Rubriek in Oegstgeester Kerkblad

 

Van het boek 'Hoping Against Hope' van John Caputo, verscheen een vertaling onder de titel 'Hopeloos hoopvol' met ondertitel 'Belijdenissen van een postmoderne pelgrim'. De jeugd van Caputo is doortrokken van een religie  waarin 'durf te denken' verboden was. Caputo wil nu opnieuw doordenken wat we met het woord 'religie' bedoelen. Met een tiental mensen lezen en bespreken we dit boek. In de komende maanden geef ik hiervan in Oke enkele samenvattingen.

Harm Bosscher

 

De glorie van de roos

Bij het denken over religie staan bij Caputo de woorden van de dichter Angelus Silesius centraal:

         De roos kent geen waarom, 

         zij bloeit omdat zij bloeit:

         zij denkt niet om zichzelf; 

         vraagt niet of men haar ziet.

We moeten leren leven als de roos, zonder waarom. We laten de roos ons iets vertellen over het mysterie van ons zijn in de wereld. Er is iets onvoorwaardelijks aan de roos, haar onvoorwaardelijke pracht. Dit onvoorwaardelijke ligt ook verborgen in het buitengewone van de meest gewone, alledaagse dingen in ons leven.

De roos is echter ook afhankelijk van een reeks voorwaarden om te kunnen bestaan. Er zou geen roos zijn als er geen aarde was, geen zon en geen vocht om hem te voeden. Leven als de roos zonder waarom, is niet los van aardse problemen. Het betekent dat de roos niet verkrijgbaar is zonder de doorns en distels van dit aardse leven. Wij leven op de grens van het onvoorwaardelijke en het voorwaardelijke. 

 

Leven en sterfelijkheid

De mystiek van de roos gaat ervan uit dat het leven bloeit omdat het bloeit, zonder waarom. Deze bloei wordt niet ondermijnd door onze sterfelijkheid. Het leven ontleent haar kostbaarheid aan haar vergankelijke schoonheid, aan haar vluchtige moment in de zon. Religie praat te veel over het leven als een periode om daarmee de eeuwigheid te winnen. De werkelijke betekenis van 'eeuwigheid' is poëtisch en niet metafysisch. Leven is leven en dood inéén. Leven zonder waarom heeft niets te maken met tijdloosheid van de eeuwigheid, maar met momenten waarop de tijd even stilstaat. Dit soort momenten belichamen een andere manier van zijn in deze wereld, van een ander leven binnen dit leven. 

 

De glimlach en de roos

De glimlach is de roos van de wereld. De glimlach is een stille bevestiging van het leven, een milde kracht, sterk genoeg om het leven te verdragen en hoop te geven. Glimlachen betekent 'ja' zeggen tegen het leven. Religieus worden is een kwestie van leren glimlachen. Die glimlach geeft ons een reden tot hoop. Dat betekent dat hoop weet hoe je moet lachen door je tranen heen.  Alleen in een niet-menselijke toestand is religie helemaal verdwenen, daar waar niemand meer is om te glimlachen.