Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

 

Zondagmiddag 20 oktober 15u-17u komt ds. Carel ter Linden in het Dorpscentrum  voor een lezing en gesprek, iedereen welkom. Zijn boek 'Bijbelse miniaturen' gaat over personen en verhalen uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament. De Bijbelse verhalen zijn geen bezit van de kerk of de synagoge, maar gemeenschappelijk erfgoed van een oud volk dat met zijn levensvisie onze cultuur diepgaand heeft beïnvloed.  Hierbij enkele gedachten uit de inleiding van zijn boek.                Harm Bosscher

 

Wat onder 'God' verstaan?

Wat de Bijbel 'God' noemt, is in mijn ogen, zegt Carel ter Linden, een heilig krachtenveld van eeuwige beginselen. De mens heeft zelf deze fundamentele waarden ontdekt. Maar heeft hij ze eenmaal ontdekt, dan zijn ze hem ook heilig, dan zijn ze voortaan voor hem als 'God'. De eeuwige beginselen voorstellen als persoon, is in de tijd waarin die voorstelling ontstond, geen onzinnige vondst. 

 

Bijbelse verhalen

Wij doen de Bijbelse verhalen tekort als wij ze beschouwen als verslagen van gebeurtenissen. Het oude Israël stelde zich de eeuwige beginselen voor als een persoon met menselijke trekken, iemand die ons mensen vanuit de hemel 'hoorde' en 'zag', en die tot ons 'sprak'. De Bijbelse vertellers spraken over 'God' voortdurend in beelden die zij ontleenden  aan hun eigen wereld. 'God' niet als een zelfstandig buiten de mens om opererende grootheid, maar als een geestelijke werkelijkheid die haar werk uitsluitend kan doen als de mens haar handen en voeten geeft. 

 

'En God sprak ...'

In de aankondiging van zijn lezing schrijft Carel ter Linden dat het in de bijbel gaat om unieke, niet-historische, bééldende verhalen met een verborgen wijsheid.  Deze wijsheid wordt in de verhalen gezien als afkomstig van een ‘God’, die daarin af en toe het woord neemt. Een gedachte die voor niet-gelovigen uiteraard ondenkbaar is. Maar hoe beleven ‘gelovigen’ dit in deze tijd? Moet ook dit ‘spreken van God’ misschien verstaan worden als een bééld uit de cultuur van die dagen? En wanneer iemand zegt: 'Ik geloof in God’, wat bedoelt hij of zij daar dan mee?