Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

Godsdienst, toen en nu

Godsdienst is een erfenis uit een tijdperk waarin God en mens samenwoonden in een ongebroken wereld. In de tijd voor 'de Verlichting' waren God, de kosmos en de leefwereld van mensen nog een geheel. Godsdienst is daarna rationeel geworden. In die rationele theologie is God een constructie geworden. Het gaat dan over kennis, feiten en waarheden over God: almachtig, alwetend, alomtegenwoordig. Dat godsbeeld wordt nu verlaten.

 

Religie zonder God

Theo de Boer en Ger Groot, hoogleraren filosofie, schreven in dialoog een boek met deze titel. Hiermee wordt bedoeld dat mensen in de godsdienst bezieling kunnen vinden zonder 'geloof' in het bestaan van God, zonder een geloofsleer met waarheden. Het inspirerende, ontroerende en vertroostende van religie, hangt volgens hen af van verhalen en rituelen die een religieus besef in stand houden, zoals het besef dat het kwetsbare bemind wordt. Mensen kunnen diep gehecht zijn aan die verhalen en rituelen.

 

De kracht van verhalen

In de bijbelse verhalen is sprake van God. Theo de Boer heeft een joodse kijk op die verhalen, op de mythen. Een bijbelse tekst wint aan kracht door interpretatie. De ethiek krijgt er bijna vanzelfsprekend een belangrijke plaats in. Hij noemt het 'bijbelse theologie'. Hij geeft twee voorbeelden. Genesis is niet een genetisch verslag, maar een levensles waarin verteld wordt hoe het met de wereld, met de mens, is gesteld. Er moet een halt worden toegeroepen aan de om zich heen grijpende chaos. Genesis 1 is een ballade, een levenslied, in strofen met refrein. In het Oude Testament kan het volk Israël, de koning, of een bijzonder rechtvaardige, de titel 'zoon van God' krijgen. Daardoor kan in het Nieuwe Testament, in het verhaal van de Joodse Jezus als de rechtvaardige, die titel ook aan hem worden toegekend.

 

De kracht van rituelen

Ger Groot zegt dat kerkelijke vieringen voor het leven van gelovigen betekenis krijgen door de beleving van rituelen. Gebeden, sacramenten, liederen, liturgische teksten, realiseren wat ze uitspreken. Gelovigen ervaren dan dat er God is, als kracht in hun leven. Het ritueel belichaamt de zinvolheid waar de gelovige naar zoekt. Geloof is niet het weten van iets, maar het besef, in de rituelen geschonken, dat het leven zinvol is en goed. Geloof ontstaat niet door denken maar door doen, door fysieke ervaring. Niet de gedachte maar de handeling geeft de doorslag bij mensen om te geloven. Eerst zijn er de rituelen, dan het geloof, daarna komt de ethiek.

 

Harm Bosscher