van een christelijke wereldbeeld, maar op geloof als levenshouding. Geloven is gehoor geven, zodat onze wereld wordt vernieuwd of veranderd. Dat betekent dat zij zich wel in de christelijke traditie plaatsen, maar daarin interpreterend willen staan. Zij veronderstellen geen instantie als kerk of bijbel die geloof voorschrijft of bepaalt.  

 

Geloofsontwikkeling

In de pre-moderniteit geldt als belangrijk argument: ‘er staat geschreven’.  Als je wilt weten hoe de wereld in elkaar zit, moet je beginnen bij God, want God is het begin en het fundament van alles. God heeft zich geopenbaard en die openbaring vind je in de bijbel. Daaruit kun je een objectieve sociale en morele wereldorde afleiden. 

In de moderniteit geldt: ‘onderzoek heeft aangetoond’. Er is niet een God die zich heeft geopenbaard en die vertelt hoe de wereld in elkaar zit. We moeten niet beginnen bij God, maar bij ons eigen denken. We kunnen met redelijkheid tot inzicht komen. Wij onderzoeken de wereld die er anders uit ziet dan de kerk heeft gedacht.  

In de postmoderniteit zijn we het geloof in God en in een redelijke wereldorde kwijtgeraakt. We leven in een pluriforme en globale samenleving waarin mensen vanuit verschillende achtergronden verschillend naar de wereld kijken, afhankelijk van het verhaal waarin mensen leven.

 

Naastenliefde

Centraal in het christendom staat de incarnatie – God is mens geworden –  en de naastenliefde. Wat boven ons uitgaat is onder ons en tussen ons aanwezig. God geeft zichzelf uit handen en wordt verwerkelijkt door mensen. Naastenliefde is daarbij een centrale notie. Wie een God heeft, laat zich bewegen door de kwetsbaarheid van en medelijden met anderen en laat zichzelf een grens stellen. 

Of God ‘bestaat’ kun je niet zeggen, je kunt van God alleen maar zeggen hoe hij tot ons spreekt. Die stem hoor je niet direct, maar alleen door de mond van anderen. God is geen God van almacht, maar een God die kan zijn, die mogelijkheden aanreikt door ons op te roepen. Zodat wij boven onszelf worden uitgetrokken, boven onze subjectiviteit uitkomen en gericht zijn op anderen.  

Harm Bosscher

(Uit de lezing in Oegstgeest op 8 november 2016 door Rick Benjamins, bijzonder hoogleraar Vrijzinnige Theologie in Groningen)

  

 

 

 

Hoe jouw wereld er uitziet, wordt voor een groot deel bepaald door geloofsvoorstellingen die je zijn overgeleverd door je ouders, school en cultuur. Je kunt geloven dat God de wereld heeft gemaakt, dat mensen een ziel hebben, dat er na of in dit leven eeuwig leven is, dat er een hemel bestaat en dat ons doen en laten is onderworpen aan een oordeel. 

 

Geen waarheidsclaim

Aan geloofsvoorstellingen hangt geen claim dat ze 'waar' zijn.  Geloofsvoorstellingen kun je betwijfelen, je kunt er afstand van nemen, je kunt ze herinterpreteren en je kunt ze verruilen voor andere opvattingen. Geloofsvoorstellingen verliezen hun waarde en hun zeggingskracht of poëtische geldigheid, zodra ze worden behandeld als ware beschrijvingen van de werkelijkheid. Wanneer geloofsvoorstellingen hun beschrijvende kracht hebben verloren, kunnen ze nog wel een diep geloof voeden. Geloof is gehoor geven aan datgene wat door de geloofsvoorstellingen heen klinkt en ons in die voorstellingen oproept, aanspreekt of beweegt.

 

Het woord 'God'

Het christelijk verhaal  helpt ons om op een waardevolle manier in de wereld te staan. Wij gebruiken de geloofsvoorstelling 'God' niet als een beschrijving van een objectief wezen genaamd God. Aan een God die alles kan, alles weet en alles doet, zijn wij voorbij. Vroeger was er geloof in God als een bovennatuurlijk wezen dat het bestuur van deze wereld in handen heeft. Nu noemen we God een dynamische werkelijkheid die op ons inwerkt. Er werkt iets op ons in, waardoor wij ons inzetten voor wat goed, waar en schoon is. Ongeacht de weerstand, de moeiten en de gevolgen die dat heeft.  Wij verstaan die oproep als iets van God, maar van God zelf kunnen wij slechts zeggen, dat hij dit aan ons doet, en meer niet. 

 

Geloof krijgt inhoud

'God' is de aanduiding van dat wat ons roept, aanspreekt, beweegt en verandert.  Met 'God' wordt aangeduid dát wij worden opgeroepen, maar wordt niet beschreven wát ons oproept. Als wij gehoor geven aan die oproep, kan God gestalte krijgen, laten wij hem bestaan. Dan dragen wij bij aan de verwerkelijking van God.  

In bovenstaande opvatting past dat God door Jezus wordt verwerkelijkt. Jezus belichaamt het gebod van de liefde voor God en de naaste. Jezus maakt zichtbaar hoe je je kan verhouden tot dat wat ons oproept en beweegt. Hij is voorbeeld van de menselijke respons op die oproep. Zo is Jezus een belangrijke gestalte waaraan God concreet wordt en geloof inhoud krijgt.                                                                                                     Harm Bosscher

(Uit de lezing 'Over God en geloof in het boek Liberaal christendom' op 24 juni 2016 voor predikanten van 'Op Goed Gerucht' door Rick Benjamins, hoogleraar Vrijzinnige Theologie in Groningen. De volledige tekst van de lezing is