Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

De dood van popster David Bowie aan kanker werd wereldnieuws op maandagochtend 11 januari 2016. Een paar dagen voor zijn dood, op 8 januari, verscheen nog een nieuw album van Bowie. Hij bezong de luisteraars letterlijk vanuit de hemel toe in het nummer 'Lazarus'.

Look up here. I'm in heaven

I've got scars that can't be seen

I've got drama, can't be stolen

Everybody knows me now

 

Goddelijke energie

Aan Bowie werd ooit gevraagd of hij in God gelooft. 'Ik geloof in een vorm van energie' antwoordt hij. Als dan vervolgens aan hem gevraagd wordt of hij aan een vorm van eredienst doet, moet hij even nadenken voordat hij zegt: 'Leven. Ik houd erg van het leven'. 

Bowie bleek gefascineerd door religie. Hij  flirtte met levensbeschouwingen, ideologieën en religies: met het Tibetaanse boeddhisme, met de Joodse mystiek. Hij geloofde wel in 'iets', in een vorm van goddelijke energie. 

 

Openheid voor religie 

Bowie blijkt niet de enige te zijn bij wie de grens tussen geloof en ongeloof vervaagt. Het vervloeien van die grens is een kenmerk van onze hedendaagse samenleving met haar snel veranderend religieuze landschap. Traditioneel godsgeloof neemt steeds verder af. Tegelijkertijd lijkt ook het fel-antireligieuze atheïsme op zijn retour. Ervoor in de plaats lijkt een nieuwe openheid voor religieuze vragen te komen. Steeds meer atheïsten houden zich bezig met zingevingsvragen en spiritualiteit, atheïsten die zichzelf religieus noemen.

 

Ervaringen in de natuur

Religieuze atheïsten hebben een sterk besef van de intrinsieke zinvolheid van de kosmos. Een besef van transcendentie: een werkelijkheid die de mens als individu of als soort overstijgt en waarin ons bestaan ligt ingebed. Religieus atheïsten schrijven vaak aan poëzie grenzende teksten over de natuur, waarin woorden als 'verwondering' en 'het sacrale' een grote rol spelen. Onder religieuze atheïsten zijn er die zich voor hun zingeving meer richten op de natuur en de natuurwetenschappen. Deze denkers noemen zich 'religieuze naturalisten'. 

Religieuze naturalisten kunnen niets met met het idee van een bovennatuurlijke God, laat staan met het idee van een ontwerper-God die af en toe ingrijpt om het evolutieproces vlot te trekken of bij te sturen. Religieuze naturalisten ervaren in de natuur iets waarvoor ze aan religie ontleende begrippen als 'transcendentie' en 'heilig' gebruiken. Zij noemen zich wel religieus, maar religieus zonder God ...

Harm Bosscher

Uit: 'God, iets of niets. De postseculiere maatschappij tussen geloof en ongeloof', door