Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

Lezing op zondagmiddag 10 februari om 15 uur in het Dorpscentrum: 'Het majestueuze heelal; Sterrenstof zijt gij' door Margot Brouwer. Ik las het boek 'Als de sterren goden waren' van de Duitse theoloog en psychotherapeut Eugen Drewermann. In deze tekst iets uit dit boek over de visies van Spinoza en Einstein en van de  auteur zelf.           Harm Bosscher

 

Baruch Spinoza

De grootouders van Spinoza zijn als Portugese Joden gevlucht naar Nederland.  Hun kleinzoon wordt in Amsterdam geboren in 1632, hij wordt slechts 44 jaar oud. Hij ziet de religieuze ideeën van de synagoge als menselijke fantasie. Zo meent hij dat de 'Tien Geboden' niet door God gegeven zijn, maar door mensen bedacht zijn. Hij wordt uit de synagoge verbannen, vogelvrij verklaard. Spinoza gelooft niet in wonderen en niet in een persoonlijke God. Hij  ontwikkeld zijn eigen filosofie, gebaseerd op in de 17e eeuw nog betrekkelijk eenvoudige theorieën over het heelal. God en de natuur zijn voor hem identiek. God valt samen met het universum. Er bestaat geen vrije wil, alles is een keten van oorzaak en gevolg. Vrijheid betekent: de noodzakelijkheid van alles inzien. Spinoza publiceert verschillende geschriften over filosofie, theologie en ethiek. Deze worden door de kerk verboden. 

 

Albert Einstein

Einstein is in 1879 in Duitsland geboren, hij wordt 76 jaar. Hij kan zich goed vinden in de ideeën van Spinoza. Hij gelooft in een God die een wereld schept die volkomen naar wetten is geordend, precies zoals dat met het universum het geval is. Hij aanvaardt in deemoed en dankbaarheid hoe wonderbaarlijk de natuur is ingericht en hoe ze ons denkvermogen overstijgt. Dat is voor Einstein de inhoud van religie. Religie bestaat voor hem uit zijn bewondering voor de structuur van het heelal. Daarvoor gebruikt hij het begrip God als metafoor.  Het gaat niet om een God die zich bemoeit met het lot en handelen van mensen. Moraal heeft voor hem niets te maken met wat hij God noemt. Religie als kosmische theologie.

 

Eugen Drewermann

Volgens Drewermann komen we in de natuur God niet tegen. Meedogenloos onverschillig staat de natuur tegenover het onnoemelijk lijden dat ze veroorzaakt. Het is onmogelijk een God voor te stellen die een dergelijke machinerie van leed in gang heeft gezet. Volgens Drewermann is door dat lijden een wereld zonder God onverdraaglijk. Religie is de enige mogelijkheid om niet gek te worden. Bij scheppingsgeloof gaat het volgens  Drewermann niet over de natuur, maar om ons menselijk bestaan. Onze menselijke wereld kunnen wij als schepping ervaren. Ons ontwerp van de wereld is anders als 

 

HIER BEN IK

Verschrikkelijk is de wereld. 

Geen Jezus zal Aleppo redden

en zijn god

zwijgt zo diep in alle talen

dat het voelt alsof hij niet bestaat,

nooit heeft bestaan, niet kan, niet wil -

wat is er met mijn brein

dat ik hem steeds weer denk?

 

Er zal nooit, nergens

een begin van redding zijn

als tenminste niet één mens zegt

'hier ben ik'

en ziende om zich heen

zoekt of er nog één is, nog twee of drie

met vonken licht 'hier ben ik'

in hun ogen

 

In diepe nacht – geen ster te zien

geen engelzang te horen -

zullen zij gaan                                                  

om wat misschien nog kan,

te hopen valt, te redden is

 

één vluchtkind kantje boord

voorgoed geboren.

 

Deze wereld: twee- of driemaal

niet te tellen naamloos velen

die 'hier ben ik' zijn

en doen wat moet gedaan.

 

Religieuze gedichten

Van Huub Oosterhuis (1933), dichter en theoloog, verscheen na lange tijd in 2017 weer een bundel met religieuze gedichten: 'Die wij denken'. Op de achterkant van het boek lees ik: 'Wel of geen god? Een leven na de dood? Je denkt het, je zou het willen. Of je denkt het niet, je kunt je er niets bij voorstellen. Het is een niet te geloven verhaal. Binnen dit verhaal stelt Huub Oosterhuis indringende vragen die ieder lezer, wetend, niet wetend, twijfelend, verlangend, zal herkennen. Geestelijke oefeningen zijn het, deze nieuwe gedichten'. Het gedicht 'Hier ben ik', Kerstavond 2016, is eerder  gepubliceerd  in Trouw van 24 december 2017.

 

Wat met God wordt bedoeld

In een interview in Trouw van 22 december 2017 zegt Oosterhuis dat de titel van zijn bundel impliceert dat hij denkt dat God een gedachte is. Hij schrijft in deze bundel God voornamelijk met een kleine letter: 'god' dus.  De enige God die voor hem geloofwaardigheid oproept, is die van het bijbelse verhaal is. Dus die schrijft hij met een hoofdletter. De god die wij denken, babbelen en twitteren, schrijft hij met een kleine letter. Deze bundel is uitzuiveren wat in de Bijbel met God wordt bedoeld.

Hij zegt dat hij zich in gedichten veel meer permitteert dan in liturgische teksten. Een gedicht moet een mate van redelijkheid en een mate van 'mysterieusheid' hebben. Het moet een beetje schuren. De gedichten in deze bundel zijn in discussie met het godsbeeld van de Bijbel en alle andere godsbeelden.                      Harm Bosscher

 

 

 

In 'Opnieuw beginnen', de Vrijzinnige Lezing 2018, verwijst Frits de Lange naar Dietrich Bonhoeffer, over wie vorige keer, en naar Albert Schweizer (1875-1965), over wie deze keer, en over de visie van Frits de Lange zelf.                        Harm Bosscher

 

De geest van Jezus

Albert Schweizer is theoloog en arts. In zijn  'Geschichte der Leben-Jesu-Forschung'   beschrijft hij de geschiedenis van het onderzoek naar de historische Jezus. De afstand tot Jezus is historisch onoverbrugbaar, maar de 'geest van Jezus' is present en spreekt hem direct aan: 'Jezus leeft'. Om Jezus te begrijpen, om in gemeenschap met Jezus te leven, heb je geen geleerdheid nodig, alleen hartstocht. Dat brengt Schweizer tot de conclusie dat onze verhouding tot Jezus uiteindelijk mystiek van aard is. In de slotzin van zijn boek schrijft hij: 'als een onbekende en naamloze komt hij tot ons en zegt: jij daar, volg mij! En zo stelt hij ons voor de taak die wij in onze tijd moeten volbrengen. Aan wie hem volgen zal hij zich openbaren. En als een onuitsprekelijk geheim zullen zij vernemen wie hij is'. 

 

Wie Jezus was en is 

Als hij allang tropenarts is, schrijft Schweizer: 'Jezus heeft mij gevangen genomen. Dat ik naar Afrika ging is uit gehoorzaamheid aan Jezus'. Schweizer  verlaat het geloof in een persoonlijke God, en Jezus' gebod van de liefde wordt 'eerbied voor het leven'. Albert Schweizer: een gelovige die de theïstische God afwijst, maar Jezus volgt. Aan Schweizer kun je zien, wat radicaal vrijzinnige theologie is.

Ook al weten we niet wie Jezus precies was, we kunnen volgens Frits de Lange toch relatief zeker zijn van de dingen die hij zei, het soort handelingen die hij verrichtte, de soort persoon die hij was. Jezus leefde uit de joodse wijsheidstradities, meer als een zaak van ethiek voor hier-en-nu, dan van een kosmische gebeurtenis later. Zijn betekenis is een radicale afwijzing van hoe deze wereld reilt en zeilt, en een appèl en uitnodiging om vanaf nu je te laten meenemen in een radicaal ander leven. Het verlangen, de hoop, dat morgen deze wereld anders is dan vandaag.

 

Geen monopolie op Jezus 

Jezus roept op tot anders aards leven, maar hij is middelpunt van een religie geworden. De historische Jezus vraagt om permanente religiekritiek. Godsdienst kan een geleider zijn naar de geest van Jezus, maar kan de ontmoeting met hem ook onmogelijk maken.      Het ergste wat we kunnen doen, is de radicale vreemdheid van Jezus van Nazareth onschadelijk maken in een leer over Christus, een christo-logie. 

Jezus is volgens Frits de Lange niet meer een binnenkerkelijke aangelegenheid, maar een sleutelfiguur in de culturele evolutie, in het spoor van de Hebreeuwse profeten, met Boeddha, Lao-tze en Confucius. Kerkelijke theologen hebben niet langer het monopolie op de betekenis van Jezus. 

Op 16 maart 2018 verzorgde Frits de Lange, hoogleraar Ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit, de jaarlijkse Vrijzinnige Lezing onder de titel: 'Opnieuw beginnen'. Zijn stelling is: 'De God van het theïsme is misschien dood, maar Jezus leeft'.

In dit nummer van Oke en in de volgende twee nummers geef ik een samenvatting, waarbij de Lange ook verwijst naar belangrijke gedachten van Dietrich Bonhoeffer, theoloog, ter dood gebracht in Duitse gevangenis (1906-1945) en Albert Schweizer, theoloog en arts in Lambaréné in Afrika (1875-1965).       Harm Bosscher 

 

Bonhoeffer zegt nee tegen religie 

Liberale theologie houdt volgens Bonhoeffer   in: neem wetenschap serieus, beschouw de wereld als mondig en zeg nee tegen religie. Voor Bonhoeffer staat 'religie' voor de manier waarop mensen het menselijk tekort hebben aangezuiverd met de constructie van een tegenwereld, hierboven of in hun innerlijk. Religie als metafysische escape, waarmee je je menselijke verantwoordelijkheid ontloopt. 'God' wordt daarbij een stoplap voor onbeantwoorde vragen. 

Bonhoeffer komt in de gevangenis tot een nieuwe omschrijving van transcendentie: We hebben geen 'religieuze' verhouding tot God als een allerhoogst, almachtig, perfect wezen. Onze verhoudung tot God is een nieuw leven in de deelname aan het bestaan van Jezus. Het 'er-zijn-voor anderen' is de ervaring van transcendentie.

In een beroemde brief uit de gevangenis schrijft Bonhoeffer: Ik kom niet los van de vraag wat is het christendom of wie is Christus eigenlijk. De christelijke verkondiging en theologie is negentien eeuwen lang uitgegaan van het 'religieuze apriori' van de mens. Christendom is altijd een vorm van religie geweest. Bonhoeffer vraagt zich af: 'Hoe kan Christus Heer worden ook van de areligieuze mens? Is dat mogelijk, een areligieuze christen?' 

 

Christendom als Jezusbeweging

We kunnen vandaag niet meer in die zin 'religieus' zijn. In de 21ste eeuw moeten we dat niet meer willen, zo versta ik Bonhoeffer, zegt De Lange. Christendom, of het nu vrijzinnig of orthodox is, heeft alleen recht van bestaan als Jezusbeweging. Het christelijk geloof is een historische religie die teruggaat op een feitelijk bestaande persoon, geboren in Nazareth en rond het jaar dertig in Jeruzalem aan het kruis gestorven. Het christendom werd daarna een religie, in de Bonhoefferiaanse zin van het woord. De kerk is in beginsel een Jezusbeweging. Ze kan zonder religie, maar niet zonder Jezus. Christelijk geloof is een eindeloze herhaling van wat ooit begon in en rond de mens Jezus van Nazareth. Dit is voor mij vrijzinnig christendom, zegt De Lange: 'een geloof  dat niet gebonden is aan het dogma, maar zich alleen laat binden door de geest van Jezus zelf'.                  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Start gesprekskring over het boek 'Angst voor de mythe' (70 blz.) van dr.Arne Jonges, theoloog. Hij geeft in zijn boek toelichting op het onderwerp met diverse nieuwtestamentische teksten. Iedereen welkom, max. 12 deelnemers. Bijeenkomsten in het Dorpscentrum op donderdagmiddagen van 14u.30 tot 16u.30 op 11 okt, 8 nov, 13 dec, 17 jan, 14 feb, (14 mrt reserve). Gespreksleider is dr.Lammert Leertouwer.  Kosten € 5.-per middag voor zaalhuur, koffie en thee. Opgave bij Lammert Leertouwer  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  of Gerrie Kooijman tel. 0618392604                Harm Bosscher

 

Mythologische beelden

Wereldbeeld en levensbesef zijn sinds de Verlichting drastisch veranderd. Het heelal is te groot geworden om nog plaats te bieden aan een hemel en een hel. Over God kan slechts binnen een godsdienstige context en niet anders dan in symbolische termen worden gesproken. Er is geen andere vorm om daarover te verhalen dan door gebruik te maken van mythologische beelden.

De mythe is een verhaal dat is gegroeid in een godsdienstige  gemeenschap in samenhang met riten en symbolen. In de mythe wordt het godsdienstig besef van een gemeenschap tot uitdrukking gebracht. 

 

De vroegste gemeenten

Wat weten we van de geloofsopvattingen en het daarmee verbonden ritueel in het vroege christendom? De vroegste geschriften tonen ons een onversneden mythe, gecombineerd met een doop- en maaltijdritueel. Daar heeft zich een gemeente-theologie ontwikkeld  waarvan slechts brokjes in de evangeliën zijn opgenomen. We moeten accepteren dat daardoor het geloof uit flarden bestaat. De teksten van de Bijbel zijn meer illustraties bij en inspiratie voor het liturgisch vormgegeven geloofsverhaal. Ze zijn in steeds mindere mate wat ze in het verleden waren: bewijsplaatsen van het geloof. Geen enkele wetenschappelijke methode stelt ons in staat een betrouwbaar verhaal te leveren over de persoon van Jezus of van Paulus of van welke belangrijke bijbelse figuur dan ook.

 

De historische Jezus

Wat te denken van Jezus? Steekt er een 'echte historische Jezus' achter de Jezus van de evangeliën? Albert Schweizer  concludeerde al rond 1900 in zijn studie Die Geschichte der Leben Jesu Forschung, dat de zoektocht naar een historische figuur achter de 'vertelde figuur' een onbegaanbare weg is. Misschien zijn er in de evangeliën wel 'herinneringen' aan een mens Jezus verwerkt, maar wellicht ook nog geheel andere tradities uit die tijd, alsmede toegevoegde verhalen uit de situatie van de verteller. De vraag naar de 'echte Jezus' komt echter toch steeds opnieuw op, ook in onze tijd.  

 

Arne Jonges meent dat wie bezorgd is om de toekomst van het christendom, de centrale mythe en symbolen moet zien te redden die vorm geven aan het christendom, door deze begrijpelijk en geloofwaardig te maken.

                                                                          

 

 

Rick Benjamins, hoogleraar Vrijzinnige Theologie in Groningen, schreef onder de titel: 'Een zwakke  theologie van de gebeurtenis' (zie internet), een tekst n.a.v. een boek van John Caputo: 'The Weakness of God. A Theology of the Event'                               Harm Bosscher.

 

Geen soevereine macht

Deze theologie van de gebeurtenis is volgens Caputo een theologie, die de schepping niet verklaart, de gevestigde macht niet legitimeert en geen vijanden verzengt. Caputo ziet deze wereld zo, dat ze wordt aangesproken door een roep, niet voortgebracht door een oorzaak. God als een roep, niet als een soevereine macht.. Wij worden geroepen tot de gebeurtenis van het pure geschenk, van gastvrijheid, van rechtvaardigheid, van vergeving. En er is geen nadere bepaling van de afzender van deze roep. 

 

Een zwakke theologie

In de theologie wordt God vaak op een sterke manier beschreven als de  macht van het zijn, of als een eerste oorzaak. Caputo bepleit een zwakke theologie, waarin God niet is, maar roept. Met Gods naam wordt geen wezen aangeduid, maar iets teweeggebracht. De betekenis van de naam is gelegen in datgene, wat in die naam wordt beloofd. Die gebeurtenis wordt aangeduid met de naam  van God, die verzuchtingen, gebeden en tranen oproept en ons daarin roept. We verlangen naar die gebeurtenis waar het in het  evangelie over gaat.. 

 

Het koninkrijk als moment

Bij deze theologie die ons in beweging wil zetten, hoort geen logica, ook geen theo-logica, maar een poëtica. Tegen deze achtergrond beschrijft Caputo het koninkrijk van God, dat steeds op momenten kan gebeuren. Het koninkrijk is geen vertoon van goddelijke macht of wonderkracht, waarmee de gang van de natuur wordt verlegd of de geschiedenis wordt veranderd. Het is een manier van leven. Het evangelie biedt een ethiek waarvan het de bedoeling is dat we steeds klaar staan voor de ander.

 

De gebeurtenis behouden

Het koninkrijk is de gebeurtenis van het onmogelijke: de gebeurtenis van liefde voor wie je niet kunt liefhebben; van je zorgen maken voor het dagelijks bestaan,  zonder bezorgd te zijn; van vergeven maar  niet vergeten dat iets onherroepelijks gebeurde. Die gebeurtenis wordt aangeduid met de naam van God. We zouden de naam kunnen prijsgeven ten gunste van de gebeurtenis die daarin opgesloten ligt, want daar gaat het om. We moeten de naam  van God zo interpreteren, dat de naam misschien achterblijft, maar de gebeurtenis vrijkomt 

 

Een stem in het duister

Volgens Caputo is de naam van God niet iemands eigen naam. God is geen wezen, maar een roep, een stem in het duister. God 'existeert' niet, bestaat niet, maar God 'insisteert', dringt aan. Het aandringen betekent dat er iets is dat een onvoorwaardelijk beroep op ons doet. Een oproep tot gerechtigheid, gastvrijheid, barmhartigheid en vergeving, om een glas koud water voor de reiziger, zonder aarzelen en altijd zonder waarom.  

Het niet-bestaan van God, betekent niet dat die naam niets betekent. Het is de naam  van een belofte aan de wereld die wij moeten waarmaken.

 

We weten niet wàt ons roept

De religie van de roos wil zich niet zonder meer ontdoen van God, maar op zo'n manier dat er nog steeds iets gaande is:  het woord waarmee we iets aanduiden dat  ons bestaan onrustig maakt. We ervaren dàt we geroepen worden, maar we weten niet wàt ons roept. Natuurlijk komt dan de vraag op, of we het in deze roep wel met God van doen hebben, of veeleer met ons innerlijk, of met een kosmische geest of met ons geweten, of nog met iets anders. Hoe zou ik dat moeten weten, zegt Caputo.            

 

Waarom steeds over God?

God zal nooit weggaan, zegt Caputo, omdat God nu eenmaal deel uitmaakt van de wereld die ik geërfd heb. Mijn hele leven al hoor ik die stemmen in mijn oor fluisteren, vanaf mijn vroegste kindertijd. Ik kan daar niets aan doen. God is de naam van een gebeurtenis die mij en de wereld  heeft overvallen. Dat geldt voor velen van 'ons', voor diegenen die deel uitmaken van de cultuur rond een van de grote monotheïstische godsdiensten. 

 

Biedt religie enige hoop? 

Caputo zegt: Ik ben nog niet zover dat ik het woord religie kan loslaten. Ik probeer een diepere religieuze levenshouding te vinden. Ik waardeer de enorme positieve krachten van de 'gerechtigheid en vredegelovigen', zonder een lange geschiedenis van geweld. Helden die altijd klaar staan voor de behoeftigen van deze aarde. Ik mag dan kritiek hebben op religie, maar ik vergeet nooit die kant van het verhaal, die het levende hart ervan is. Het koninkrijk van God ligt niet in de toekomst, het is hier.

 

Durf te denken, durf te hopen

Caputo spoort ons aan om zelf te denken, maar nog belangrijker vindt hij het dat we blijven hopen. Durven te hopen, hopen op de glimlach op het gezicht van de wereld en die glimlach beantwoorden. Tegen de duisternis in van persoonlijke, sociale, wereldlijke of kosmische dood. Hoop is het aanroepen van iets wat we niet aan kunnen zien komen, het ja-zeggen tegen een toekomst zonder garanties. Hoop op de belofte van de wereld, op een roos die  bloeit omdat ze bloeit, zonder waarom.  

Harm Bosscher

(uit: 'Hopeloos hoopvol', 'Belijdenissen van een 

 

Het pure geschenk

We zijn het er over het algemeen over eens dat wij, als wij iets geven, geen verborgen agenda dienen te hebben. Een geschenk dient 'puur' te zijn, vrij van elke verwachting iets terug te krijgen. Dat betekent dat het 'pure' geschenk een voorbeeld is van de glorie van de roos, van het leven 'zonder waarom'. Daarom staat in het Matteüs-evangelie dat geschenken in alle stilte gegeven dienen te worden, 'opdat uw aalmoes in het verborgene zij'. Maar wordt deze uitspraak niet teniet gedaan als daarna gezegd wordt dat onze goede daden later in de hemel een grotere beloning zullen opleveren? Een geschenk is alleen een geschenk als het onvoorwaardelijk is, zonder waarom. 

 

Werken van barmhartigheid

Goede werken zijn voorbeelden van het pure geschenk, werken van barmhartigheid die bloeien als de roos, zonder om te kijken of iemand wel ziet dat ze er zijn, zonder waarom. Het verhaal in Matteüs 25 over eten geven wie hongerig is, kleren geven wie naakt is, bezoeken wie gevangen is, is een prachtige illustratie van de realisering van de puurheid van het geschenk. In het  dienen van de armen en de hongerigen  gebeurt God. De naam van God is niet de naam van een rechter die beloont of straft op basis van de goede werken. Gods naam is de werken zelf. 

 

Onvoorwaardelijke gastvrijheid 

Voorwaardelijke gastvrijheid is gastvrijheid op uitnodiging, we verwelkomen hen die we zelf hebben uitgekozen. Bij onvoorwaardelijke gastvrijheid ligt het initiatief niet meer bij ons, maar is er een naakte confrontatie met de komst van de ander. Caputo zegt dat de spanning die in het begrip gastvrijheid zit, precies aangeeft waar het in het koninkrijk van God om gaat. Het koninkrijk van God is het hart van een religie die gebaseerd is op de mystiek van de roos, juist omdat het vraagt om onvoorwaardelijke gastvrijheid, om het beantwoorden van haat met liefde en het schenken van vergeving.

 

Geen geloofswaarheden

De betekenis van geloof in haar voorwaardelijke vorm speelt zich af op het niveau van geloofswaarheden, de zekerheden die in ons hoofd geplant worden op de plaats waar we toevallig geboren zijn. We moeten het aandurven geloofszekerheden los te laten. Een dieper gelegen onvoorwaardelijk vertrouwen op de toekomst toelatend. De regenboog is een goed beeld van een veelkleurige verscheidenheid aan religies. De Gulden Regel: 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet' is een regel van de praktische ethiek geldend voor alle religies.   

Harm Bosscher

(uit: 'Hopeloos hoopvol. Belijdenissen van een postmoderne pelgrim' door John D. Caputo)

 

 

 

Van het boek 'Hoping Against Hope' van John Caputo, verscheen een vertaling onder de titel 'Hopeloos hoopvol' met ondertitel 'Belijdenissen van een postmoderne pelgrim'. De jeugd van Caputo is doortrokken van een religie  waarin 'durf te denken' verboden was. Caputo wil nu opnieuw doordenken wat we met het woord 'religie' bedoelen. Met een tiental mensen lezen en bespreken we dit boek. In de komende maanden geef ik hiervan in Oke enkele samenvattingen.

Harm Bosscher

 

De glorie van de roos

Bij het denken over religie staan bij Caputo de woorden van de dichter Angelus Silesius centraal:

         De roos kent geen waarom, 

         zij bloeit omdat zij bloeit:

         zij denkt niet om zichzelf; 

         vraagt niet of men haar ziet.

We moeten leren leven als de roos, zonder waarom. We laten de roos ons iets vertellen over het mysterie van ons zijn in de wereld. Er is iets onvoorwaardelijks aan de roos, haar onvoorwaardelijke pracht. Dit onvoorwaardelijke ligt ook verborgen in het buitengewone van de meest gewone, alledaagse dingen in ons leven.

De roos is echter ook afhankelijk van een reeks voorwaarden om te kunnen bestaan. Er zou geen roos zijn als er geen aarde was, geen zon en geen vocht om hem te voeden. Leven als de roos zonder waarom, is niet los van aardse problemen. Het betekent dat de roos niet verkrijgbaar is zonder de doorns en distels van dit aardse leven. Wij leven op de grens van het onvoorwaardelijke en het voorwaardelijke. 

 

Leven en sterfelijkheid

De mystiek van de roos gaat ervan uit dat het leven bloeit omdat het bloeit, zonder waarom. Deze bloei wordt niet ondermijnd door onze sterfelijkheid. Het leven ontleent haar kostbaarheid aan haar vergankelijke schoonheid, aan haar vluchtige moment in de zon. Religie praat te veel over het leven als een periode om daarmee de eeuwigheid te winnen. De werkelijke betekenis van 'eeuwigheid' is poëtisch en niet metafysisch. Leven is leven en dood inéén. Leven zonder waarom heeft niets te maken met tijdloosheid van de eeuwigheid, maar met momenten waarop de tijd even stilstaat. Dit soort momenten belichamen een andere manier van zijn in deze wereld, van een ander leven binnen dit leven. 

 

De glimlach en de roos

De glimlach is de roos van de wereld. De glimlach is een stille bevestiging van het leven, een milde kracht, sterk genoeg om het leven te verdragen en hoop te geven. Glimlachen betekent 'ja' zeggen tegen het leven. Religieus worden is een kwestie van leren glimlachen. Die glimlach geeft ons een reden tot hoop. Dat betekent dat hoop weet hoe je moet lachen door je tranen heen.  Alleen in een niet-menselijke toestand is religie helemaal verdwenen, daar waar niemand meer is om te glimlachen. 

 

 

 

De hemel als verbeelding

De hemel is een prachtig voorbeeld van 'verbeelding'. De hemel is een gecreëerde ruimte van verbeelding, ze is 'verzonnen en daardoor bestaat ze'. De beeldende mens schept zelf een zinswereld, daarna geeft die wereld de mens wat terug: ze geeft houvast. De hemel geeft taal aan grenservaringen, De hemel is niet elders, maar een gebeurtenis in het hier en nu, in jezelf. 

 

De naam van God en ethiek

Ten Kate gelooft niet in een God die 'bestaat', dat is volgens hem niet het wezenlijke van God. Hij verbindt de naam van God met iets in de mens dat transcendentie wordt genoemd. God als vraag aan de mens. Transcendentie breekt in op onze ervaring en ondervraagt ons. Transcendentie  onderbreekt ons leven, breekt het open. Wij ervaren dat we worden aangesproken in ons bestaan: wie ben ik, waar ben ik, wat doe ik? Het is de transcendentie van de vreemdeling, van de vluchteling, maar ook van muziek en erotiek. We worden erdoor geraakt. 

De Amerikaanse filosoof/theoloog  John Caputo zegt dat God niet existeert, niet bestaat, maar dat God ínsisteert, aandringt, oproept. Het accent ligt daarbij niet langer op God, maar op de naaste,  God is in de naaste. De medemens 'overkomt mij'. Of zoals Levinas zegt: 'Vanuit het gelaat van de medemens die mij nodig heeft, gaat een appèl uit op mijn verantwoordelijkheid voor die ander.  

 

De naam van een dierbare

Het treft Ten Kate steeds weer hoe zeer hij zelf in verlegenheid is, hoe ermee om te gaan, nadat zijn jongere zo geliefde broer Chris, enkele jaren geleden plotseling is  overleden. Hij herinnert zich de emotie bij zichzelf en bij anderen toen hij, staande bij het graf van zijn broer, te midden van honderden seculiere vrienden en vriendinnen van hem sprak: 'Meer dan zijn lichaam blijft ons zijn naam. Laten we de naam die wij hier uitspreken, met ons meedragen.' Geen verwijzing naar de ziel of de geest of een hiernamaals, alleen maar: de naam. Mensen werden erdoor geraakt. Ook nu ervaart hij nog steeds dat zijn broer er weer is door zijn naam te noemen. Je draagt die naam met je mee. Door alleen de naam te noemen, zie je hem, hoor je hem. Velen ervaren dat bij het dagelijks noemen van de naam van een geliefde, een dierbare, die is overleden. Door de naam te noemen schep je een wereld met herinneringen, verhalen, en dat betekent onmiddellijk dat je, al is het tijdelijk, in die wereld woont. 

Harm Bosscher

(n.a.v. de lezing op 16 november 2017 door  Laurens ten Kate, hoogleraar Vrijzinnige religiositeit en humanisme. En van interviews met hem in het TV-programma 'De Nieuwe Wereld' van januari 2016 en in het IKON-programma 'Het Vermoeden' van januari 2017, 

 

 

Bouwen aan eigen zin

Vrijzinnigheid is niet in de eerste plaats een keuze voor een bepaalde levensbeschouwing, maar een situatie waaraan iedereen, behoudend of vooruitstrevend, tot op zekere hoogte deel heeft en waartoe men zich moet verhouden. De zin van het leven, van de wereld en de geschiedenis, is niet meer voorgegeven. Die zin wordt ons niet meer aangereikt van buiten de menselijke wereld. De mens breekt langzamerhand met de goden en de mythen, heeft de vrijheid om zichzelf te ontplooien op aarde.  Zin moeten we zelf zoeken, en zelf vormgeven. Wij staan voor de taak zinzoeker te zijn, ons leven zelf in te richten. Iedere dag opnieuw bouwen we aan onze eigen zin, we leven in die zin, geven ons eraan over. 

 

Vrijzinnige conditie

De wijze waarop wij in de eenentwintigste eeuw omgaan met zingeving en levensbeschouwing, wordt wel de vrijzinnige conditie van onze moderne cultuur genoemd. De wortels van de vrijzinnige conditie, van de situatie waarin de mensen de zin van hun leven niet langer ontvangen, maar deze zelf moeten scheppen, gaan ver terug in de geschiedenis. Het veelgodendom van lang geleden, heeft de mens achter zich gelaten. Het is de periode van de opkomst van de monotheïstische religies en daarmee van een nieuwe godsfiguur. Het mens- en wereldbeeld dat dan opkomt presenteert een zelfbewuste mens, die tegelijkertijd kwetsbaar is. Dan klinkt ook de vraag: wat is de wereld, wie ben ik, wat doe ik?  De vraag naar zin, is de vraag van de mens naar zichzelf. Dat velen thans geen eenduidig antwoord meer hebben op de vraag wat de plaats, de betekenis en de bestemming van de mens is, vormt wellicht de grootste uitdaging van onze tijd.

 

De crisis van onze tijd

De crisis van onze tijd wordt o.a.  veroorzaakt door de ideologie van de  neoliberale markt, waarin ieder mens 'ondernemer is van zijn of haar eigen bestaan'. De mens is vrij om zelf zin te scheppen, maar die vrijheid is iets heel anders dan gedwongen worden ondernemer te zijn van je eigen bestaan. Vrijzinnige vrijheid en vrije markt staan haaks op elkaar. De vrije markt, de marktwerking, het individuele ondernemerschap, is keihard, sluit mensen uit. Het ondermijnt de leefbaarheid van de samenleving door minimalisering van de publieke dienstverlening – onderwijs, zorg, communicatie – zoals deze in gang zijn gezet door een zich terugtrekkende overheid.

Harm Bosscher

(deze tekst is gebaseerd op de lezing van 16 november 2017 door Laurens ten Kate, hoogleraar Vrijzinnige religiositeit en humanisme, en zijn boek 'De vreemde 

 

De Joodse Jezus

Jezus is geboren in Nazareth. Hij trekt als volwassen man predikend rond. Jezus wil leven vanuit de wereld van de Profeten en de Thora. Hij legt aan de mensen uit hoe de 'geboden' toegepast kunnen worden in hun tijd. Zijn interpretatie van die geboden is vaak verrassend creatief. Hij gaat vriendschappelijk om met zondaren en tollenaren. Hij trekt zich het lot aan van mensen die verloren dreigen te gaan.

Voor het jaarlijkse Joodse Pascha - de viering van de bevrijding van het Joodse volk uit de slavernij in Egypte - gaat Jezus naar Jeruzalem. In de tempel verbaast hij daar vriend en vijand door zijn onverwachte actie tegen de daar aanwezige handelaren. Zijn kritiek roept herinneringen op aan oudtestamentische profeten. Joodse leiders en Romeinse bezettingsautoriteiten vinden hem gevaarlijk. Jezus wordt gevangen genomen, veroordeeld en gedood aan het kruis. De tragische dood van een  Rechtvaardige. 

 

Jezus in drie evangeliën

Voor deze evangelisten is Jezus de Joodse Messias (in het Grieks: de Christus). Zij schrijven ongeveer 50 jaren na de dood van Jezus, in het Grieks. Zij richten zich tot de Grieks-sprekende  Joden die niet tot de Jezusbeweging behoren en tot niet-Joden in de landen rond de Middellandse Zee.

Marcus is Jood. Zijn evangelie heeft geen geboorteverhaal. Voor Marcus is Jezus de profeet die spreekt over de spoedige komst van het koninkrijk van God. Marcus  schrijft ook over wonderen en genezingen door Jezus. Voor de niet-Joodse wereld – en voor die mensen schreef Marcus zijn evangelie – moet dit het bewijs zijn dat Jezus werkelijk een 'godenzoon' was.

Ook Matteüs is Jood. Hij schrijft voor de andere Joden van zijn eigen volk. In het  geboorteverhaal dat Matteüs vertelt, gaat het vooral over de plaats van Jezus binnen het volk Israël. Bij de wonderverhalen gaat het meer om de betekenis, dan om het wonder zelf. In de Bergrede die hij schrijft, krijgt Jezus de trekken van een nieuwe Mozes die de Thora uitlegt en zijn leerlingen de weg wijst..  

Lucas is zelf niet-Joods. Hij legt in zijn geboorteverhaal het accent op de betekenis van Jezus voor de gehele wereld. Hij richt zich tot niet-Joden in het Romeinse imperium, tot invloedrijke en vermogende mensen. Lucas schrijft  gelijkenissen om hen te overtuigen van de waarde van Jezus' verkondiging.

Harm Bosscher 

(Uit 'Het boek der verandering' door prof.dr. C.J. den Heyer. Hij was tot 2002 hoogleraar Nieuwe Testament in Kampen en daarna docent bijbelse theologie aan het Doopsgezind Seminarie) 

 

De Franse filosoof Emmanuel Levinas,  geboren in Litouen heeft een veelbewogen leven achter zich. Joods scholier in Litouen en in de Oekraïne, filosofie-student in Frankrijk, krijgsgevangen in Duitsland.en ten slotte hoogleraar in  Parijs, met een eredoctoraat o.a. in Leiden. 

 

Het gelaat van de Ander

Levinas heeft naar voren gebracht dat je pas jezelf kan zijn door het appèl van de Ander die jou nodig heeft. Je eigenlijke identiteit komt pas open wanneer je wordt 'aangesproken' door die Ander. Levinas zegt: ‘vanuit de naaktheid van het menselijk gelaat van de Ander, gaat een onontkoombaar appèl uit op mijn verantwoordelijkheid voor die Ander. Die Ander is mijn medemens die ik hoger acht dan mijzelf omdat ik door die Ander pas mijzelf wordt, daarom de Ander met een hoofdletter. Het gelaat van die Ander zien, betekent: 'Gij zult niet doden', instaan voor het leven van die Ander. 

 

God moet gedaan worden

Volgens Levinas bestaat godservaring als een ervaring met drie. Hij spreekt over ‘Het Ik, de Ander en de Oneindige’. Waar het weerloze gelaat van die Ander mij aankijkt, is God, de Oneindige, voorbijgegaan. In het spoor van de Oneindige word ik naar de Ander verwezen. 

Volgens Levinas kan je God niet tot object van geloof maken. God moet gedaan worden. Ieder mens is persoonlijk geroepen om ‘Messias’ te zijn. 'Ik-zijn is Messias zijn', zegt Levinas. ‘Al wat men van zichzelf eist, eist men van een heilige. Ik kan van de Ander niet eisen wat ik van mijzelf eis.’ 

 

Humanisme van gerechtigheid

Religie is volgens Levinas een ethische relatie die verwaarloosd is ten gunste van de kerkelijke leer, de dogmatiek. Het gaat volgens hem om een humanisme van gerechtigheid. In wat we gewoonlijk humanisme noemen is het ‘ík’ de bron, maar de bron van menselijkheid ben niet 'ik', maar is de Ander’, zegt Levinas.

Hij ziet God niet als een relatie naast en los van de Ander. De Oneindige openbaart zich alleen in het weerloze gelaat van de Ander. In het feit dat de relatie tot het goddelijke via de relatie tot de medemens verloopt en met de sociale gerechtigheid samenvalt, ligt volgens Levinas de geest van de hele Joodse bijbel. Hij noemt het een levensleer voor volwassenen. De filosofie van Levinas is even radicaal als de Bergrede. Zo radicaal dat we ervoor wegvluchten in onze godsdienst, in onze theologische systemen. Of we vallen terug op ons egocentrisme en onze driften.

( Uit: “God als raadsel, peilingen in het spoor van Levinas', door dr. Johan Goud die promoveerde op “Levinas en Barth' )

Harm Bosscher

 

Lezing 16 november, welkom!

'Adam, mens, waar ben je? Ethiek en verbeelding in het christendom',  donderdagavond 16 november a.s. om 20u.in het Dorpscentrum. Laurens ten Kate, hoogleraar Vrijzinnige Religiositeit en Humanisme, zal o.a. ingaan op de visie van Levinas.

 

Tot de nalatenschap van het klassieke christendom behoren de middeleeuwse kathedralen met beelden van Jezus als  Christus Triomfator, als heerser van het heelal, symbool van de macht van de kerk.   Prof.dr. Cees den Heyer zoekt zijn heil liever in een ruimte van eenvoud en stilte  waar een zoekende gelovige ook niet gehinderd wordt door gigantische kruisbeelden.

 

Griekse denkwereld

Het evangelie van Johannes komt  waarschijnlijk aan het eind van de eerste eeuw tot stand in Alexandrië in Egypte. De oorsprong van Jezus ligt in dit evangelie  niet op aarde en dus ook niet in het voorgeslacht van David. Jezus komt niet van beneden, maar van boven. Hij daalt af uit de hemel. Hij is de 'logos', het 'Woord' dat altijd al bij God was, al van voor de schepping. Jezus is goddelijk, en wordt mens. In de Griekse denkwereld wordt de 'logos' gezien als een goddelijk wezen, een verbinding tussen de godenwereld en de mensenwereld. Deze voorstelling is niet Joods. Dit evangelie vertelt niets over de historische Jezus. Johannes schets een ander beeld van Jezus dan de drie andere evangelisten.  

 

Jezus vergoddelijkt

In de eerste eeuwen van onze jaartelling,  is de mens Jezus van Nazareth in een snel tempo vergoddelijkt. De concilies leggen vast dat Jezus God en Mens is. Die vergoddelijking heeft er toe geleid dat het onderscheid tussen God en Jezus vrijwel verdween.  Deze visie op Jezus is vooral gebaseerd op het evangelie van Johannes.  De kerkvaders hopen door hun keuze voor dit evangelie het geloof in Jezus als de Christus, ingang te doen vinden in de niet-Joodse, heidense, Grieks-Romeinse wereld. Het feest van zijn geboorte wordt dan ook pas gevierd als in de 4e eeuw het christendom staatsgodsdienst wordt in het Romeinse Rijk, waarbij Jezus een goddelijke status krijgt, zoals de keizer. 

 

Jezus herontdekt

In 18e/19e eeuw gaan theologen onder invloed van de Verlichting op zoek naar de Jezus achter de belijdenisgeschriften. Jezus wordt ontgoddelijkt en wordt weer 'de Joodse man uit het jaar nul', die predikend rondtrok.  Aan het kruis te Jeruzalem stierf niet een god, maar een mens. Joodse auteurs die in de twintigste eeuw Jezus hebben herontdekt als hun Joodse broeder, noemen hem één van de groten uit de Joodse geschiedenis. 

Harm Bosscher

(Uit 'Het boek der verandering' door prof.dr. C.J. den Heyer. Hij was tot 2002 hoogleraar Nieuwe Testament  in Kampen en daarna docent bijbelse theologie aan het Doopsgezind Seminarie).