Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

De joodse apostel Paulus schrijft zijn brieven omstreeks het jaar 50. De evangelisten schrijven tussen het jaar 80 en het jaar 100 hun geloofsverhalen over Jezus van Nazareth vanuit hun joodse, oudtestamentische achtergrond. De meeste Joden wonen in die tijd in de joodse diaspora in de Grieks-Romeinse wereld buiten Palestina, met als centrum Alexandrië in Egypte. Alle teksten zijn in het Grieks geschreven, 2000 jaar geleden.

 

De evangeliën

De joodse mens Jezus van Nazareth is een 'rechtvaardige' die leeft uit de geest van God. Hij wordt in de evangeliën ook 'de lijdende zoon van God' genoemd. Voor sommigen is hij de 'messias' die verwacht wordt door het joodse volk, voor de spoedige realisering van het 'koninkrijk van God'. In het Grieks wordt 'messias' vertaald als 'christus'. De volgelingen van Jezus worden daarom christenen genoemd. De Romeinse bezetters zien Jezus als een rebel en laten hem kruisigen. De evangelisten vertellen een tragisch lijdensverhaal over Jezus, zij geloven dat hij door God is opgewekt uit de dood. Volgens het evangelie van Johannes, ontstaan in de religieuze smeltkroes van Alexandrië, is Jezus werkelijk Zoon van God. Hij was al van voor de schepping bij God. Hij is uit de hemel op aarde neergedaald. In hem is God mens geworden: de incarnatie. Volgens Johannes begint daarmee 'het wegnemen van de zonde', niet bij het kruis. De dood aan het kruis is niet het dieptepunt, maar symbool van verhoging en verheerlijking, het begin van de weg terug naar 'boven'.

 

De apostel Paulus

Paulus schrijft niet over Jezus van Nazareth als de joodse messias. Hij heeft een visioen waarin hij een openbaring ervaart van Jezus Christus als Zoon van God. Hij vertelt ook geen dramatisch lijdensverhaal over Jezus. Paulus stelt als betekenis van kruis en opstanding: het geloof in de gekruisigde Christus ter bevrijding van de zondige mens. Paulus schrijft ook dat hij 'met Christus is gekruisigd' en 'Christus leeft in mij'. De Grieks-Romeinse cultuur van die tijd, zal van invloed zijn geweest op de christologie van Paulus. Hij leeft daar en schrijft er zijn brieven aan de geloofsgemeenschappen van joden- christenen en heiden-christenen.

 

Concilie van Nicea

Eind 4e eeuw wordt besloten dat de mens Jezus van Nazareth uit de evangeliën, dezelfde is als Jezus Christus. Hij heeft een menselijke natuur en een goddelijke natuur. Uit de Mithrascultus en andere mysteriëgodsdiensten, kiezen de Romeinse keizers, het christendom als staatsgodsdienst.

 

Harm Bosscher (deze tekst is gebaseerd op 'Van Jezus naar christendom' door prof. dr. C.J. Den Heyer)

NB Dat ik eerst christus en zoon met kleine letters schrijf en later met hoodletters is geen vergissing.