Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

Religieus komt van religare dat verbinden betekent. Mensen die een diepe verbondenheid ervaren met de natuur, noemen zich religieus naturalisten. Dat leidt tot gevoelens van eerbied voor het leven en voor de scheppende kracht van de kosmos, tot gevoelens van ontzag en ook van nederigheid. Dat komt tot uiting in morele gevoeligheid voor de kwetsbaarheid van het leven en voor de ecologische balans in de natuur. Morele waarden die hieraan beantwoorden, zijn: verzorging, empathie, compassie, liefde en opoffering. 

Religieus naturalisten kunnen niets met met het idee van een bovennatuurlijke God, laat staan met het idee van een ontwerper-God die af en toe ingrijpt in het universum. Zij ervaren dat ze ingebed zijn in 'Het Epos van de Evolutie', het verhaal van de evolutie van de kosmos en van de evolutie van het menselijk bewustzijn. Dat is voor hen het zinstichtend verhaal. 

Belangrijke religieus naturalisten zijn o.a.  Albert Einstein en Chet Raymo.

 

Visie van Albert Einstein

Albert Einstein kreeg in 1921 de Nobelprijs voor Natuurkunde, hij was o.a. bijzonder hoogleraar in Leiden. Hij noemt zich gelovig, omdat hij een sterk besef heeft van de sublieme schoonheid en verhevenheid van het universum. Hij verzet zich tegen het idee dat hij atheïst of pantheïst zou zijn. Zijn idee van God is dat er in de wetten van het universum een bepaalde geest aanwezig is die superieur is aan de geest van de mens en die zich openbaart in het onbevattelijke heelal. Bij Einstein is er ontzag voor de menselijke geest, de ratio, die blijkbaar in staat is om in die orde van het universum door te dringen en er de schoonheid van in te zien. Maar de ultieme kennis wordt niet bereikt.  Voor Einstein is religiositeit verbonden met ervaringen van het mysterieuze als een fundamentele emotie. Einstein gelooft niet in een God die zichzelf bezighoudt met het lot en de handelingen van mensen. 

 

Visie van Chet Raymo

De astronoom Chet Raymo noemt zichzelf religieus naturalist. Volgens hem is onze wetenschappelijke kennis een eiland in een oneindige zee van mysterie. Wij mensen bewonen de kustlijn van dat eiland. We hebben één voet op de droge grond van de feiten, met onze andere voet staan we in de zee van het mysterie. Staande op de kust, kunnen we niet anders dan ons verwonderen. Zijn boek:  'When God is Gone Everything is Holy' gaat over zijn religieuze, mystieke idee van het heilige van de werkelijkheid, maar zonder een bovennatuurlijke God. Hij is van mening dat de god van het theïsme te veel naar het beeld van de mens gemaakt is. Raymo wijst op de onkenbare God van mystici: we staan op de kust van kennis en kijken uit op de zee van het mysterie en noemen zijn naam...   

Harm Bosscher

(uit: 'God, iets of niets' door Taede A. Smedes)