Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

In het voorwoord van het boek 'Geloof zonder zekerheid', schrijft Christa Anbeek, hoogleraar remonstrantse theologie, over 'het huis van geloven' waarin je vroeger kon wonen, schuilen voor de regen en stormen die het leven met zich meebrengt. In de moderne tijd is dit 'huis van geloven' door velen onbewoonbaar verklaard.  Anderen proberen het 'huis van geloven' te behouden door het te verbouwen. De fundamenten laat men staan, de muren worden transparant, zo ongeveer helemaal van glas, ramen aan alle kanten die ook nog open kunnen. Huizen die soms bijna niet meer van het omringende landschap zijn te onderscheiden. Geloof, wetenschap en cultuur gaan hand in hand.

 

Traditionele visie 

Volgens de middeleeuwse visie heeft de wereld een vaststaande hiërarchische orde. De geschiedenis heeft een duidelijke richting en doel. Het doel van de natuur is het dienen van de mensheid en het doel van de mensheid is het dienen van God.  Sociale structuren en instituties worden gezien als door God ingesteld. Die traditionele visie maakt onderscheid tussen het natuurlijke bestaan van de mens en een bovennatuurlijke God die vanuit die positie met en in de wereld handelt door openbaring, wonderen en menswording in Jezus. Dit wereldbeeld is onderdeel van de theologie tot ver in de achttiende eeuw en min of meer ook in sommige kringen tot op de dag van vandaag.

 

Vrijzinnige visie

Vrijzinnig religieus denken ontstond in de 19e eeuw, gebaseerd op de Verlichting. De georganiseerde vrijzinnigheid in kerkelijk Nederland is ontstaan rond het begin van de 20ste eeuw. Vrijzinnige gelovigen wijzen een statische visie af. Zij ondernemen een zoektocht naar wat zinvol, waardevol is, met behoud van daarbij passende elementen uit de traditie. Geloof moet niet gebouwd zijn op dogma's en institutionele structuren. Vrijzinnigen hechten veel waarde aan de resultaten van de wetenschap en aan menselijke ervaring. De vrijzinnige opvatting over religieuze- of innerlijke ervaringen is dat ze niet los staan van begrippen, symbolen en voorstellingen die we geërfd hebben van onze cultuur, in het bijzonder via de taal.      

 

Postmoderne visie

In de postmoderne denkwereld van de 21ste eeuw bestaat geen zekere kennis en geen ultieme waarheid. Wat men vroeger zag als waarheid, wordt nu gezien als interpretatie. Het begrip 'God' kan bijvoorbeeld geïnterpreteerd worden als het geheel van de creatieve kosmische- en evolutionaire krachten in het universum die ons bestaan grondvesten en dragen. Er bestaat geen Groot Verhaal meer. Mensen  leven nu in verschillende 'gelovige' verhalen: politiek, religieus, sociaal. Het zijn producten van hun eigen verbeeldingskracht. Maar ook dan geldt:  geloof zonder zekerheid. Harm Bosscher

(Uit 'Geloof zonder zekerheid. Vrijzinnige theologie in de 21e eeuw' door Paul Rasor die van 2015 tot 2017 verbonden was aan de Rijksuniversiteit Groningen)

 

 

 

 

Niet God spreekt

De bijbel wordt soms wel ‘Gods woord’ genoemd. Dat is riskant, zegt Carel ter Linden, omdat het suggereert dat God zelf daar aan het woord is. Het gaat in de bijbel om liefde en recht en trouw en verzoening. En omdat deze waarden, deze elementaire beginselen zelf niet spreken kunnen, heeft de mens ze een stem gegéven. Omdat ze zó belangrijk, zo beslissend voor het leven en onze samenleving zijn, wil het hier geen chaos worden. Het is geen God die spreekt. Het is het gelóóf van de profeet die zijn inzicht God in de mond legt. Ook als het gaat om de  evangeliën, moeten wij ons bedenken dat tussen wat ons is overgeleverd en de eigenlijke Jezus, altijd de evangelist zelf zit, die Jezus óók woorden in de mond legt. 

 

Zo'n god is er niet

Volgens Carel ter Linden hebben we steeds meer moeite met een God als een onafhankelijk van de mens en zijn wereld bestaande werkelijkheid, die de geschiedenis der mensen op een verborgen manier leidt. Denk daarbij aan allerlei afgrijselijke ziekten waartegen de mens eeuwenlang weerloos was, en ondanks de toename in medische kennis en techniek, ook altijd weerloos zal blijven. Vergeet niet hoe de mensen in de Middeleeuwen geleden hebben, maar denk ook aan hedendaagse ingrijpende ziekten. Het is godgeklaagd dat er geen god is die dat tegenhoudt, en roept: tot hier toe en niet verder! Maar zo’n god is er niet. Het enige wat er is, is de mógelijkheid dat mensen zelf beseffen dat er grenzen zijn aan wat zij doen kunnen. Dat zij zélf tegen anderen of tegen zichzelf zeggen: tot hier toe en niet verder. 

 

Het woord 'God'

Carel ter Linden denkt dat wij er niet aan ontkomen om, met alle verwarring die het gebruik van het woord ‘God’ oproept, met de bijbelse verhalen mee, toch dit woord te gebruiken om daarmee die eeuwige waarden aan te duiden. Maar hij pleit voor het woord ‘Geest’. God is een gééstelijke werkelijkheid. Voor die Geest van God hebben wij mensen ook een speciale antenne, en dat is onze ménselijke geest. Wij moeten dan ook zorgen dat we op die Geest van God lijken. Het lijkt met ons soms nergens naar. Wij zullen voor elkaar als die Geest van liefde, recht en barmhartigheid hebben te zijn.                   Harm Bosscher        

(Uit de lezing van ds. Carel ter Linden op 20 oktober 2019: 'Ik geloof in God', wat bedoel je daarmee? N.a.v. zijn boek 'Bijbelse Miniaturen')         

De Franse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995) is als Joodse jongen geboren in Litouwen, was scholier in de Oekraïne, studeerde filosofie in Straatsburg, werd genaturaliseerd Fransman, was vier jaren  krijgsgevangen in Duitsland, werd hoogleraar in Parijs met een eredoctoraat in Leiden. 

Het is de Holocaust, de dood van zes  miljoen Joden – Levinas verloor zijn ouders, zijn broers, zijn vrienden en zijn  geloofsgenoten – waardoor Levinas scherp nadenkt over de verhouding van de mens tot de medemens en tot God. De kern van religieus geloof is voor Levinas de opdracht de humaniteit te redden. 

 

God aanwezig en afwezig

In het denken van Levinas is zowel plaats voor de aanwezigheid als voor de  afwezigheid van God. Hij is aanwezig in de woorden van de Thora, in de leefregels voor het Goede leven. Door het bestuderen en overdenken van die woorden is God  steeds opnieuw met de werkelijkheid  verbonden. Het is een inspiratiebron voor rechtvaardigheid en solidariteit. Levinas interpreteert solidariteit als momenten waarop iets van het Goede en daarmee van God zichtbaar wordt. Dat God ook afwezig, verborgen, kan zijn, is een onmisbaar stadium op de weg naar religieuze volwassenheid.

 

Godsdienst voor volwassenen

Het lijden in de Tweede Wereldoorlog is voor Levinas een ervaring van Gods afwezigheid. In die godverlatenheid ontdekt de mens dat hij zelf verantwoordelijk is.  Het joodse geloof is volgens Levinas een godsdienst voor volwassenen. Het is een religie die het kinderlijk geloof heeft afgelegd, maar ook door het stadium van atheïsme is heengegaan. De gedachte aan God overkomt ons in de ethische ervaring,  als het heilige in alledaagse situaties, in  een ethiek van naastenliefde en compassie. Levinas interpreteert dit als: 'je zult niet doden' of 'je zult de ander niet in de steek laten'. 

 

Het gelaat van de medemens

Levinas ziet in het gelaat van de medemens die ons nodig heeft, een spoor van God die voorbij is gegaan. Het gelaat van die medemens raakt je onmiddellijk, het overkomt je, Levinas noemt het transcendentie. Je ervaart een onontkoombaar appèl op je verantwoordelijkheid. Door in te gaan op dat appèl vind je pas je identiteit. Het legt beslag op je vrijheid, maar het werkt ook  bevrijdend door het loskomen van het gericht zijn op jezelf. Volgens Levinas gaat het bij het religieuze verlangen van de mens naar de nabijheid van God om bevestiging van jezelf. Het moet daarom onderbroken worden, en omgebogen worden in een ethisch verlangen naar de nabijheid van de medemens.                 

                                        Harm Bosscher

(Deze tekst is gebaseerd op het boek 'Van zichzelf bevrijd, Levinas over transcendentie en nabijheid' 2019, door Renée van Riessen. Zij is o.a. bijzonder hoogleraar christelijke filosofie in Leiden) 

 

 

Dood van Jezus

Het sterven van de Joodse Jezus betekent de voltooiing en bevestiging van een leven waarin hij zijn volk opriep tot trouw aan het verbond met God. Sommige mensen denken dat Jezus moest sterven voor hun zonden, maar dat is een orthodoxe visie,  hij kwam om te leven! Hij belichaamde  liefde en barmhartigheid met zijn leven. Hij  raakte, in de radicaliteit waarmee hij de Thora uitlegde en toepaste, aan de wortels van de samenleving. Dat kan de leiders van Jeruzalem ertoe hebben gebracht zich van Jezus te willen ontdoen. 

 

Opstanding van Jezus

Opstanding betekent dat al wat Jezus in zijn leven gezegd en gedaan heeft in Gods geest, niet meer van deze aarde is weg te denken. Hij sterft, zijn lichaam begeeft het, zijn denken en voelen wordt uitgewist. Hij  is gedood, maar zijn geest leeft voort in zijn volgelingen.  

De evangelisten hebben met hun voorstelling van een uit zijn graf bevrijde en tot nieuw leven gewekte Jezus, aansluiting gezocht bij de Grieks-Romeinse denkwereld van die dagen, vertrouwd met het idee van opwekking uit de dood van halfgoden, koningen en helden. Deze opvatting was echter niet Joods.  

 

Verschijning van Jezus 

Verschijningsverhalen zijn in de Joodse en niet-Joodse cultuur van die dagen vrij algemeen. Het gaat daarin  niet om een feitelijke toedracht, maar om een diepzinnig verhaal.

Essentieel in het Paasgebeuren is wat de leerlingen van Jezus overkomt na zijn dood als zij 'in zak en as zitten', diep in de put zitten, verbijsterd en verlamd zijn. Zij hadden de deur op slot gedaan, maar plotseling ervaarden zij hem als in hun midden. Zij komen tot inzicht wie hij werkelijk in zijn leven voor mensen is geweest. In hen ontwaakt het besef dat het nu op hen aankomt. Hij is als het ware opgestaan in het leven van zijn volgelingen, waardoor hun leven  verandert. 

 

Erfenis van Jezus 

Wie door de persoon van Jezus geraakt is en zich in het leven op hem wil oriënteren, erft daarmee ook zijn inspiratiebronnen: de Thora en de Profeten uit het Oude Testament, met al wat dat inhoudt aan verantwoordelijklheid voor de medemens.  De toekomst van de wereld en de zin van het mens-zijn, staan of vallen met de vraag of mensen zich willen laten leiden door de geest van God, door wie ook Jezus van Nazaret zich in zijn leven gedragen wist.  Waar mensen in de omgang met elkaar zich daardoor laten leiden, gebeuren dingen ten goede. Al wat in het leven van mensen in die geest is, vormt een onmisbare schakel in het grote proces van de wording van deze wereld.                                        Harm Bosscher

(Deze tekst is gebaseerd op: 'Wat doe ik hier in GODSNAAM' en 'Wandelen over het water' door ds. Carel ter Linden)

 

 

 

De bijbel denkt God buiten de mens en buiten deze wereld. Die verbinding van de bijbelse verhalen met een hemelse God,  hangt ongetwijfeld samen met het feit dat de mensheid vanaf haar ontstaan de oorsprong van het raadsel van deze wereld en van alle leven, gewend was te zoeken in een bovenaardse werkelijkheid van goden. Een wereld waar het volk Israël zo’n 3500 jaar geleden mee brak. De zon, de maan, de regengod, de donder, ze verloren hun goddelijk karakter. 

 

De mens en God

Ik denk, zegt Carel ter Linden, dat wij de oorsprong van de geboden, van de eeuwige beginselen van recht en liefde en humaniteit, moeten zoeken bij de mens. Die werkelijkheid die wij vanouds God noemen, gaat niet aan de mens vooraf, maar zij is uit de mens voortgekomen. Het is niet eerst God en dan de mens. Het is andersom: eerst is er de mens, en die vormt zich goden, en daarna één God, en die God wordt sindsdien het morele kompas voor de mens. 

 

De God van de traditie

Carel ter Linden vraagt zich af: Kunnen wij het woordje ‘God’ vandaag nog wel gebruiken? Er heeft zich in de loop der eeuwen binnen de christelijke traditie een voorstelling van God gevormd als een geheel autonome, onafhankelijk van de mens en zijn wereld bestaande werkelijkheid, die denken en handelen kan, en zich van zichzelf bewust is. Een God die deze wereld zou hebben geschapen en de geschiedenis der mensen op een verborgen manier leidt. Een werkelijkheid die de macht heeft om gebeden van de mensen te verhoren, of niet te verhoren. 

 

Ons bestaan in de kosmos

Carel ter Linden kan geen enkele verbinding leggen tussen aan de ene kant de God uit de bijbel en aan de andere kant ons natuurlijke bestaan als deel van de kosmos. Denk aan hedendaagse  ingrijpende ziekten en ook aan het lijden dat wij mensen elkaar aandoen. Ook aan het lijden dat met de natuur zelf gegeven is, met de natuurrampen met onnoemelijk leed voor mens en dier. De natuur is een duister mysterie. 

 

God niet in de natuur

Voor dat mysterie van de ons omringende natuurlijke werkelijkheid wil Carel ter Linden nooit het woord 'God' gebruiken. De God van de bijbel kan hij in de natuur  nergens ontdekken. Het bijbels geloof vraagt de navolging van de eeuwige beginselen, zoals de profeten en Jezus van Nazareth die hebben verstaan en ons hebben voorgeleefd.         Harm Bosscher

(uit de lezing 'Ik geloof in God', wat bedoel je daarmee? door ds. Carel ter Linden)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ds. Co Kooman –  hij was predikant in Oegstgeest van 1981 tot 2003 –  hield enkele jaren geleden voor ons zijn lezing 'De Joodse Jezus en de Christelijke Jezus'. Zijn vraag is: Was Jezus een Jood of een christen? Als Jezus had geleefd in de tijd van onze ouders en van onszelf, dan was hij ook weggevoerd naar een van die oorden van verschrikking en daar waarschijnlijk ook omgebracht, want Jezus was ook maar een Jood...                  Harm Bosscher

 

De christelijke Jezus

Dat was dan het resultaat van een eeuwenlange, uiterst problematische relatie tussen christendom en Jodendom. In toenemende mate ging de christelijke kerk zich toe-eigenen wat aan het Joodse volk toebehoorde. Een lange traditie van weggroeien van onze Joodse wortels.

De Joodse bijbel, later het Oude Testament genoemd, werd door de kerk christelijk geïnterpreteerd. Het Verbond van het Joodse volk met de Eeuwige werd vervallen verklaard en de erenaam Israël werd opgeëist voor de kerk als 'het ware Israël'. Jezus werd  steeds meer aan zijn eigen volk ontnomen. Hij werd als een van ons gezien, als niet-Jood.  

 

De Joodse Jezus

Er is nu een denken over een meer Joodse Jezus. Professor Den Heyer heeft het de thuiskomst van de verloren zoon genoemd. Voor Joodse geleerden, schrijvers en schilders bleek Jezus verrassend nabij. Zij hebben ons als christenen geholpen om hem te laten thuiskomen. Dat valt nog niet zo mee, want dan laten we hem van ons weggaan, dat doen we niet graag.

We moeten leren om Jezus te laten zijn wat hij is voor zijn volksgenoten en zijn volgelingen: een Jood. Dat de Joodse Jezus een stem hoorde die woorden sprak van de profeet Jesaja, toont aan dat Jezus zijn roeping heeft verstaan vanuit de profetieën van deze Jesaja.    

 

Een nieuwe christologie

Wie is hij, die Jood die wij willen volgen? Want ons volgen gaat aan al ons nadenken en theologiseren vooraf; de praktijk gaat voor. Wat doen wij eigenlijk als wij het Oude Testament lezen waarvan het eerste adres Israël is en blijft. Het Nieuwe Testament is in een Joods milieu ontstaan, het is Joods en anti-Joods tegelijk. Zijn we ons dat wel bewust? In ieder ontwerp van een nieuwe christologie, van een vernieuwde uitleg van het christelijk geloof in Jezus, zal de Joodse context van Jezus de absolute grens zijn waarbinnen wij onze visie kunnen vormgeven. 

 

 

 

 

 

 

                         

 

                     

 

Een aantal jaren geleden hield ds. Henk Plomp, predikant in Oegstgeest tot 2005, voor ons zijn lezing 'Geloven is Verbeelden'. Met zijn instemming volgen  hierbij enkele gedeelten uit zijn lezing.

                                   Harm Bosscher

 

God bestaat niet, God gebeurt  

Mensen spreken over God naar aanleiding van ervaringen in de werkelijkheid. God bestaat niet abstract, als object, maar God gebeurt. Het is niet voor niets dat in de bijbel de Godsnaam niet mag worden uitgesproken, er mag geen beeld van gemaakt worden, want dan hebben we hem ergens staan, dan bestaat hij. Wij moeten af van het denken over God daarboven. Geen geheime kennis, geen stem uit de lucht, geen engel die iets influistert. God gebeurt in deze werkelijkheid, zoals ook liefde gebeurt. In die gebeurtenissen ervaren mensen het verbond met hun God, in een geheimnisvolle aanwezigheid, aangeduid met de NAAM: 'Ik-zal-erbij-zijn'. 

 

Mysterie en religie

De werkelijkheid wordt door de mens ervaren als een mysterie. Er is geen andere werkelijkheid. De werkelijkheid kan een overweldigend, ontzagwekkend, soms huiveringwekkend karakter krijgen. Dan voel je dat de werkelijkheid je uitnodigt tot religie. In religie beleven we de ene werkelijkheid als een geheimenis. Daar zit het woordje 'heim' in, je voelt je erin thuis. Dat is een van de belangrijkste functies van de religie. Zin en samenhang brengen in deze mysterieuze werkelijkheid. Thuis-zijn heeft ook iets te maken met heil, verlossing, verlichting, bevrijding, op-adem-komen. Religie kan de functie hebben dat je je vrij voelt. 

 

Geloven is Verbeelden

Het christelijk geloof is van verbeelding; en van verbeelding moet je geen waarheden maken. Religieuze taal is beeldtaal, het is poëzie. Vruchten van de verbeelding zijn de myhen, de verhalen over krachten, over goden. Verhalen die legenden zijn geworden. Het gaat om de betekenis; er worden waarden overgedragen. De verbinding met de historische kern is vaak heel dun, soms zelfs helemaal afwezig. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Jezus van Nazareth die binnen de Grieks-Romeinse wereld de Christus-Pancreator wordt en die daardoor een ongelofelijke symboliek moet gaan dragen. De vraag is in hoeverre hij dat allemaal wel kan dragen, of dat de bedoeling is.   

 

 

 

 

 

Zondagmiddag 20 oktober 15u-17u komt ds. Carel ter Linden in het Dorpscentrum  voor een lezing en gesprek, iedereen welkom. Zijn boek 'Bijbelse miniaturen' gaat over personen en verhalen uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament. De Bijbelse verhalen zijn geen bezit van de kerk of de synagoge, maar gemeenschappelijk erfgoed van een oud volk dat met zijn levensvisie onze cultuur diepgaand heeft beïnvloed.  Hierbij enkele gedachten uit de inleiding van zijn boek.                Harm Bosscher

 

Wat onder 'God' verstaan?

Wat de Bijbel 'God' noemt, is in mijn ogen, zegt Carel ter Linden, een heilig krachtenveld van eeuwige beginselen. De mens heeft zelf deze fundamentele waarden ontdekt. Maar heeft hij ze eenmaal ontdekt, dan zijn ze hem ook heilig, dan zijn ze voortaan voor hem als 'God'. De eeuwige beginselen voorstellen als persoon, is in de tijd waarin die voorstelling ontstond, geen onzinnige vondst. 

 

Bijbelse verhalen

Wij doen de Bijbelse verhalen tekort als wij ze beschouwen als verslagen van gebeurtenissen. Het oude Israël stelde zich de eeuwige beginselen voor als een persoon met menselijke trekken, iemand die ons mensen vanuit de hemel 'hoorde' en 'zag', en die tot ons 'sprak'. De Bijbelse vertellers spraken over 'God' voortdurend in beelden die zij ontleenden  aan hun eigen wereld. 'God' niet als een zelfstandig buiten de mens om opererende grootheid, maar als een geestelijke werkelijkheid die haar werk uitsluitend kan doen als de mens haar handen en voeten geeft. 

 

'En God sprak ...'

In de aankondiging van zijn lezing schrijft Carel ter Linden dat het in de bijbel gaat om unieke, niet-historische, bééldende verhalen met een verborgen wijsheid.  Deze wijsheid wordt in de verhalen gezien als afkomstig van een ‘God’, die daarin af en toe het woord neemt. Een gedachte die voor niet-gelovigen uiteraard ondenkbaar is. Maar hoe beleven ‘gelovigen’ dit in deze tijd? Moet ook dit ‘spreken van God’ misschien verstaan worden als een bééld uit de cultuur van die dagen? En wanneer iemand zegt: 'Ik geloof in God’, wat bedoelt hij of zij daar dan mee? 

 

 

 

In de loop van de jaren is het Huub Oosterhuis duidelijk geworden dat de bijbel niet gaat over het eeuwige leven, over de hemel, maar over het leven op aarde. De ondertitel van de bijbel is 'de ontdekking van de aarde', niet 'de ontdekking van de hemel'. De bijbel gaat over het leven van onderdrukten en van vreemdelingen op aarde. In hun hart en hun verstand is opgekomen dat er op aarde een ander leven mogelijk moet zijn. Het visioen van een nieuwe aarde van gerechtigheid en vrede.                       Harm Bosscher

 

Laat ze blijven

Het gedicht met deze titel is uit de bundel 'Die wij denken' van Huub Oosterhuis.

Waar je bent geboren en getogen

moet je daarvandaan -

wie heeft dat beslist?

 

Had je willen zijn geboren

als je dat tevoren wist?

 

Handen af, zingt mijn geweten,

laat ze blijven, laat ze blijven.

God en bijna iedereen

staat aan hun kant.

 

Overheid,

doe niet zo verbeten.

Maak een beter

liever Nederland.

 

Alles voor allen

De titel van het boek van Huub Oosterhuis: 'Een huis waar alles woont', betekent: 'alles-voor-allen': gemeenschap, zinsverband en 'zin van het leven'. Alles wat het tegendeel is van leegte, onland, ongein, onzin. Trefpunt waar het grote verhaal wordt hooggehouden, dat alles ten goede moet komen aan allen, en dat niemand er niet bij hoort – het volstrekte tegendeel van wat ooit en tot op vandaag 'klassenmaatschappij' genoemd wordt. 

 

Zich thuis voelen

Huub Oosterhuis zou graag een keten van huizen zien ontstaan voor asielzoekers. En  gastverblijven, kloosters van de eenentwintigste eeuw, waar ook ongewone, onmogelijke mensen kunnen wonen. Samen met gewone, voor het snelle leven van deze eeuw iets meer toegeruste mensen. Een netwerk van huizen waar het grote 'alles- voor-allen' verhaal wordt gelezen, gespeld, gezongen, ondervraagd, uitgelegd, betwijfeld, aangevochten, bepleit, alsof het leven er vanaf hangt. 

 

Voor wie nog meer? 

Voor wie uit de kerken zijn weggeraakt maar nog leven in het verhaal dat zij daar ooit vernamen. En voor wie nog nooit in een kerk zijn geweest, zelfs nooit met het grote verhaal in contact zijn gekomen, maar die vermoeden dat het bestaat en er zich voor zouden kunnen openen als het hun wordt aangeboden.      

 

 

Dr.Janneke Stegeman was 'theoloog des vaderlands'. Zij verzorgde een bijdrage aan het symposium 'Jezus: mythe, mens, dogma'. De titel van haar bijdrage was: 'De mythe voorbij, de vloeibare tradities over Jezus, vragen rondom de historische versus de mythische Jezus. Zij zegt daarover dat die vragen van de jaren '80 van de vorige eeuw reeds enige tijd voorbij zijn, dat de vragen zijn veranderd.                    Harm Bosscher

 

Beelden van Jezus

De Joodse auteurs van het Nieuwe Testament modelleren Jezus naar teksten uit de Joodse bijbel, die wij Oude Testament noemen. Uit de bijbel spreekt een doorleefde, speelse, creatieve, soms ook rebelse houding van Jezus. Wij  bouwen ook onze Jezus op met onze beelden. Zo zegt Janneke Stegeman over Jezus dat hij  tijdens zijn leven radicaal,  verrassend, ruimtegevend was. 

Traditie is altijd in beweging, dat houdt in:  creativiteit, verbeeldingskracht. Belangrijk daarbij is: je geloofwaardig blijven verhouden tot die traditie. Je religieuze leven vormgeven op een manier die het verhaal levend houdt. 

 

Jezus, historisch of mythisch?

Is er een historische Jezus geweest? Waarschijnlijk wel, zegt Janneke Stegeman. Maar natuurlijk is Jezus ook een mythische figuur, gevoed door o.a.  Babylonische, Assyrische, Egyptische mythologieën. Een mythe is niet zozeer een verhaal dat niet waar is, maar een verhaal dat we vertellen om zin te geven aan ons leven. In de bijbel gaat het niet over feiten, maar over levensverhalen van mensen en hun worstelingen. Die verhalen zijn van levensbelang. We moeten op de preekstoel vertellen wat de aard is van de verhalen die we lezen. Sommige mensen zullen daar dan blij mee zijn, anderen zullen van hun stoel vallen.         

 

Onderdrukking en bevrijding

Voor Janneke Stegeman gaat religie over bevrijding. Het dominante beeld van Jezus is volgens haar nog steeds dat van een witte, heterosexuele man. Dat beeld heeft een rol gespeeld in koloniale ondernemingen, slavenhandel, racisme en andere vormen van uitsluiting en uitbuiting. 

Theologie zou moeten gaan over onderdrukking en bevrijding, over de manieren waarop Westerse christelijke ideeën daaraan hebben bijgedragen en nog steeds bijdragen. De discussie over de historiciteit van Jezus is me te veilig, zegt Janneke Stegeman. Het gaat te weinig over ons, onze geschiedenissen en  verantwoordelijkheden. Hoe diepgaand weten wij ons wel en niet met die werkelijkheid verbonden?

 

Op zondagmiddag 20 oktober komt ds. Carel ter Linden terug in Oegstgeest voor een lezing en gesprek. In maart 2017 was Carel ter Linden in het programma 'Het Vermoeden' in gesprek met Annemiek Schrijver. Hierbij enkele gedachten uit dat gesprek en uit zijn boek 'Wat doe ik hier in GODSNAAM?'          Harm Bosscher. 

                                  

Dit is mijn leven

In het gesprek zei Carel ter Linden: Ik geloof niet meer dat God deze wereld en ook mij geschapen heeft. Ik ben er nadat mijn ouders elkaar bemind hebben, toen was ik er ineens. De adem die ik bij mijn geboorte ontvangen heb, geef ik als ik dood ga, weer terug. Vroeger dacht ik: als ik dood ben, zal ik eindelijk God zien. Nu denk ik: dat kan eigenlijk niet. Ik aanvaard het einde van mijn leven in dankbaarheid voor wat ik heb ontvangen. Ik hoop dat mijn leven iets heeft bijgedragen voor mijn kinderen, vrienden, de mensen voor wie ik dominee was.    

 

Een leven na de dood?

De gedachte van een 'opgenomen worden in de hemel', is mij vreemd geworden, schrijft Carel ter Linden in zijn boek. Ik wil benadrukken dat ik niemand iets wil afnemen. Ik heb mijzelf hiermee iets afgenomen. Want wat zou ik mijn lieve vrouw graag terugzien, de moeder van mijn kinderen. En mijn wijze vader en moeder. Wij hebben soms grote moeite met het besef dat het leven straks voorbij zal zijn. Ik geloof ook niet dat Jezus nog leeft. Het gaat erom dat de woorden en daden van Jezus van eeuwige betekenis zijn. Al wat in het leven van Jezus, en van ons, in de geest van God was, vormt een schakel in de wording van deze wereld.       

 

Geen wonderen

In het gesprek zegt Carel ter Linden: Het leven is voor mij wel een en al verwondering, maar soms ook verbijstering. Ik geloof echter niet in wonderen, zoals: wandelen over het water of de vermenigvuldiging van vijf broden tot voedsel voor 5000 mensen. Er gebeuren geen wonderen, in de zin van een plotselinge ingreep van 'hogerhand'.  De Bijbel bevat diepzinnige verhalen die iets zeggen willen. De essentie van het mens-zijn houdt in: levenskracht en levensmoed, eerbied voor het leven, trouw, liefde, zorg, recht, mededogen,  barmhartigheid, vergeving, verzoening. Het gaat in het leven om eeuwige beginselen zoals al beschreven in de 'tien geboden'. 

 

Het meest wezenlijke van religie is, of zou moeten zijn, dat het mensen de vrijheid geeft om hun plaats in het leven en de samenleving te vinden en niet om hen vanuit een autoriteit die plaats aan te wijzen. Geloven geeft te denken en dat denken zal redelijk moeten zijn.

 

God verwerkelijken 

Over God kan slechts binnen een godsdienstige context en niet anders dan in symbolische termen worden gesproken. Er is geen andere vorm om over God te verhalen dan door gebruik te maken van mythologische beelden. De godsidee is gevormd van horen zeggen.  Een idee is niets, het wordt iets door verwerkelijking. Liefde is niets, maar moet verwerkelijkt worden door lief te hebben. De geest is op zich niets, maar ontleent zijn kracht aan haar dragers. God licht voor ons op in oprechte mensen. Ze zijn 'Voor een tijd een plaats van God' zoals Gerrit  Achterberg dicht. In het boek met dezelfde titel van Harry Kuitert, noemt hij ze ook 'dragers van geest'.

 

Functie Godsgeloof 

Een mythe is een geloofsverhaal dat gegroeid is in een geloofsgemeenschap.  Het mythische is geen voorwerp van geloof, maar bij het mythische verhaal gaat het om intuïtief begrijpen van ons bestaan. Zelfs in tijden dat de mythische verhalen voor 'waar' gehouden werden, was de interpretatie belangrijker. 

Als de metafysische God dood is, betekent dat niet het einde van God. Door de 'ontmoeting met God' wordt ons leven in een ander licht gesteld, er ontstaat een nieuw perspectief. Het behoedt ons voor de overmoed om te denken dat alles in onze hand ligt en alles maakbaar is. En verzoent ons met onze onmacht en beperktheid, zonder dat de verantwoordelijkheid voor wat wel in ons vermogen ligt ons wordt ontnomen. We worden geconfronteerd met onze vrijheid en onze mogelijkheden, maar ook met ons tekort. Verhalen geven aan de ideeën over ons mens-zijn handen en voeten, ze raken ons hart. 

 

Geloof geeft te denken

Het gebruik van mythische taal zit wel vol valkuilen. De geloofsgemeenschap kan de eigen identiteit van mensen volledig ondergeschikt maken aan de groep/religie, door uiterst dwingend een ware leer, een ware liturgie en een ware levenshouding te willen opleggen. Zeker als men denkt namens God te kunnen spreken. Een mens is er dan voor de religie en de religie niet meer voor de mensen. In eerste instantie is religie er voor het 'kleine leven'. Zodra ze een zetel wil verwerven in het machtsspel van het 'grote leven', gaat het faliekant mis, zoals de geschiedenis overduidelijk heeft laten zien en nog laat zien.

Harm Bosscher

Uit het slot van het essay 'Redelijk geloven' door dr. Arne Jonges. Hij was o.a. vrijzinnig predikant in Den Haag.

 

 

 

Het lijdensverhaal nagespeeld

Je kunt het bijbelse verhaal over Jezus op allerlei manieren tot leven laten komen. Je kunt het lezen en toepassen op je eigen leven (zoals bijvoorbeeld in de kerk gebeurt). Je kunt het zo getrouw mogelijk proberen weer te geven in een historische film (Mel Gibson's The Passion of Christ). Of je speelt het na in een moderne context, waarbij je details van het heden en details van het verleden in elkaar over laat vloeien. Dat doen de Passiespelen, dat doet Jesus Christ Superstar, en dat doet ook The Passion.  

 

Het heilige buiten de kerk 

De muzikale opvoering van het lijdensverhaal van Jezus wordt dit jaar verzorgd op donderdag 18 april in Dordrecht. In 2014 waren er al 200.000 mensen bij aanwezig en jaarlijks kijen er via tv al ruim 3 miljoen mensen mee. Ook veel ongelovigen worden door The Passion geraakt. Dit past in onze cultuur waar het heilige voor veel mensen niet meer in de kerk gebeurt, maar elders wordt gevonden. De rollen in The Passion worden vertolkt door bekende Nederlanders, en de liederen zijn Nederlandstalige songs die door de context van The Passion ineens een heel andere lading krijgen.

 

Beleving van de The Passion

Het meelopen in die processie is een uitdrukking van verbondenheid met een traditie van ouders en grootouders. Het is een teken van gemeenschap met de mensen met wie men naar The Passion  toegaat. Het is een 'zich aansluiten' bij het verhaal van iemand 'die een goed mens was', om uit te drukken dat men het goede wil doen. Het is het opdragen van een bijzondere avondwandeling aan een overledene of aan iemand die het moeilijk heeft. Een stille tocht tegen zinloos geweld. De beleving van 'het andere', van iets dat groter is dan wijzelf. Het gaat om zich  geraakt voelen door wat we noemen 'de grote vragen' van het leven. 

 

Verschil met de evangeliën

Waar moeten kijkers zich bewust van zijn? Voor de joodse context van Jezus' leven is beperkt aandacht; al is er wel sprake van de Messias. Het verhaal wordt verteld als een universeel verhaal  van lijden en eenzaamheid, van vergeving en liefde. Er is verschil in de rol van Judas en in de rol van Pilatus. De evangeliën vertellen over het lijden en sterven van Jezus, maar niet over de gruwelijke praktijk van zijn kruisiging, terwijl het fysieke lijden van Jezus in The Passion juist een belangrijk thema is.  

Harm Bosscher

Uit: 'God, iets of niets', door Taede A. Smedes en uit: '5 dingen die elke kijker moet weten' (zie volledige tekst op internet) door Stefan 

 

Twee werelden

Tot ver in de 20ste eeuw blijft een twee-werelden-metafysica het wereldbeeld van veel gelovigen bepalen. Deze visie deelt de werkelijkheid op in een beneden- en een bovenwereld. De benedenwereld is zintuiglijk, veranderlijk en onvolmaakt. De bovenwereld daarentegen is geestelijk, eeuwig en volmaakt. In de ene wereld leven mensen; in de andere woont God.  

De tijd van de religie als twee-werelden-metafysica is voorbij. Niet  naar boven kijken, maar naar voren; de ene voet voor de andere zetten. Pelgrimage als metafoor voor het leven. Als pelgrim zijn wij op zoek naar onszelf, een soms pijnlijke en duistere confrontatie, waardoor we onrustig worden. 

 

De moderne pelgrim

Als moderne pelgrim zijn we het geloof in God daarboven kwijt, maar we worden in beweging gebracht door iets dat je naar voren roept. Het heilige of transcendente openbaart zich niet meer vanuit de hemel.   Je kijkt niet meer naar boven voor een reddende hand, maar strekt je uit naar voren, naar een wenkend gebaar vanuit de toekomst.  Als een zwervende nomade die een stem hoort, onrustig wordt, en op weg gaat. Of de stem van buiten of van binnen komt, maakt niet uit. Beslissend is dat je hem hoort en in beweging komt.  

 

Iets overkomt je

De moderne pelgrim heeft de gerichtheid op een hemel of hiernamaals  losgelaten. Voor de pelgrim nieuwe stijl telt het doel niet. De reis zélf is de bestemming. De reis dóét iets met de pelgrim, die zich voelt aangetrokken door waarden als onthechting en eenheid met de natuur. De moderne pelgrim laat zich onderweg iets overkomen. Contact met dat wat ons overstijgt; waar het in religie in de kern om gaat. De pelgrim doet een beroep op de gastvrijheid van anderen en omgekeerd, leeft op bij de ontmoeting met mensen met wie je een tijdje optrekt.    

 

Leven op de aarde

Zo zijn wij eigenlijk allemaal pelgrims op onze levensreis. De pelgrimage als beeld voor het leven, is een universele metafoor.  

Religies hebben doorgaans allemaal de troostrijke, comfortabele voorstelling van het hiernamaals in hun pakket. Een hemel, een Nirwana, een paradijselijke tuin, waarin je na je dood eeuwig voortleeft. Maar de essentie van geloof ligt in de dagelijkse praktijk, in een concrete ethiek. In het besef dat dit verrukkelijke en verschrikkelijke leven het nog niet is. Elke dag opnieuw opstaan in de hoop dat het leven morgen beter, rechtvaardiger, wordt. Zoals men in het jodendom ieder moment verwacht dat de Messias kan komen. Als hij dan niet komt, is er steeds weer de hoop dat hij morgen komt.           

Harm Bosscher

 

Lezing woensdag 27 februari 20u.

Dorpscentrum. Frits de Lange, hoogleraar Ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit, over zijn boek 'Heilige onrust. Iedereen hartelijk welkom, bijdrage € 5.-