Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

Een stem in het duister

Volgens Caputo is de naam van God niet iemands eigen naam. God is geen wezen, maar een roep, een stem in het duister. God 'existeert' niet, bestaat niet, maar God 'insisteert', dringt aan. Het aandringen betekent dat er iets is dat een onvoorwaardelijk beroep op ons doet. Een oproep tot gerechtigheid, gastvrijheid, barmhartigheid en vergeving, om een glas koud water voor de reiziger, zonder aarzelen en altijd zonder waarom.  

Het niet-bestaan van God, betekent niet dat die naam niets betekent. Het is de naam  van een belofte aan de wereld die wij moeten waarmaken.

 

We weten niet wàt ons roept

De religie van de roos wil zich niet zonder meer ontdoen van God, maar op zo'n manier dat er nog steeds iets gaande is:  het woord waarmee we iets aanduiden dat  ons bestaan onrustig maakt. We ervaren dàt we geroepen worden, maar we weten niet wàt ons roept. Natuurlijk komt dan de vraag op, of we het in deze roep wel met God van doen hebben, of veeleer met ons innerlijk, of met een kosmische geest of met ons geweten, of nog met iets anders. Hoe zou ik dat moeten weten, zegt Caputo.            

 

Waarom steeds over God?

God zal nooit weggaan, zegt Caputo, omdat God nu eenmaal deel uitmaakt van de wereld die ik geërfd heb. Mijn hele leven al hoor ik die stemmen in mijn oor fluisteren, vanaf mijn vroegste kindertijd. Ik kan daar niets aan doen. God is de naam van een gebeurtenis die mij en de wereld  heeft overvallen. Dat geldt voor velen van 'ons', voor diegenen die deel uitmaken van de cultuur rond een van de grote monotheïstische godsdiensten. 

 

Biedt religie enige hoop? 

Caputo zegt: Ik ben nog niet zover dat ik het woord religie kan loslaten. Ik probeer een diepere religieuze levenshouding te vinden. Ik waardeer de enorme positieve krachten van de 'gerechtigheid en vredegelovigen', zonder een lange geschiedenis van geweld. Helden die altijd klaar staan voor de behoeftigen van deze aarde. Ik mag dan kritiek hebben op religie, maar ik vergeet nooit die kant van het verhaal, die het levende hart ervan is. Het koninkrijk van God ligt niet in de toekomst, het is hier.

 

Durf te denken, durf te hopen

Caputo spoort ons aan om zelf te denken, maar nog belangrijker vindt hij het dat we blijven hopen. Durven te hopen, hopen op de glimlach op het gezicht van de wereld en die glimlach beantwoorden. Tegen de duisternis in van persoonlijke, sociale, wereldlijke of kosmische dood. Hoop is het aanroepen van iets wat we niet aan kunnen zien komen, het ja-zeggen tegen een toekomst zonder garanties. Hoop op de belofte van de wereld, op een roos die  bloeit omdat ze bloeit, zonder waarom.  

Harm Bosscher

(uit: 'Hopeloos hoopvol', 'Belijdenissen van een 

 

Het pure geschenk

We zijn het er over het algemeen over eens dat wij, als wij iets geven, geen verborgen agenda dienen te hebben. Een geschenk dient 'puur' te zijn, vrij van elke verwachting iets terug te krijgen. Dat betekent dat het 'pure' geschenk een voorbeeld is van de glorie van de roos, van het leven 'zonder waarom'. Daarom staat in het Matteüs-evangelie dat geschenken in alle stilte gegeven dienen te worden, 'opdat uw aalmoes in het verborgene zij'. Maar wordt deze uitspraak niet teniet gedaan als daarna gezegd wordt dat onze goede daden later in de hemel een grotere beloning zullen opleveren? Een geschenk is alleen een geschenk als het onvoorwaardelijk is, zonder waarom. 

 

Werken van barmhartigheid

Goede werken zijn voorbeelden van het pure geschenk, werken van barmhartigheid die bloeien als de roos, zonder om te kijken of iemand wel ziet dat ze er zijn, zonder waarom. Het verhaal in Matteüs 25 over eten geven wie hongerig is, kleren geven wie naakt is, bezoeken wie gevangen is, is een prachtige illustratie van de realisering van de puurheid van het geschenk. In het  dienen van de armen en de hongerigen  gebeurt God. De naam van God is niet de naam van een rechter die beloont of straft op basis van de goede werken. Gods naam is de werken zelf. 

 

Onvoorwaardelijke gastvrijheid 

Voorwaardelijke gastvrijheid is gastvrijheid op uitnodiging, we verwelkomen hen die we zelf hebben uitgekozen. Bij onvoorwaardelijke gastvrijheid ligt het initiatief niet meer bij ons, maar is er een naakte confrontatie met de komst van de ander. Caputo zegt dat de spanning die in het begrip gastvrijheid zit, precies aangeeft waar het in het koninkrijk van God om gaat. Het koninkrijk van God is het hart van een religie die gebaseerd is op de mystiek van de roos, juist omdat het vraagt om onvoorwaardelijke gastvrijheid, om het beantwoorden van haat met liefde en het schenken van vergeving.

 

Geen geloofswaarheden

De betekenis van geloof in haar voorwaardelijke vorm speelt zich af op het niveau van geloofswaarheden, de zekerheden die in ons hoofd geplant worden op de plaats waar we toevallig geboren zijn. We moeten het aandurven geloofszekerheden los te laten. Een dieper gelegen onvoorwaardelijk vertrouwen op de toekomst toelatend. De regenboog is een goed beeld van een veelkleurige verscheidenheid aan religies. De Gulden Regel: 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet' is een regel van de praktische ethiek geldend voor alle religies.   

Harm Bosscher

(uit: 'Hopeloos hoopvol. Belijdenissen van een postmoderne pelgrim' door John D. Caputo)

 

 

 

Van het boek 'Hoping Against Hope' van John Caputo, verscheen een vertaling onder de titel 'Hopeloos hoopvol' met ondertitel 'Belijdenissen van een postmoderne pelgrim'. De jeugd van Caputo is doortrokken van een religie  waarin 'durf te denken' verboden was. Caputo wil nu opnieuw doordenken wat we met het woord 'religie' bedoelen. Met een tiental mensen lezen en bespreken we dit boek. In de komende maanden geef ik hiervan in Oke enkele samenvattingen.

Harm Bosscher

 

De glorie van de roos

Bij het denken over religie staan bij Caputo de woorden van de dichter Angelus Silesius centraal:

         De roos kent geen waarom, 

         zij bloeit omdat zij bloeit:

         zij denkt niet om zichzelf; 

         vraagt niet of men haar ziet.

We moeten leren leven als de roos, zonder waarom. We laten de roos ons iets vertellen over het mysterie van ons zijn in de wereld. Er is iets onvoorwaardelijks aan de roos, haar onvoorwaardelijke pracht. Dit onvoorwaardelijke ligt ook verborgen in het buitengewone van de meest gewone, alledaagse dingen in ons leven.

De roos is echter ook afhankelijk van een reeks voorwaarden om te kunnen bestaan. Er zou geen roos zijn als er geen aarde was, geen zon en geen vocht om hem te voeden. Leven als de roos zonder waarom, is niet los van aardse problemen. Het betekent dat de roos niet verkrijgbaar is zonder de doorns en distels van dit aardse leven. Wij leven op de grens van het onvoorwaardelijke en het voorwaardelijke. 

 

Leven en sterfelijkheid

De mystiek van de roos gaat ervan uit dat het leven bloeit omdat het bloeit, zonder waarom. Deze bloei wordt niet ondermijnd door onze sterfelijkheid. Het leven ontleent haar kostbaarheid aan haar vergankelijke schoonheid, aan haar vluchtige moment in de zon. Religie praat te veel over het leven als een periode om daarmee de eeuwigheid te winnen. De werkelijke betekenis van 'eeuwigheid' is poëtisch en niet metafysisch. Leven is leven en dood inéén. Leven zonder waarom heeft niets te maken met tijdloosheid van de eeuwigheid, maar met momenten waarop de tijd even stilstaat. Dit soort momenten belichamen een andere manier van zijn in deze wereld, van een ander leven binnen dit leven. 

 

De glimlach en de roos

De glimlach is de roos van de wereld. De glimlach is een stille bevestiging van het leven, een milde kracht, sterk genoeg om het leven te verdragen en hoop te geven. Glimlachen betekent 'ja' zeggen tegen het leven. Religieus worden is een kwestie van leren glimlachen. Die glimlach geeft ons een reden tot hoop. Dat betekent dat hoop weet hoe je moet lachen door je tranen heen.  Alleen in een niet-menselijke toestand is religie helemaal verdwenen, daar waar niemand meer is om te glimlachen. 

 

 

 

De hemel als verbeelding

De hemel is een prachtig voorbeeld van 'verbeelding'. De hemel is een gecreëerde ruimte van verbeelding, ze is 'verzonnen en daardoor bestaat ze'. De beeldende mens schept zelf een zinswereld, daarna geeft die wereld de mens wat terug: ze geeft houvast. De hemel geeft taal aan grenservaringen, De hemel is niet elders, maar een gebeurtenis in het hier en nu, in jezelf. 

 

De naam van God en ethiek

Ten Kate gelooft niet in een God die 'bestaat', dat is volgens hem niet het wezenlijke van God. Hij verbindt de naam van God met iets in de mens dat transcendentie wordt genoemd. God als vraag aan de mens. Transcendentie breekt in op onze ervaring en ondervraagt ons. Transcendentie  onderbreekt ons leven, breekt het open. Wij ervaren dat we worden aangesproken in ons bestaan: wie ben ik, waar ben ik, wat doe ik? Het is de transcendentie van de vreemdeling, van de vluchteling, maar ook van muziek en erotiek. We worden erdoor geraakt. 

De Amerikaanse filosoof/theoloog  John Caputo zegt dat God niet existeert, niet bestaat, maar dat God ínsisteert, aandringt, oproept. Het accent ligt daarbij niet langer op God, maar op de naaste,  God is in de naaste. De medemens 'overkomt mij'. Of zoals Levinas zegt: 'Vanuit het gelaat van de medemens die mij nodig heeft, gaat een appèl uit op mijn verantwoordelijkheid voor die ander.  

 

De naam van een dierbare

Het treft Ten Kate steeds weer hoe zeer hij zelf in verlegenheid is, hoe ermee om te gaan, nadat zijn jongere zo geliefde broer Chris, enkele jaren geleden plotseling is  overleden. Hij herinnert zich de emotie bij zichzelf en bij anderen toen hij, staande bij het graf van zijn broer, te midden van honderden seculiere vrienden en vriendinnen van hem sprak: 'Meer dan zijn lichaam blijft ons zijn naam. Laten we de naam die wij hier uitspreken, met ons meedragen.' Geen verwijzing naar de ziel of de geest of een hiernamaals, alleen maar: de naam. Mensen werden erdoor geraakt. Ook nu ervaart hij nog steeds dat zijn broer er weer is door zijn naam te noemen. Je draagt die naam met je mee. Door alleen de naam te noemen, zie je hem, hoor je hem. Velen ervaren dat bij het dagelijks noemen van de naam van een geliefde, een dierbare, die is overleden. Door de naam te noemen schep je een wereld met herinneringen, verhalen, en dat betekent onmiddellijk dat je, al is het tijdelijk, in die wereld woont. 

Harm Bosscher

(n.a.v. de lezing op 16 november 2017 door  Laurens ten Kate, hoogleraar Vrijzinnige religiositeit en humanisme. En van interviews met hem in het TV-programma 'De Nieuwe Wereld' van januari 2016 en in het IKON-programma 'Het Vermoeden' van januari 2017, 

 

 

Bouwen aan eigen zin

Vrijzinnigheid is niet in de eerste plaats een keuze voor een bepaalde levensbeschouwing, maar een situatie waaraan iedereen, behoudend of vooruitstrevend, tot op zekere hoogte deel heeft en waartoe men zich moet verhouden. De zin van het leven, van de wereld en de geschiedenis, is niet meer voorgegeven. Die zin wordt ons niet meer aangereikt van buiten de menselijke wereld. De mens breekt langzamerhand met de goden en de mythen, heeft de vrijheid om zichzelf te ontplooien op aarde.  Zin moeten we zelf zoeken, en zelf vormgeven. Wij staan voor de taak zinzoeker te zijn, ons leven zelf in te richten. Iedere dag opnieuw bouwen we aan onze eigen zin, we leven in die zin, geven ons eraan over. 

 

Vrijzinnige conditie

De wijze waarop wij in de eenentwintigste eeuw omgaan met zingeving en levensbeschouwing, wordt wel de vrijzinnige conditie van onze moderne cultuur genoemd. De wortels van de vrijzinnige conditie, van de situatie waarin de mensen de zin van hun leven niet langer ontvangen, maar deze zelf moeten scheppen, gaan ver terug in de geschiedenis. Het veelgodendom van lang geleden, heeft de mens achter zich gelaten. Het is de periode van de opkomst van de monotheïstische religies en daarmee van een nieuwe godsfiguur. Het mens- en wereldbeeld dat dan opkomt presenteert een zelfbewuste mens, die tegelijkertijd kwetsbaar is. Dan klinkt ook de vraag: wat is de wereld, wie ben ik, wat doe ik?  De vraag naar zin, is de vraag van de mens naar zichzelf. Dat velen thans geen eenduidig antwoord meer hebben op de vraag wat de plaats, de betekenis en de bestemming van de mens is, vormt wellicht de grootste uitdaging van onze tijd.

 

De crisis van onze tijd

De crisis van onze tijd wordt o.a.  veroorzaakt door de ideologie van de  neoliberale markt, waarin ieder mens 'ondernemer is van zijn of haar eigen bestaan'. De mens is vrij om zelf zin te scheppen, maar die vrijheid is iets heel anders dan gedwongen worden ondernemer te zijn van je eigen bestaan. Vrijzinnige vrijheid en vrije markt staan haaks op elkaar. De vrije markt, de marktwerking, het individuele ondernemerschap, is keihard, sluit mensen uit. Het ondermijnt de leefbaarheid van de samenleving door minimalisering van de publieke dienstverlening – onderwijs, zorg, communicatie – zoals deze in gang zijn gezet door een zich terugtrekkende overheid.

Harm Bosscher

(deze tekst is gebaseerd op de lezing van 16 november 2017 door Laurens ten Kate, hoogleraar Vrijzinnige religiositeit en humanisme, en zijn boek 'De vreemde 

 

De Joodse Jezus

Jezus is geboren in Nazareth. Hij trekt als volwassen man predikend rond. Jezus wil leven vanuit de wereld van de Profeten en de Thora. Hij legt aan de mensen uit hoe de 'geboden' toegepast kunnen worden in hun tijd. Zijn interpretatie van die geboden is vaak verrassend creatief. Hij gaat vriendschappelijk om met zondaren en tollenaren. Hij trekt zich het lot aan van mensen die verloren dreigen te gaan.

Voor het jaarlijkse Joodse Pascha - de viering van de bevrijding van het Joodse volk uit de slavernij in Egypte - gaat Jezus naar Jeruzalem. In de tempel verbaast hij daar vriend en vijand door zijn onverwachte actie tegen de daar aanwezige handelaren. Zijn kritiek roept herinneringen op aan oudtestamentische profeten. Joodse leiders en Romeinse bezettingsautoriteiten vinden hem gevaarlijk. Jezus wordt gevangen genomen, veroordeeld en gedood aan het kruis. De tragische dood van een  Rechtvaardige. 

 

Jezus in drie evangeliën

Voor deze evangelisten is Jezus de Joodse Messias (in het Grieks: de Christus). Zij schrijven ongeveer 50 jaren na de dood van Jezus, in het Grieks. Zij richten zich tot de Grieks-sprekende  Joden die niet tot de Jezusbeweging behoren en tot niet-Joden in de landen rond de Middellandse Zee.

Marcus is Jood. Zijn evangelie heeft geen geboorteverhaal. Voor Marcus is Jezus de profeet die spreekt over de spoedige komst van het koninkrijk van God. Marcus  schrijft ook over wonderen en genezingen door Jezus. Voor de niet-Joodse wereld – en voor die mensen schreef Marcus zijn evangelie – moet dit het bewijs zijn dat Jezus werkelijk een 'godenzoon' was.

Ook Matteüs is Jood. Hij schrijft voor de andere Joden van zijn eigen volk. In het  geboorteverhaal dat Matteüs vertelt, gaat het vooral over de plaats van Jezus binnen het volk Israël. Bij de wonderverhalen gaat het meer om de betekenis, dan om het wonder zelf. In de Bergrede die hij schrijft, krijgt Jezus de trekken van een nieuwe Mozes die de Thora uitlegt en zijn leerlingen de weg wijst..  

Lucas is zelf niet-Joods. Hij legt in zijn geboorteverhaal het accent op de betekenis van Jezus voor de gehele wereld. Hij richt zich tot niet-Joden in het Romeinse imperium, tot invloedrijke en vermogende mensen. Lucas schrijft  gelijkenissen om hen te overtuigen van de waarde van Jezus' verkondiging.

Harm Bosscher 

(Uit 'Het boek der verandering' door prof.dr. C.J. den Heyer. Hij was tot 2002 hoogleraar Nieuwe Testament in Kampen en daarna docent bijbelse theologie aan het Doopsgezind Seminarie) 

 

De Franse filosoof Emmanuel Levinas,  geboren in Litouen heeft een veelbewogen leven achter zich. Joods scholier in Litouen en in de Oekraïne, filosofie-student in Frankrijk, krijgsgevangen in Duitsland.en ten slotte hoogleraar in  Parijs, met een eredoctoraat o.a. in Leiden. 

 

Het gelaat van de Ander

Levinas heeft naar voren gebracht dat je pas jezelf kan zijn door het appèl van de Ander die jou nodig heeft. Je eigenlijke identiteit komt pas open wanneer je wordt 'aangesproken' door die Ander. Levinas zegt: ‘vanuit de naaktheid van het menselijk gelaat van de Ander, gaat een onontkoombaar appèl uit op mijn verantwoordelijkheid voor die Ander. Die Ander is mijn medemens die ik hoger acht dan mijzelf omdat ik door die Ander pas mijzelf wordt, daarom de Ander met een hoofdletter. Het gelaat van die Ander zien, betekent: 'Gij zult niet doden', instaan voor het leven van die Ander. 

 

God moet gedaan worden

Volgens Levinas bestaat godservaring als een ervaring met drie. Hij spreekt over ‘Het Ik, de Ander en de Oneindige’. Waar het weerloze gelaat van die Ander mij aankijkt, is God, de Oneindige, voorbijgegaan. In het spoor van de Oneindige word ik naar de Ander verwezen. 

Volgens Levinas kan je God niet tot object van geloof maken. God moet gedaan worden. Ieder mens is persoonlijk geroepen om ‘Messias’ te zijn. 'Ik-zijn is Messias zijn', zegt Levinas. ‘Al wat men van zichzelf eist, eist men van een heilige. Ik kan van de Ander niet eisen wat ik van mijzelf eis.’ 

 

Humanisme van gerechtigheid

Religie is volgens Levinas een ethische relatie die verwaarloosd is ten gunste van de kerkelijke leer, de dogmatiek. Het gaat volgens hem om een humanisme van gerechtigheid. In wat we gewoonlijk humanisme noemen is het ‘ík’ de bron, maar de bron van menselijkheid ben niet 'ik', maar is de Ander’, zegt Levinas.

Hij ziet God niet als een relatie naast en los van de Ander. De Oneindige openbaart zich alleen in het weerloze gelaat van de Ander. In het feit dat de relatie tot het goddelijke via de relatie tot de medemens verloopt en met de sociale gerechtigheid samenvalt, ligt volgens Levinas de geest van de hele Joodse bijbel. Hij noemt het een levensleer voor volwassenen. De filosofie van Levinas is even radicaal als de Bergrede. Zo radicaal dat we ervoor wegvluchten in onze godsdienst, in onze theologische systemen. Of we vallen terug op ons egocentrisme en onze driften.

( Uit: “God als raadsel, peilingen in het spoor van Levinas', door dr. Johan Goud die promoveerde op “Levinas en Barth' )

Harm Bosscher

 

Lezing 16 november, welkom!

'Adam, mens, waar ben je? Ethiek en verbeelding in het christendom',  donderdagavond 16 november a.s. om 20u.in het Dorpscentrum. Laurens ten Kate, hoogleraar Vrijzinnige Religiositeit en Humanisme, zal o.a. ingaan op de visie van Levinas.

 

Tot de nalatenschap van het klassieke christendom behoren de middeleeuwse kathedralen met beelden van Jezus als  Christus Triomfator, als heerser van het heelal, symbool van de macht van de kerk.   Prof.dr. Cees den Heyer zoekt zijn heil liever in een ruimte van eenvoud en stilte  waar een zoekende gelovige ook niet gehinderd wordt door gigantische kruisbeelden.

 

Griekse denkwereld

Het evangelie van Johannes komt  waarschijnlijk aan het eind van de eerste eeuw tot stand in Alexandrië in Egypte. De oorsprong van Jezus ligt in dit evangelie  niet op aarde en dus ook niet in het voorgeslacht van David. Jezus komt niet van beneden, maar van boven. Hij daalt af uit de hemel. Hij is de 'logos', het 'Woord' dat altijd al bij God was, al van voor de schepping. Jezus is goddelijk, en wordt mens. In de Griekse denkwereld wordt de 'logos' gezien als een goddelijk wezen, een verbinding tussen de godenwereld en de mensenwereld. Deze voorstelling is niet Joods. Dit evangelie vertelt niets over de historische Jezus. Johannes schets een ander beeld van Jezus dan de drie andere evangelisten.  

 

Jezus vergoddelijkt

In de eerste eeuwen van onze jaartelling,  is de mens Jezus van Nazareth in een snel tempo vergoddelijkt. De concilies leggen vast dat Jezus God en Mens is. Die vergoddelijking heeft er toe geleid dat het onderscheid tussen God en Jezus vrijwel verdween.  Deze visie op Jezus is vooral gebaseerd op het evangelie van Johannes.  De kerkvaders hopen door hun keuze voor dit evangelie het geloof in Jezus als de Christus, ingang te doen vinden in de niet-Joodse, heidense, Grieks-Romeinse wereld. Het feest van zijn geboorte wordt dan ook pas gevierd als in de 4e eeuw het christendom staatsgodsdienst wordt in het Romeinse Rijk, waarbij Jezus een goddelijke status krijgt, zoals de keizer. 

 

Jezus herontdekt

In 18e/19e eeuw gaan theologen onder invloed van de Verlichting op zoek naar de Jezus achter de belijdenisgeschriften. Jezus wordt ontgoddelijkt en wordt weer 'de Joodse man uit het jaar nul', die predikend rondtrok.  Aan het kruis te Jeruzalem stierf niet een god, maar een mens. Joodse auteurs die in de twintigste eeuw Jezus hebben herontdekt als hun Joodse broeder, noemen hem één van de groten uit de Joodse geschiedenis. 

Harm Bosscher

(Uit 'Het boek der verandering' door prof.dr. C.J. den Heyer. Hij was tot 2002 hoogleraar Nieuwe Testament  in Kampen en daarna docent bijbelse theologie aan het Doopsgezind Seminarie). 

 

 

 

Sinds 1 januari 2017 verzorgen wij onder de naam Activiteiten Vrijzinnige Protestanten  (AVP) een programma  rond het thema 'Bezinning en Inspiratie'. Een initiatiefgroep organiseert door het jaar heen een aantal activiteiten op zondagmiddag en door de week: ZIN op Zondag en ZIN door de Week. Activiteiten op het terrein van geloof en levensbeschouwing in relatie tot kunst, literatuur, cultuur en wetenschap. Voor de voormalige leden en vrienden van de VVP is een Vrijzinnige Sociëteit in het leven geroepen waardoor wij maandelijks rond een onderwerp bij elkaar komen. Deze sociëteit voorziet duidelijk in een behoefte.

Uitgangspunten

Bij de start van onze activiteiten is een aantal uitgangspunten geformuleerd waar we ook in het nieuwe seizoen voor staan.

* We organiseren onze activiteiten rond het thema Bezinning en Inspiratie vanuit het Vrijzinnige gedachtegoed.

* We willen onze doelgroep verbreden met mensen van verschillende leeftijd, levensbeschouwelijke achtergrond en komend uit de omgeving.

* We willen ons aanbod van activiteiten vergroten zodat ook niet-vrijzinnigen zich daardoor aangesproken voelen.

* We zoeken samenwerking zoeken met andere partners waaronder de kerken, het Dorpscentrum en het  Platform Kunst, Cultuur en Erfgoed.

 

Samenwerking

We bieden in het nieuwe seizoen een gevarieerd activiteitenaanbod dat op het terrein van zingeving, spiritualiteit en inspiratie aanvullend is. Alle activiteiten vinden plaats in het Dorpscentrum in Oegstgeest. Hun thema: 'Ontmoeting en Verbinding' gaat goed samen met ons thema: 'Bezinning en Inspiratie'.

Recent ben ik toegetreden tot het Platform Kunst, Cultuur en Erfgoed. Deelname maakt het mogelijk anderen  beter te leren kennen en samenwerking mogelijk te maken met organisaties en mensen die zich inzetten voor kunst, cultuur en erfgoed in Oegstgeest. Het voorkomt overlap en nodigt uit tot creativiteit en enthousiasme. Het bevordert de onderlinge verbondenheid en doelmatigheid. Zo willen wij midden in de samenleving staan in Oegstgeest en omgeving. 

 

Oproep vrijwilligers

De coördinatie van de activiteiten ligt in mijn hand en samen met de grote inzet van onze initiatiefgroep kunnen we deze werkzaamheden met veel plezier verrichten. Graag doe ik een oproep voor enkele vrijwilligers van buiten de eigen VVP-groep, die bij de ontwikkeling van het programma willen meedenken, en ook willen helpen bij de organisatie en uitvoering van de activiteiten. Ik kijk uit naar uw aanmelding. 

                                    Gerrie Kooijman

 

De dood van popster David Bowie aan kanker werd wereldnieuws op maandagochtend 11 januari 2016. Een paar dagen voor zijn dood, op 8 januari, verscheen nog een nieuw album van Bowie. Hij bezong de luisteraars letterlijk vanuit de hemel toe in het nummer 'Lazarus'.

Look up here. I'm in heaven

I've got scars that can't be seen

I've got drama, can't be stolen

Everybody knows me now

 

Goddelijke energie

Aan Bowie werd ooit gevraagd of hij in God gelooft. 'Ik geloof in een vorm van energie' antwoordt hij. Als dan vervolgens aan hem gevraagd wordt of hij aan een vorm van eredienst doet, moet hij even nadenken voordat hij zegt: 'Leven. Ik houd erg van het leven'. 

Bowie bleek gefascineerd door religie. Hij  flirtte met levensbeschouwingen, ideologieën en religies: met het Tibetaanse boeddhisme, met de Joodse mystiek. Hij geloofde wel in 'iets', in een vorm van goddelijke energie. 

 

Openheid voor religie 

Bowie blijkt niet de enige te zijn bij wie de grens tussen geloof en ongeloof vervaagt. Het vervloeien van die grens is een kenmerk van onze hedendaagse samenleving met haar snel veranderend religieuze landschap. Traditioneel godsgeloof neemt steeds verder af. Tegelijkertijd lijkt ook het fel-antireligieuze atheïsme op zijn retour. Ervoor in de plaats lijkt een nieuwe openheid voor religieuze vragen te komen. Steeds meer atheïsten houden zich bezig met zingevingsvragen en spiritualiteit, atheïsten die zichzelf religieus noemen.

 

Ervaringen in de natuur

Religieuze atheïsten hebben een sterk besef van de intrinsieke zinvolheid van de kosmos. Een besef van transcendentie: een werkelijkheid die de mens als individu of als soort overstijgt en waarin ons bestaan ligt ingebed. Religieus atheïsten schrijven vaak aan poëzie grenzende teksten over de natuur, waarin woorden als 'verwondering' en 'het sacrale' een grote rol spelen. Onder religieuze atheïsten zijn er die zich voor hun zingeving meer richten op de natuur en de natuurwetenschappen. Deze denkers noemen zich 'religieuze naturalisten'. 

Religieuze naturalisten kunnen niets met met het idee van een bovennatuurlijke God, laat staan met het idee van een ontwerper-God die af en toe ingrijpt om het evolutieproces vlot te trekken of bij te sturen. Religieuze naturalisten ervaren in de natuur iets waarvoor ze aan religie ontleende begrippen als 'transcendentie' en 'heilig' gebruiken. Zij noemen zich wel religieus, maar religieus zonder God ...

Harm Bosscher

Uit: 'God, iets of niets. De postseculiere maatschappij tussen geloof en ongeloof', door 

 

Begin dit jaar verscheen het boek ‘Liberaal christendom, geschreven door tien auteurs afkomstig uit de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten en Op Goed Gerucht. Zij maken zich bezorgd over het conservatisme in de kerk en willen graag een meer open en vrijzinnig geluid laten klinken dat meer bij de tijd is. 

Geloven is een praktijk, een manier van in de wereld staan. De nadruk ligt niet op de zogenaamde waarheid van een christelijke wereldbeeld, maar op geloof als levenshouding. Geloven is gehoor geven, zodat onze wereld wordt vernieuwd of veranderd. Dat betekent dat zij zich wel in de christelijke traditie plaatsen, maar daarin interpreterend willen staan. Zij veronderstellen geen instantie als kerk of bijbel die geloof voorschrijft of bepaalt.  

 

Geloofsontwikkeling

In de pre-moderniteit geldt als belangrijk argument: ‘er staat geschreven’.  Als je wilt weten hoe de wereld in elkaar zit, moet je beginnen bij God, want God is het begin en het fundament van alles. God heeft zich geopenbaard en die openbaring vind je in de bijbel. Daaruit kun je een objectieve sociale en morele wereldorde afleiden. 

In de moderniteit geldt: ‘onderzoek heeft aangetoond’. Er is niet een God die zich heeft geopenbaard en die vertelt hoe de wereld in elkaar zit. We moeten niet beginnen bij God, maar bij ons eigen denken. We kunnen met redelijkheid tot inzicht komen. Wij onderzoeken de wereld die er anders uit ziet dan de kerk heeft gedacht.  

In de postmoderniteit zijn we het geloof in God en in een redelijke wereldorde kwijtgeraakt. We leven in een pluriforme en globale samenleving waarin mensen vanuit verschillende achtergronden verschillend naar de wereld kijken, afhankelijk van het verhaal waarin mensen leven.

 

Naastenliefde

Centraal in het christendom staat de incarnatie – God is mens geworden –  en de naastenliefde. Wat boven ons uitgaat is onder ons en tussen ons aanwezig. God geeft zichzelf uit handen en wordt verwerkelijkt door mensen. Naastenliefde is daarbij een centrale notie. Wie een God heeft, laat zich bewegen door de kwetsbaarheid van en medelijden met anderen en laat zichzelf een grens stellen. 

Of God ‘bestaat’ kun je niet zeggen, je kunt van God alleen maar zeggen hoe hij tot ons spreekt. Die stem hoor je niet direct, maar alleen door de mond van anderen. God is geen God van almacht, maar een God die kan zijn, die mogelijkheden aanreikt door ons op te roepen. Zodat wij boven onszelf worden uitgetrokken, boven onze subjectiviteit uitkomen en gericht zijn op anderen.  

Harm Bosscher

(Uit de lezing in Oegstgeest op 8 november 2016 door Rick Benjamins, bijzonder hoogleraar Vrijzinnige Theologie in Groningen)

  

 

 

 

Hoe jouw wereld er uitziet, wordt voor een groot deel bepaald door geloofsvoorstellingen die je zijn overgeleverd door je ouders, school en cultuur. Je kunt geloven dat God de wereld heeft gemaakt, dat mensen een ziel hebben, dat er na of in dit leven eeuwig leven is, dat er een hemel bestaat en dat ons doen en laten is onderworpen aan een oordeel. 

 

Geen waarheidsclaim

Aan geloofsvoorstellingen hangt geen claim dat ze 'waar' zijn.  Geloofsvoorstellingen kun je betwijfelen, je kunt er afstand van nemen, je kunt ze herinterpreteren en je kunt ze verruilen voor andere opvattingen. Geloofsvoorstellingen verliezen hun waarde en hun zeggingskracht of poëtische geldigheid, zodra ze worden behandeld als ware beschrijvingen van de werkelijkheid. Wanneer geloofsvoorstellingen hun beschrijvende kracht hebben verloren, kunnen ze nog wel een diep geloof voeden. Geloof is gehoor geven aan datgene wat door de geloofsvoorstellingen heen klinkt en ons in die voorstellingen oproept, aanspreekt of beweegt.

 

Het woord 'God'

Het christelijk verhaal  helpt ons om op een waardevolle manier in de wereld te staan. Wij gebruiken de geloofsvoorstelling 'God' niet als een beschrijving van een objectief wezen genaamd God. Aan een God die alles kan, alles weet en alles doet, zijn wij voorbij. Vroeger was er geloof in God als een bovennatuurlijk wezen dat het bestuur van deze wereld in handen heeft. Nu noemen we God een dynamische werkelijkheid die op ons inwerkt. Er werkt iets op ons in, waardoor wij ons inzetten voor wat goed, waar en schoon is. Ongeacht de weerstand, de moeiten en de gevolgen die dat heeft.  Wij verstaan die oproep als iets van God, maar van God zelf kunnen wij slechts zeggen, dat hij dit aan ons doet, en meer niet. 

 

Geloof krijgt inhoud

'God' is de aanduiding van dat wat ons roept, aanspreekt, beweegt en verandert.  Met 'God' wordt aangeduid dát wij worden opgeroepen, maar wordt niet beschreven wát ons oproept. Als wij gehoor geven aan die oproep, kan God gestalte krijgen, laten wij hem bestaan. Dan dragen wij bij aan de verwerkelijking van God.  

In bovenstaande opvatting past dat God door Jezus wordt verwerkelijkt. Jezus belichaamt het gebod van de liefde voor God en de naaste. Jezus maakt zichtbaar hoe je je kan verhouden tot dat wat ons oproept en beweegt. Hij is voorbeeld van de menselijke respons op die oproep. Zo is Jezus een belangrijke gestalte waaraan God concreet wordt en geloof inhoud krijgt.                                                                                                     Harm Bosscher

(Uit de lezing 'Over God en geloof in het boek Liberaal christendom' op 24 juni 2016 voor predikanten van 'Op Goed Gerucht' door Rick Benjamins, hoogleraar Vrijzinnige Theologie in Groningen. De volledige tekst van de lezing is