Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

Het meest wezenlijke van religie is, of zou moeten zijn, dat het mensen de vrijheid geeft om hun plaats in het leven en de samenleving te vinden en niet om hen vanuit een autoriteit die plaats aan te wijzen. Geloven geeft te denken en dat denken zal redelijk moeten zijn.

 

God verwerkelijken 

Over God kan slechts binnen een godsdienstige context en niet anders dan in symbolische termen worden gesproken. Er is geen andere vorm om over God te verhalen dan door gebruik te maken van mythologische beelden. De godsidee is gevormd van horen zeggen.  Een idee is niets, het wordt iets door verwerkelijking. Liefde is niets, maar moet verwerkelijkt worden door lief te hebben. De geest is op zich niets, maar ontleent zijn kracht aan haar dragers. God licht voor ons op in oprechte mensen. Ze zijn 'Voor een tijd een plaats van God' zoals Gerrit  Achterberg dicht. In het boek met dezelfde titel van Harry Kuitert, noemt hij ze ook 'dragers van geest'.

 

Functie Godsgeloof 

Een mythe is een geloofsverhaal dat gegroeid is in een geloofsgemeenschap.  Het mythische is geen voorwerp van geloof, maar bij het mythische verhaal gaat het om intuïtief begrijpen van ons bestaan. Zelfs in tijden dat de mythische verhalen voor 'waar' gehouden werden, was de interpretatie belangrijker. 

Als de metafysische God dood is, betekent dat niet het einde van God. Door de 'ontmoeting met God' wordt ons leven in een ander licht gesteld, er ontstaat een nieuw perspectief. Het behoedt ons voor de overmoed om te denken dat alles in onze hand ligt en alles maakbaar is. En verzoent ons met onze onmacht en beperktheid, zonder dat de verantwoordelijkheid voor wat wel in ons vermogen ligt ons wordt ontnomen. We worden geconfronteerd met onze vrijheid en onze mogelijkheden, maar ook met ons tekort. Verhalen geven aan de ideeën over ons mens-zijn handen en voeten, ze raken ons hart. 

 

Geloof geeft te denken

Het gebruik van mythische taal zit wel vol valkuilen. De geloofsgemeenschap kan de eigen identiteit van mensen volledig ondergeschikt maken aan de groep/religie, door uiterst dwingend een ware leer, een ware liturgie en een ware levenshouding te willen opleggen. Zeker als men denkt namens God te kunnen spreken. Een mens is er dan voor de religie en de religie niet meer voor de mensen. In eerste instantie is religie er voor het 'kleine leven'. Zodra ze een zetel wil verwerven in het machtsspel van het 'grote leven', gaat het faliekant mis, zoals de geschiedenis overduidelijk heeft laten zien en nog laat zien.

Harm Bosscher

Uit het slot van het essay 'Redelijk geloven' door dr. Arne Jonges. Hij was o.a. vrijzinnig predikant in Den Haag.