Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

Een aantal jaren geleden hield ds. Henk Plomp, predikant in Oegstgeest tot 2005, voor ons zijn lezing 'Geloven is Verbeelden'. Met zijn instemming volgen  hierbij enkele gedeelten uit zijn lezing.

                                   Harm Bosscher

 

God bestaat niet, God gebeurt  

Mensen spreken over God naar aanleiding van ervaringen in de werkelijkheid. God bestaat niet abstract, als object, maar God gebeurt. Het is niet voor niets dat in de bijbel de Godsnaam niet mag worden uitgesproken, er mag geen beeld van gemaakt worden, want dan hebben we hem ergens staan, dan bestaat hij. Wij moeten af van het denken over God daarboven. Geen geheime kennis, geen stem uit de lucht, geen engel die iets influistert. God gebeurt in deze werkelijkheid, zoals ook liefde gebeurt. In die gebeurtenissen ervaren mensen het verbond met hun God, in een geheimnisvolle aanwezigheid, aangeduid met de NAAM: 'Ik-zal-erbij-zijn'. 

 

Mysterie en religie

De werkelijkheid wordt door de mens ervaren als een mysterie. Er is geen andere werkelijkheid. De werkelijkheid kan een overweldigend, ontzagwekkend, soms huiveringwekkend karakter krijgen. Dan voel je dat de werkelijkheid je uitnodigt tot religie. In religie beleven we de ene werkelijkheid als een geheimenis. Daar zit het woordje 'heim' in, je voelt je erin thuis. Dat is een van de belangrijkste functies van de religie. Zin en samenhang brengen in deze mysterieuze werkelijkheid. Thuis-zijn heeft ook iets te maken met heil, verlossing, verlichting, bevrijding, op-adem-komen. Religie kan de functie hebben dat je je vrij voelt. 

 

Geloven is Verbeelden

Het christelijk geloof is van verbeelding; en van verbeelding moet je geen waarheden maken. Religieuze taal is beeldtaal, het is poëzie. Vruchten van de verbeelding zijn de myhen, de verhalen over krachten, over goden. Verhalen die legenden zijn geworden. Het gaat om de betekenis; er worden waarden overgedragen. De verbinding met de historische kern is vaak heel dun, soms zelfs helemaal afwezig. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Jezus van Nazareth die binnen de Grieks-Romeinse wereld de Christus-Pancreator wordt en die daardoor een ongelofelijke symboliek moet gaan dragen. De vraag is in hoeverre hij dat allemaal wel kan dragen, of dat de bedoeling is.   

 

 

 

 

 

Zondagmiddag 20 oktober 15u-17u komt ds. Carel ter Linden in het Dorpscentrum  voor een lezing en gesprek, iedereen welkom. Zijn boek 'Bijbelse miniaturen' gaat over personen en verhalen uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament. De Bijbelse verhalen zijn geen bezit van de kerk of de synagoge, maar gemeenschappelijk erfgoed van een oud volk dat met zijn levensvisie onze cultuur diepgaand heeft beïnvloed.  Hierbij enkele gedachten uit de inleiding van zijn boek.                Harm Bosscher

 

Wat onder 'God' verstaan?

Wat de Bijbel 'God' noemt, is in mijn ogen, zegt Carel ter Linden, een heilig krachtenveld van eeuwige beginselen. De mens heeft zelf deze fundamentele waarden ontdekt. Maar heeft hij ze eenmaal ontdekt, dan zijn ze hem ook heilig, dan zijn ze voortaan voor hem als 'God'. De eeuwige beginselen voorstellen als persoon, is in de tijd waarin die voorstelling ontstond, geen onzinnige vondst. 

 

Bijbelse verhalen

Wij doen de Bijbelse verhalen tekort als wij ze beschouwen als verslagen van gebeurtenissen. Het oude Israël stelde zich de eeuwige beginselen voor als een persoon met menselijke trekken, iemand die ons mensen vanuit de hemel 'hoorde' en 'zag', en die tot ons 'sprak'. De Bijbelse vertellers spraken over 'God' voortdurend in beelden die zij ontleenden  aan hun eigen wereld. 'God' niet als een zelfstandig buiten de mens om opererende grootheid, maar als een geestelijke werkelijkheid die haar werk uitsluitend kan doen als de mens haar handen en voeten geeft. 

 

'En God sprak ...'

In de aankondiging van zijn lezing schrijft Carel ter Linden dat het in de bijbel gaat om unieke, niet-historische, bééldende verhalen met een verborgen wijsheid.  Deze wijsheid wordt in de verhalen gezien als afkomstig van een ‘God’, die daarin af en toe het woord neemt. Een gedachte die voor niet-gelovigen uiteraard ondenkbaar is. Maar hoe beleven ‘gelovigen’ dit in deze tijd? Moet ook dit ‘spreken van God’ misschien verstaan worden als een bééld uit de cultuur van die dagen? En wanneer iemand zegt: 'Ik geloof in God’, wat bedoelt hij of zij daar dan mee? 

 

 

 

In de loop van de jaren is het Huub Oosterhuis duidelijk geworden dat de bijbel niet gaat over het eeuwige leven, over de hemel, maar over het leven op aarde. De ondertitel van de bijbel is 'de ontdekking van de aarde', niet 'de ontdekking van de hemel'. De bijbel gaat over het leven van onderdrukten en van vreemdelingen op aarde. In hun hart en hun verstand is opgekomen dat er op aarde een ander leven mogelijk moet zijn. Het visioen van een nieuwe aarde van gerechtigheid en vrede.                       Harm Bosscher

 

Laat ze blijven

Het gedicht met deze titel is uit de bundel 'Die wij denken' van Huub Oosterhuis.

Waar je bent geboren en getogen

moet je daarvandaan -

wie heeft dat beslist?

 

Had je willen zijn geboren

als je dat tevoren wist?

 

Handen af, zingt mijn geweten,

laat ze blijven, laat ze blijven.

God en bijna iedereen

staat aan hun kant.

 

Overheid,

doe niet zo verbeten.

Maak een beter

liever Nederland.

 

Alles voor allen

De titel van het boek van Huub Oosterhuis: 'Een huis waar alles woont', betekent: 'alles-voor-allen': gemeenschap, zinsverband en 'zin van het leven'. Alles wat het tegendeel is van leegte, onland, ongein, onzin. Trefpunt waar het grote verhaal wordt hooggehouden, dat alles ten goede moet komen aan allen, en dat niemand er niet bij hoort – het volstrekte tegendeel van wat ooit en tot op vandaag 'klassenmaatschappij' genoemd wordt. 

 

Zich thuis voelen

Huub Oosterhuis zou graag een keten van huizen zien ontstaan voor asielzoekers. En  gastverblijven, kloosters van de eenentwintigste eeuw, waar ook ongewone, onmogelijke mensen kunnen wonen. Samen met gewone, voor het snelle leven van deze eeuw iets meer toegeruste mensen. Een netwerk van huizen waar het grote 'alles- voor-allen' verhaal wordt gelezen, gespeld, gezongen, ondervraagd, uitgelegd, betwijfeld, aangevochten, bepleit, alsof het leven er vanaf hangt. 

 

Voor wie nog meer? 

Voor wie uit de kerken zijn weggeraakt maar nog leven in het verhaal dat zij daar ooit vernamen. En voor wie nog nooit in een kerk zijn geweest, zelfs nooit met het grote verhaal in contact zijn gekomen, maar die vermoeden dat het bestaat en er zich voor zouden kunnen openen als het hun wordt aangeboden.      

 

 

Dr.Janneke Stegeman was 'theoloog des vaderlands'. Zij verzorgde een bijdrage aan het symposium 'Jezus: mythe, mens, dogma'. De titel van haar bijdrage was: 'De mythe voorbij, de vloeibare tradities over Jezus, vragen rondom de historische versus de mythische Jezus. Zij zegt daarover dat die vragen van de jaren '80 van de vorige eeuw reeds enige tijd voorbij zijn, dat de vragen zijn veranderd.                    Harm Bosscher

 

Beelden van Jezus

De Joodse auteurs van het Nieuwe Testament modelleren Jezus naar teksten uit de Joodse bijbel, die wij Oude Testament noemen. Uit de bijbel spreekt een doorleefde, speelse, creatieve, soms ook rebelse houding van Jezus. Wij  bouwen ook onze Jezus op met onze beelden. Zo zegt Janneke Stegeman over Jezus dat hij  tijdens zijn leven radicaal,  verrassend, ruimtegevend was. 

Traditie is altijd in beweging, dat houdt in:  creativiteit, verbeeldingskracht. Belangrijk daarbij is: je geloofwaardig blijven verhouden tot die traditie. Je religieuze leven vormgeven op een manier die het verhaal levend houdt. 

 

Jezus, historisch of mythisch?

Is er een historische Jezus geweest? Waarschijnlijk wel, zegt Janneke Stegeman. Maar natuurlijk is Jezus ook een mythische figuur, gevoed door o.a.  Babylonische, Assyrische, Egyptische mythologieën. Een mythe is niet zozeer een verhaal dat niet waar is, maar een verhaal dat we vertellen om zin te geven aan ons leven. In de bijbel gaat het niet over feiten, maar over levensverhalen van mensen en hun worstelingen. Die verhalen zijn van levensbelang. We moeten op de preekstoel vertellen wat de aard is van de verhalen die we lezen. Sommige mensen zullen daar dan blij mee zijn, anderen zullen van hun stoel vallen.         

 

Onderdrukking en bevrijding

Voor Janneke Stegeman gaat religie over bevrijding. Het dominante beeld van Jezus is volgens haar nog steeds dat van een witte, heterosexuele man. Dat beeld heeft een rol gespeeld in koloniale ondernemingen, slavenhandel, racisme en andere vormen van uitsluiting en uitbuiting. 

Theologie zou moeten gaan over onderdrukking en bevrijding, over de manieren waarop Westerse christelijke ideeën daaraan hebben bijgedragen en nog steeds bijdragen. De discussie over de historiciteit van Jezus is me te veilig, zegt Janneke Stegeman. Het gaat te weinig over ons, onze geschiedenissen en  verantwoordelijkheden. Hoe diepgaand weten wij ons wel en niet met die werkelijkheid verbonden?

 

Op zondagmiddag 20 oktober komt ds. Carel ter Linden terug in Oegstgeest voor een lezing en gesprek. In maart 2017 was Carel ter Linden in het programma 'Het Vermoeden' in gesprek met Annemiek Schrijver. Hierbij enkele gedachten uit dat gesprek en uit zijn boek 'Wat doe ik hier in GODSNAAM?'          Harm Bosscher. 

                                  

Dit is mijn leven

In het gesprek zei Carel ter Linden: Ik geloof niet meer dat God deze wereld en ook mij geschapen heeft. Ik ben er nadat mijn ouders elkaar bemind hebben, toen was ik er ineens. De adem die ik bij mijn geboorte ontvangen heb, geef ik als ik dood ga, weer terug. Vroeger dacht ik: als ik dood ben, zal ik eindelijk God zien. Nu denk ik: dat kan eigenlijk niet. Ik aanvaard het einde van mijn leven in dankbaarheid voor wat ik heb ontvangen. Ik hoop dat mijn leven iets heeft bijgedragen voor mijn kinderen, vrienden, de mensen voor wie ik dominee was.    

 

Een leven na de dood?

De gedachte van een 'opgenomen worden in de hemel', is mij vreemd geworden, schrijft Carel ter Linden in zijn boek. Ik wil benadrukken dat ik niemand iets wil afnemen. Ik heb mijzelf hiermee iets afgenomen. Want wat zou ik mijn lieve vrouw graag terugzien, de moeder van mijn kinderen. En mijn wijze vader en moeder. Wij hebben soms grote moeite met het besef dat het leven straks voorbij zal zijn. Ik geloof ook niet dat Jezus nog leeft. Het gaat erom dat de woorden en daden van Jezus van eeuwige betekenis zijn. Al wat in het leven van Jezus, en van ons, in de geest van God was, vormt een schakel in de wording van deze wereld.       

 

Geen wonderen

In het gesprek zegt Carel ter Linden: Het leven is voor mij wel een en al verwondering, maar soms ook verbijstering. Ik geloof echter niet in wonderen, zoals: wandelen over het water of de vermenigvuldiging van vijf broden tot voedsel voor 5000 mensen. Er gebeuren geen wonderen, in de zin van een plotselinge ingreep van 'hogerhand'.  De Bijbel bevat diepzinnige verhalen die iets zeggen willen. De essentie van het mens-zijn houdt in: levenskracht en levensmoed, eerbied voor het leven, trouw, liefde, zorg, recht, mededogen,  barmhartigheid, vergeving, verzoening. Het gaat in het leven om eeuwige beginselen zoals al beschreven in de 'tien geboden'. 

 

Het meest wezenlijke van religie is, of zou moeten zijn, dat het mensen de vrijheid geeft om hun plaats in het leven en de samenleving te vinden en niet om hen vanuit een autoriteit die plaats aan te wijzen. Geloven geeft te denken en dat denken zal redelijk moeten zijn.

 

God verwerkelijken 

Over God kan slechts binnen een godsdienstige context en niet anders dan in symbolische termen worden gesproken. Er is geen andere vorm om over God te verhalen dan door gebruik te maken van mythologische beelden. De godsidee is gevormd van horen zeggen.  Een idee is niets, het wordt iets door verwerkelijking. Liefde is niets, maar moet verwerkelijkt worden door lief te hebben. De geest is op zich niets, maar ontleent zijn kracht aan haar dragers. God licht voor ons op in oprechte mensen. Ze zijn 'Voor een tijd een plaats van God' zoals Gerrit  Achterberg dicht. In het boek met dezelfde titel van Harry Kuitert, noemt hij ze ook 'dragers van geest'.

 

Functie Godsgeloof 

Een mythe is een geloofsverhaal dat gegroeid is in een geloofsgemeenschap.  Het mythische is geen voorwerp van geloof, maar bij het mythische verhaal gaat het om intuïtief begrijpen van ons bestaan. Zelfs in tijden dat de mythische verhalen voor 'waar' gehouden werden, was de interpretatie belangrijker. 

Als de metafysische God dood is, betekent dat niet het einde van God. Door de 'ontmoeting met God' wordt ons leven in een ander licht gesteld, er ontstaat een nieuw perspectief. Het behoedt ons voor de overmoed om te denken dat alles in onze hand ligt en alles maakbaar is. En verzoent ons met onze onmacht en beperktheid, zonder dat de verantwoordelijkheid voor wat wel in ons vermogen ligt ons wordt ontnomen. We worden geconfronteerd met onze vrijheid en onze mogelijkheden, maar ook met ons tekort. Verhalen geven aan de ideeën over ons mens-zijn handen en voeten, ze raken ons hart. 

 

Geloof geeft te denken

Het gebruik van mythische taal zit wel vol valkuilen. De geloofsgemeenschap kan de eigen identiteit van mensen volledig ondergeschikt maken aan de groep/religie, door uiterst dwingend een ware leer, een ware liturgie en een ware levenshouding te willen opleggen. Zeker als men denkt namens God te kunnen spreken. Een mens is er dan voor de religie en de religie niet meer voor de mensen. In eerste instantie is religie er voor het 'kleine leven'. Zodra ze een zetel wil verwerven in het machtsspel van het 'grote leven', gaat het faliekant mis, zoals de geschiedenis overduidelijk heeft laten zien en nog laat zien.

Harm Bosscher

Uit het slot van het essay 'Redelijk geloven' door dr. Arne Jonges. Hij was o.a. vrijzinnig predikant in Den Haag.

 

 

 

Het lijdensverhaal nagespeeld

Je kunt het bijbelse verhaal over Jezus op allerlei manieren tot leven laten komen. Je kunt het lezen en toepassen op je eigen leven (zoals bijvoorbeeld in de kerk gebeurt). Je kunt het zo getrouw mogelijk proberen weer te geven in een historische film (Mel Gibson's The Passion of Christ). Of je speelt het na in een moderne context, waarbij je details van het heden en details van het verleden in elkaar over laat vloeien. Dat doen de Passiespelen, dat doet Jesus Christ Superstar, en dat doet ook The Passion.  

 

Het heilige buiten de kerk 

De muzikale opvoering van het lijdensverhaal van Jezus wordt dit jaar verzorgd op donderdag 18 april in Dordrecht. In 2014 waren er al 200.000 mensen bij aanwezig en jaarlijks kijen er via tv al ruim 3 miljoen mensen mee. Ook veel ongelovigen worden door The Passion geraakt. Dit past in onze cultuur waar het heilige voor veel mensen niet meer in de kerk gebeurt, maar elders wordt gevonden. De rollen in The Passion worden vertolkt door bekende Nederlanders, en de liederen zijn Nederlandstalige songs die door de context van The Passion ineens een heel andere lading krijgen.

 

Beleving van de The Passion

Het meelopen in die processie is een uitdrukking van verbondenheid met een traditie van ouders en grootouders. Het is een teken van gemeenschap met de mensen met wie men naar The Passion  toegaat. Het is een 'zich aansluiten' bij het verhaal van iemand 'die een goed mens was', om uit te drukken dat men het goede wil doen. Het is het opdragen van een bijzondere avondwandeling aan een overledene of aan iemand die het moeilijk heeft. Een stille tocht tegen zinloos geweld. De beleving van 'het andere', van iets dat groter is dan wijzelf. Het gaat om zich  geraakt voelen door wat we noemen 'de grote vragen' van het leven. 

 

Verschil met de evangeliën

Waar moeten kijkers zich bewust van zijn? Voor de joodse context van Jezus' leven is beperkt aandacht; al is er wel sprake van de Messias. Het verhaal wordt verteld als een universeel verhaal  van lijden en eenzaamheid, van vergeving en liefde. Er is verschil in de rol van Judas en in de rol van Pilatus. De evangeliën vertellen over het lijden en sterven van Jezus, maar niet over de gruwelijke praktijk van zijn kruisiging, terwijl het fysieke lijden van Jezus in The Passion juist een belangrijk thema is.  

Harm Bosscher

Uit: 'God, iets of niets', door Taede A. Smedes en uit: '5 dingen die elke kijker moet weten' (zie volledige tekst op internet) door Stefan 

 

Twee werelden

Tot ver in de 20ste eeuw blijft een twee-werelden-metafysica het wereldbeeld van veel gelovigen bepalen. Deze visie deelt de werkelijkheid op in een beneden- en een bovenwereld. De benedenwereld is zintuiglijk, veranderlijk en onvolmaakt. De bovenwereld daarentegen is geestelijk, eeuwig en volmaakt. In de ene wereld leven mensen; in de andere woont God.  

De tijd van de religie als twee-werelden-metafysica is voorbij. Niet  naar boven kijken, maar naar voren; de ene voet voor de andere zetten. Pelgrimage als metafoor voor het leven. Als pelgrim zijn wij op zoek naar onszelf, een soms pijnlijke en duistere confrontatie, waardoor we onrustig worden. 

 

De moderne pelgrim

Als moderne pelgrim zijn we het geloof in God daarboven kwijt, maar we worden in beweging gebracht door iets dat je naar voren roept. Het heilige of transcendente openbaart zich niet meer vanuit de hemel.   Je kijkt niet meer naar boven voor een reddende hand, maar strekt je uit naar voren, naar een wenkend gebaar vanuit de toekomst.  Als een zwervende nomade die een stem hoort, onrustig wordt, en op weg gaat. Of de stem van buiten of van binnen komt, maakt niet uit. Beslissend is dat je hem hoort en in beweging komt.  

 

Iets overkomt je

De moderne pelgrim heeft de gerichtheid op een hemel of hiernamaals  losgelaten. Voor de pelgrim nieuwe stijl telt het doel niet. De reis zélf is de bestemming. De reis dóét iets met de pelgrim, die zich voelt aangetrokken door waarden als onthechting en eenheid met de natuur. De moderne pelgrim laat zich onderweg iets overkomen. Contact met dat wat ons overstijgt; waar het in religie in de kern om gaat. De pelgrim doet een beroep op de gastvrijheid van anderen en omgekeerd, leeft op bij de ontmoeting met mensen met wie je een tijdje optrekt.    

 

Leven op de aarde

Zo zijn wij eigenlijk allemaal pelgrims op onze levensreis. De pelgrimage als beeld voor het leven, is een universele metafoor.  

Religies hebben doorgaans allemaal de troostrijke, comfortabele voorstelling van het hiernamaals in hun pakket. Een hemel, een Nirwana, een paradijselijke tuin, waarin je na je dood eeuwig voortleeft. Maar de essentie van geloof ligt in de dagelijkse praktijk, in een concrete ethiek. In het besef dat dit verrukkelijke en verschrikkelijke leven het nog niet is. Elke dag opnieuw opstaan in de hoop dat het leven morgen beter, rechtvaardiger, wordt. Zoals men in het jodendom ieder moment verwacht dat de Messias kan komen. Als hij dan niet komt, is er steeds weer de hoop dat hij morgen komt.           

Harm Bosscher

 

Lezing woensdag 27 februari 20u.

Dorpscentrum. Frits de Lange, hoogleraar Ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit, over zijn boek 'Heilige onrust. Iedereen hartelijk welkom, bijdrage € 5.-

 

 

 

 

 

 

 

 

Lezing op zondagmiddag 10 februari om 15 uur in het Dorpscentrum: 'Het majestueuze heelal; Sterrenstof zijt gij' door Margot Brouwer. Ik las het boek 'Als de sterren goden waren' van de Duitse theoloog en psychotherapeut Eugen Drewermann. In deze tekst iets uit dit boek over de visies van Spinoza en Einstein en van de  auteur zelf.           Harm Bosscher

 

Baruch Spinoza

De grootouders van Spinoza zijn als Portugese Joden gevlucht naar Nederland.  Hun kleinzoon wordt in Amsterdam geboren in 1632, hij wordt slechts 44 jaar oud. Hij ziet de religieuze ideeën van de synagoge als menselijke fantasie. Zo meent hij dat de 'Tien Geboden' niet door God gegeven zijn, maar door mensen bedacht zijn. Hij wordt uit de synagoge verbannen, vogelvrij verklaard. Spinoza gelooft niet in wonderen en niet in een persoonlijke God. Hij  ontwikkeld zijn eigen filosofie, gebaseerd op in de 17e eeuw nog betrekkelijk eenvoudige theorieën over het heelal. God en de natuur zijn voor hem identiek. God valt samen met het universum. Er bestaat geen vrije wil, alles is een keten van oorzaak en gevolg. Vrijheid betekent: de noodzakelijkheid van alles inzien. Spinoza publiceert verschillende geschriften over filosofie, theologie en ethiek. Deze worden door de kerk verboden. 

 

Albert Einstein

Einstein is in 1879 in Duitsland geboren, hij wordt 76 jaar. Hij kan zich goed vinden in de ideeën van Spinoza. Hij gelooft in een God die een wereld schept die volkomen naar wetten is geordend, precies zoals dat met het universum het geval is. Hij aanvaardt in deemoed en dankbaarheid hoe wonderbaarlijk de natuur is ingericht en hoe ze ons denkvermogen overstijgt. Dat is voor Einstein de inhoud van religie. Religie bestaat voor hem uit zijn bewondering voor de structuur van het heelal. Daarvoor gebruikt hij het begrip God als metafoor.  Het gaat niet om een God die zich bemoeit met het lot en handelen van mensen. Moraal heeft voor hem niets te maken met wat hij God noemt. Religie als kosmische theologie.

 

Eugen Drewermann

Volgens Drewermann komen we in de natuur God niet tegen. Meedogenloos onverschillig staat de natuur tegenover het onnoemelijk lijden dat ze veroorzaakt. Het is onmogelijk een God voor te stellen die een dergelijke machinerie van leed in gang heeft gezet. Volgens Drewermann is door dat lijden een wereld zonder God onverdraaglijk. Religie is de enige mogelijkheid om niet gek te worden. Bij scheppingsgeloof gaat het volgens  Drewermann niet over de natuur, maar om ons menselijk bestaan. Onze menselijke wereld kunnen wij als schepping ervaren. Ons ontwerp van de wereld is anders als 

 

HIER BEN IK

Verschrikkelijk is de wereld. 

Geen Jezus zal Aleppo redden

en zijn god

zwijgt zo diep in alle talen

dat het voelt alsof hij niet bestaat,

nooit heeft bestaan, niet kan, niet wil -

wat is er met mijn brein

dat ik hem steeds weer denk?

 

Er zal nooit, nergens

een begin van redding zijn

als tenminste niet één mens zegt

'hier ben ik'

en ziende om zich heen

zoekt of er nog één is, nog twee of drie

met vonken licht 'hier ben ik'

in hun ogen

 

In diepe nacht – geen ster te zien

geen engelzang te horen -

zullen zij gaan                                                  

om wat misschien nog kan,

te hopen valt, te redden is

 

één vluchtkind kantje boord

voorgoed geboren.

 

Deze wereld: twee- of driemaal

niet te tellen naamloos velen

die 'hier ben ik' zijn

en doen wat moet gedaan.

 

Religieuze gedichten

Van Huub Oosterhuis (1933), dichter en theoloog, verscheen na lange tijd in 2017 weer een bundel met religieuze gedichten: 'Die wij denken'. Op de achterkant van het boek lees ik: 'Wel of geen god? Een leven na de dood? Je denkt het, je zou het willen. Of je denkt het niet, je kunt je er niets bij voorstellen. Het is een niet te geloven verhaal. Binnen dit verhaal stelt Huub Oosterhuis indringende vragen die ieder lezer, wetend, niet wetend, twijfelend, verlangend, zal herkennen. Geestelijke oefeningen zijn het, deze nieuwe gedichten'. Het gedicht 'Hier ben ik', Kerstavond 2016, is eerder  gepubliceerd  in Trouw van 24 december 2017.

 

Wat met God wordt bedoeld

In een interview in Trouw van 22 december 2017 zegt Oosterhuis dat de titel van zijn bundel impliceert dat hij denkt dat God een gedachte is. Hij schrijft in deze bundel God voornamelijk met een kleine letter: 'god' dus.  De enige God die voor hem geloofwaardigheid oproept, is die van het bijbelse verhaal is. Dus die schrijft hij met een hoofdletter. De god die wij denken, babbelen en twitteren, schrijft hij met een kleine letter. Deze bundel is uitzuiveren wat in de Bijbel met God wordt bedoeld.

Hij zegt dat hij zich in gedichten veel meer permitteert dan in liturgische teksten. Een gedicht moet een mate van redelijkheid en een mate van 'mysterieusheid' hebben. Het moet een beetje schuren. De gedichten in deze bundel zijn in discussie met het godsbeeld van de Bijbel en alle andere godsbeelden.                      Harm Bosscher

 

 

 

In 'Opnieuw beginnen', de Vrijzinnige Lezing 2018, verwijst Frits de Lange naar Dietrich Bonhoeffer, over wie vorige keer, en naar Albert Schweizer (1875-1965), over wie deze keer, en over de visie van Frits de Lange zelf.                        Harm Bosscher

 

De geest van Jezus

Albert Schweizer is theoloog en arts. In zijn  'Geschichte der Leben-Jesu-Forschung'   beschrijft hij de geschiedenis van het onderzoek naar de historische Jezus. De afstand tot Jezus is historisch onoverbrugbaar, maar de 'geest van Jezus' is present en spreekt hem direct aan: 'Jezus leeft'. Om Jezus te begrijpen, om in gemeenschap met Jezus te leven, heb je geen geleerdheid nodig, alleen hartstocht. Dat brengt Schweizer tot de conclusie dat onze verhouding tot Jezus uiteindelijk mystiek van aard is. In de slotzin van zijn boek schrijft hij: 'als een onbekende en naamloze komt hij tot ons en zegt: jij daar, volg mij! En zo stelt hij ons voor de taak die wij in onze tijd moeten volbrengen. Aan wie hem volgen zal hij zich openbaren. En als een onuitsprekelijk geheim zullen zij vernemen wie hij is'. 

 

Wie Jezus was en is 

Als hij allang tropenarts is, schrijft Schweizer: 'Jezus heeft mij gevangen genomen. Dat ik naar Afrika ging is uit gehoorzaamheid aan Jezus'. Schweizer  verlaat het geloof in een persoonlijke God, en Jezus' gebod van de liefde wordt 'eerbied voor het leven'. Albert Schweizer: een gelovige die de theïstische God afwijst, maar Jezus volgt. Aan Schweizer kun je zien, wat radicaal vrijzinnige theologie is.

Ook al weten we niet wie Jezus precies was, we kunnen volgens Frits de Lange toch relatief zeker zijn van de dingen die hij zei, het soort handelingen die hij verrichtte, de soort persoon die hij was. Jezus leefde uit de joodse wijsheidstradities, meer als een zaak van ethiek voor hier-en-nu, dan van een kosmische gebeurtenis later. Zijn betekenis is een radicale afwijzing van hoe deze wereld reilt en zeilt, en een appèl en uitnodiging om vanaf nu je te laten meenemen in een radicaal ander leven. Het verlangen, de hoop, dat morgen deze wereld anders is dan vandaag.

 

Geen monopolie op Jezus 

Jezus roept op tot anders aards leven, maar hij is middelpunt van een religie geworden. De historische Jezus vraagt om permanente religiekritiek. Godsdienst kan een geleider zijn naar de geest van Jezus, maar kan de ontmoeting met hem ook onmogelijk maken.      Het ergste wat we kunnen doen, is de radicale vreemdheid van Jezus van Nazareth onschadelijk maken in een leer over Christus, een christo-logie. 

Jezus is volgens Frits de Lange niet meer een binnenkerkelijke aangelegenheid, maar een sleutelfiguur in de culturele evolutie, in het spoor van de Hebreeuwse profeten, met Boeddha, Lao-tze en Confucius. Kerkelijke theologen hebben niet langer het monopolie op de betekenis van Jezus. 

Op 16 maart 2018 verzorgde Frits de Lange, hoogleraar Ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit, de jaarlijkse Vrijzinnige Lezing onder de titel: 'Opnieuw beginnen'. Zijn stelling is: 'De God van het theïsme is misschien dood, maar Jezus leeft'.

In dit nummer van Oke en in de volgende twee nummers geef ik een samenvatting, waarbij de Lange ook verwijst naar belangrijke gedachten van Dietrich Bonhoeffer, theoloog, ter dood gebracht in Duitse gevangenis (1906-1945) en Albert Schweizer, theoloog en arts in Lambaréné in Afrika (1875-1965).       Harm Bosscher 

 

Bonhoeffer zegt nee tegen religie 

Liberale theologie houdt volgens Bonhoeffer   in: neem wetenschap serieus, beschouw de wereld als mondig en zeg nee tegen religie. Voor Bonhoeffer staat 'religie' voor de manier waarop mensen het menselijk tekort hebben aangezuiverd met de constructie van een tegenwereld, hierboven of in hun innerlijk. Religie als metafysische escape, waarmee je je menselijke verantwoordelijkheid ontloopt. 'God' wordt daarbij een stoplap voor onbeantwoorde vragen. 

Bonhoeffer komt in de gevangenis tot een nieuwe omschrijving van transcendentie: We hebben geen 'religieuze' verhouding tot God als een allerhoogst, almachtig, perfect wezen. Onze verhoudung tot God is een nieuw leven in de deelname aan het bestaan van Jezus. Het 'er-zijn-voor anderen' is de ervaring van transcendentie.

In een beroemde brief uit de gevangenis schrijft Bonhoeffer: Ik kom niet los van de vraag wat is het christendom of wie is Christus eigenlijk. De christelijke verkondiging en theologie is negentien eeuwen lang uitgegaan van het 'religieuze apriori' van de mens. Christendom is altijd een vorm van religie geweest. Bonhoeffer vraagt zich af: 'Hoe kan Christus Heer worden ook van de areligieuze mens? Is dat mogelijk, een areligieuze christen?' 

 

Christendom als Jezusbeweging

We kunnen vandaag niet meer in die zin 'religieus' zijn. In de 21ste eeuw moeten we dat niet meer willen, zo versta ik Bonhoeffer, zegt De Lange. Christendom, of het nu vrijzinnig of orthodox is, heeft alleen recht van bestaan als Jezusbeweging. Het christelijk geloof is een historische religie die teruggaat op een feitelijk bestaande persoon, geboren in Nazareth en rond het jaar dertig in Jeruzalem aan het kruis gestorven. Het christendom werd daarna een religie, in de Bonhoefferiaanse zin van het woord. De kerk is in beginsel een Jezusbeweging. Ze kan zonder religie, maar niet zonder Jezus. Christelijk geloof is een eindeloze herhaling van wat ooit begon in en rond de mens Jezus van Nazareth. Dit is voor mij vrijzinnig christendom, zegt De Lange: 'een geloof  dat niet gebonden is aan het dogma, maar zich alleen laat binden door de geest van Jezus zelf'.                  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Start gesprekskring over het boek 'Angst voor de mythe' (70 blz.) van dr.Arne Jonges, theoloog. Hij geeft in zijn boek toelichting op het onderwerp met diverse nieuwtestamentische teksten. Iedereen welkom, max. 12 deelnemers. Bijeenkomsten in het Dorpscentrum op donderdagmiddagen van 14u.30 tot 16u.30 op 11 okt, 8 nov, 13 dec, 17 jan, 14 feb, (14 mrt reserve). Gespreksleider is dr.Lammert Leertouwer.  Kosten € 5.-per middag voor zaalhuur, koffie en thee. Opgave bij Lammert Leertouwer  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  of Gerrie Kooijman tel. 0618392604                Harm Bosscher

 

Mythologische beelden

Wereldbeeld en levensbesef zijn sinds de Verlichting drastisch veranderd. Het heelal is te groot geworden om nog plaats te bieden aan een hemel en een hel. Over God kan slechts binnen een godsdienstige context en niet anders dan in symbolische termen worden gesproken. Er is geen andere vorm om daarover te verhalen dan door gebruik te maken van mythologische beelden.

De mythe is een verhaal dat is gegroeid in een godsdienstige  gemeenschap in samenhang met riten en symbolen. In de mythe wordt het godsdienstig besef van een gemeenschap tot uitdrukking gebracht. 

 

De vroegste gemeenten

Wat weten we van de geloofsopvattingen en het daarmee verbonden ritueel in het vroege christendom? De vroegste geschriften tonen ons een onversneden mythe, gecombineerd met een doop- en maaltijdritueel. Daar heeft zich een gemeente-theologie ontwikkeld  waarvan slechts brokjes in de evangeliën zijn opgenomen. We moeten accepteren dat daardoor het geloof uit flarden bestaat. De teksten van de Bijbel zijn meer illustraties bij en inspiratie voor het liturgisch vormgegeven geloofsverhaal. Ze zijn in steeds mindere mate wat ze in het verleden waren: bewijsplaatsen van het geloof. Geen enkele wetenschappelijke methode stelt ons in staat een betrouwbaar verhaal te leveren over de persoon van Jezus of van Paulus of van welke belangrijke bijbelse figuur dan ook.

 

De historische Jezus

Wat te denken van Jezus? Steekt er een 'echte historische Jezus' achter de Jezus van de evangeliën? Albert Schweizer  concludeerde al rond 1900 in zijn studie Die Geschichte der Leben Jesu Forschung, dat de zoektocht naar een historische figuur achter de 'vertelde figuur' een onbegaanbare weg is. Misschien zijn er in de evangeliën wel 'herinneringen' aan een mens Jezus verwerkt, maar wellicht ook nog geheel andere tradities uit die tijd, alsmede toegevoegde verhalen uit de situatie van de verteller. De vraag naar de 'echte Jezus' komt echter toch steeds opnieuw op, ook in onze tijd.  

 

Arne Jonges meent dat wie bezorgd is om de toekomst van het christendom, de centrale mythe en symbolen moet zien te redden die vorm geven aan het christendom, door deze begrijpelijk en geloofwaardig te maken.

                                                                          

 

 

Rick Benjamins, hoogleraar Vrijzinnige Theologie in Groningen, schreef onder de titel: 'Een zwakke  theologie van de gebeurtenis' (zie internet), een tekst n.a.v. een boek van John Caputo: 'The Weakness of God. A Theology of the Event'                               Harm Bosscher.

 

Geen soevereine macht

Deze theologie van de gebeurtenis is volgens Caputo een theologie, die de schepping niet verklaart, de gevestigde macht niet legitimeert en geen vijanden verzengt. Caputo ziet deze wereld zo, dat ze wordt aangesproken door een roep, niet voortgebracht door een oorzaak. God als een roep, niet als een soevereine macht.. Wij worden geroepen tot de gebeurtenis van het pure geschenk, van gastvrijheid, van rechtvaardigheid, van vergeving. En er is geen nadere bepaling van de afzender van deze roep. 

 

Een zwakke theologie

In de theologie wordt God vaak op een sterke manier beschreven als de  macht van het zijn, of als een eerste oorzaak. Caputo bepleit een zwakke theologie, waarin God niet is, maar roept. Met Gods naam wordt geen wezen aangeduid, maar iets teweeggebracht. De betekenis van de naam is gelegen in datgene, wat in die naam wordt beloofd. Die gebeurtenis wordt aangeduid met de naam  van God, die verzuchtingen, gebeden en tranen oproept en ons daarin roept. We verlangen naar die gebeurtenis waar het in het  evangelie over gaat.. 

 

Het koninkrijk als moment

Bij deze theologie die ons in beweging wil zetten, hoort geen logica, ook geen theo-logica, maar een poëtica. Tegen deze achtergrond beschrijft Caputo het koninkrijk van God, dat steeds op momenten kan gebeuren. Het koninkrijk is geen vertoon van goddelijke macht of wonderkracht, waarmee de gang van de natuur wordt verlegd of de geschiedenis wordt veranderd. Het is een manier van leven. Het evangelie biedt een ethiek waarvan het de bedoeling is dat we steeds klaar staan voor de ander.

 

De gebeurtenis behouden

Het koninkrijk is de gebeurtenis van het onmogelijke: de gebeurtenis van liefde voor wie je niet kunt liefhebben; van je zorgen maken voor het dagelijks bestaan,  zonder bezorgd te zijn; van vergeven maar  niet vergeten dat iets onherroepelijks gebeurde. Die gebeurtenis wordt aangeduid met de naam van God. We zouden de naam kunnen prijsgeven ten gunste van de gebeurtenis die daarin opgesloten ligt, want daar gaat het om. We moeten de naam  van God zo interpreteren, dat de naam misschien achterblijft, maar de gebeurtenis vrijkomt