Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

De Franse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995) is als Joodse jongen geboren in Litouwen, was scholier in de Oekraïne, studeerde filosofie in Straatsburg, werd genaturaliseerd Fransman, was vier jaren  krijgsgevangen in Duitsland, werd hoogleraar in Parijs met een eredoctoraat in Leiden. 

Het is de Holocaust, de dood van zes  miljoen Joden – Levinas verloor zijn ouders, zijn broers, zijn vrienden en zijn  geloofsgenoten – waardoor Levinas scherp nadenkt over de verhouding van de mens tot de medemens en tot God. De kern van religieus geloof is voor Levinas de opdracht de humaniteit te redden. 

 

God aanwezig en afwezig

In het denken van Levinas is zowel plaats voor de aanwezigheid als voor de  afwezigheid van God. Hij is aanwezig in de woorden van de Thora, in de leefregels voor het Goede leven. Door het bestuderen en overdenken van die woorden is God  steeds opnieuw met de werkelijkheid  verbonden. Het is een inspiratiebron voor rechtvaardigheid en solidariteit. Levinas interpreteert solidariteit als momenten waarop iets van het Goede en daarmee van God zichtbaar wordt. Dat God ook afwezig, verborgen, kan zijn, is een onmisbaar stadium op de weg naar religieuze volwassenheid.

 

Godsdienst voor volwassenen

Het lijden in de Tweede Wereldoorlog is voor Levinas een ervaring van Gods afwezigheid. In die godverlatenheid ontdekt de mens dat hij zelf verantwoordelijk is.  Het joodse geloof is volgens Levinas een godsdienst voor volwassenen. Het is een religie die het kinderlijk geloof heeft afgelegd, maar ook door het stadium van atheïsme is heengegaan. De gedachte aan God overkomt ons in de ethische ervaring,  als het heilige in alledaagse situaties, in  een ethiek van naastenliefde en compassie. Levinas interpreteert dit als: 'je zult niet doden' of 'je zult de ander niet in de steek laten'. 

 

Het gelaat van de medemens

Levinas ziet in het gelaat van de medemens die ons nodig heeft, een spoor van God die voorbij is gegaan. Het gelaat van die medemens raakt je onmiddellijk, het overkomt je, Levinas noemt het transcendentie. Je ervaart een onontkoombaar appèl op je verantwoordelijkheid. Door in te gaan op dat appèl vind je pas je identiteit. Het legt beslag op je vrijheid, maar het werkt ook  bevrijdend door het loskomen van het gericht zijn op jezelf. Volgens Levinas gaat het bij het religieuze verlangen van de mens naar de nabijheid van God om bevestiging van jezelf. Het moet daarom onderbroken worden, en omgebogen worden in een ethisch verlangen naar de nabijheid van de medemens.                 

                                        Harm Bosscher

(Deze tekst is gebaseerd op het boek 'Van zichzelf bevrijd, Levinas over transcendentie en nabijheid' 2019, door Renée van Riessen. Zij is o.a. bijzonder hoogleraar christelijke filosofie in Leiden)