Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

Lezing op zondagmiddag 10 februari om 15 uur in het Dorpscentrum: 'Het majestueuze heelal; Sterrenstof zijt gij' door Margot Brouwer. Ik las het boek 'Als de sterren goden waren' van de Duitse theoloog en psychotherapeut Eugen Drewermann. In deze tekst iets uit dit boek over de visies van Spinoza en Einstein en van de  auteur zelf.           Harm Bosscher

 

Baruch Spinoza

De grootouders van Spinoza zijn als Portugese Joden gevlucht naar Nederland.  Hun kleinzoon wordt in Amsterdam geboren in 1632, hij wordt slechts 44 jaar oud. Hij ziet de religieuze ideeën van de synagoge als menselijke fantasie. Zo meent hij dat de 'Tien Geboden' niet door God gegeven zijn, maar door mensen bedacht zijn. Hij wordt uit de synagoge verbannen, vogelvrij verklaard. Spinoza gelooft niet in wonderen en niet in een persoonlijke God. Hij  ontwikkeld zijn eigen filosofie, gebaseerd op in de 17e eeuw nog betrekkelijk eenvoudige theorieën over het heelal. God en de natuur zijn voor hem identiek. God valt samen met het universum. Er bestaat geen vrije wil, alles is een keten van oorzaak en gevolg. Vrijheid betekent: de noodzakelijkheid van alles inzien. Spinoza publiceert verschillende geschriften over filosofie, theologie en ethiek. Deze worden door de kerk verboden. 

 

Albert Einstein

Einstein is in 1879 in Duitsland geboren, hij wordt 76 jaar. Hij kan zich goed vinden in de ideeën van Spinoza. Hij gelooft in een God die een wereld schept die volkomen naar wetten is geordend, precies zoals dat met het universum het geval is. Hij aanvaardt in deemoed en dankbaarheid hoe wonderbaarlijk de natuur is ingericht en hoe ze ons denkvermogen overstijgt. Dat is voor Einstein de inhoud van religie. Religie bestaat voor hem uit zijn bewondering voor de structuur van het heelal. Daarvoor gebruikt hij het begrip God als metafoor.  Het gaat niet om een God die zich bemoeit met het lot en handelen van mensen. Moraal heeft voor hem niets te maken met wat hij God noemt. Religie als kosmische theologie.

 

Eugen Drewermann

Volgens Drewermann komen we in de natuur God niet tegen. Meedogenloos onverschillig staat de natuur tegenover het onnoemelijk lijden dat ze veroorzaakt. Het is onmogelijk een God voor te stellen die een dergelijke machinerie van leed in gang heeft gezet. Volgens Drewermann is door dat lijden een wereld zonder God onverdraaglijk. Religie is de enige mogelijkheid om niet gek te worden. Bij scheppingsgeloof gaat het volgens  Drewermann niet over de natuur, maar om ons menselijk bestaan. Onze menselijke wereld kunnen wij als schepping ervaren. Ons ontwerp van de wereld is anders als