Afscheidsbijeenkomst

Kerkgezang leid 283:

sound byJbgmusic

 

 

dr. Leertouwer op de preekstoel

 

Dhr Eegdeman spreekt de bezoekers toe, bij de volle kerkzaal
 

 

mw Zock, Mw Driessen en mw Dahmen delen op humoristische wijze hun ervaring bij de gemeente als predikant.

 

mw Kooijman pastoraal werker, spreekt een slotwoord

 

 

Martijn van Kogelenberg speelt en zingt Russisch lied

Monique van Schendelaar met pertner poseren na haar muzikale optreden

VVP-Hoekje

Onderonsje met mw Snieder

Echtpaar Nielen en mw De Boer aan de lunch

Leden van de DoRe-gemeente

 

Dhr Vos begeleidt bij Vaya con Dios

Mw Driessen deelt Merci uit

 

Afscheid maar met een presentje

Afscheid van predikant, Dorpscentrum en VVP

 

Preek van dr. Leertouwer

 “ Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.” (Lucas 9:62)

 

Gemeente;

 

Aan het begin van deze dienst werd de vierde adventskaars aangestoken. Vier flakkerende vlammetjes. Je blaast ze in één adem uit. Maar tegelijkertijd het hoogtepunt van verwachting. Wij stemmen af op Gods geheime zender en horen het ongelofelijke: “ Hallo daar! In Jeruzalem, in Aleppo en in Oegstgeest. Als je geen veilige plek hebt om je hoofd neer te leggen, als je je dood-alleen voelt, omdat dat niemand naar je omkijkt, als de toekomst je niets anders belooft dan meer van hetzelfde – open je ogen en zie, hoe licht het om je heen wordt. Je God komt naar je toe en hij zal je dragen en kracht geven, totdat oorlog, eenzaamheid, vernedering en verdriet voorgoed verleden tijd zijn geworden”.

 

Maar deze dienst is ook een afscheid. Net als elke andere kerkelijke gemeenschap gaf de VVP haar leden en vrienden een dak boven ons hoofd, een plek om samen met anderen geloof te oefenen. Om naar elkaar om te zien, te zingen en te bidden. Sommige activiteiten gaan door, maar volgende Zondag, als we na de Kerstdienst de Paaskaars naar buiten dragen, zal deze ruimte van karakter veranderen. Ze wordt een vergaderzaal, niet langer de plek van “breken en delen, zijn wat niet kan, doen wat ondenkbaar is, dood en verrijzenis”.

 

Wij zijn nuchtere mensen. Het verlies is onvermijdelijk, omdat zo veel van onze leden  en vrienden bejaard tot hoogbejaard zijn geworden. De spirit is er nog, maar de  energie om week in, week uit al die organisatorische klussen op te knappen, schiet te kort. Zo veranderen we van een gemeenschap van doeners in een gezelschap van consumenten. Dan is het beter om niet te wachten, totdat het laatste lid, dat nog goed ter been is, de deur op slot doet en de sleutels gaat inleveren. Bovendien, met de opheffing verdwijnt God niet uit Jorwerd. Veel kerkdeuren in onze naaste omgeving staan open om ons gastvrij te ontvangen en wie zich daarvoor wil inspannen, is weldra geen gast meer, maar een volwaardig lid van de gemeenschap – zo zit een kerk nu eenmaal in elkaar. Want de kerk is geen club van gelijkgezinden, maar een herberg zonder stamgasten, waar iedereen, die op adem wil komen, welkom is. En toch: het doet zeer, het afscheid dat we vandaag vieren.

 

De twee thema’s van deze morgen – verwachting en afscheid - staan dus op gespannen voet met elkaar. Die spanning mogen we niet wegmoffelen, want dan raken we de betekenis van allebei kwijt. Met het oog daarop zijn de schriftlezingen gekozen. Het verhaal van Abraham, die moest leren, dat wij mensen geen blijvers op hun geboorteplek, maar migranten zijn en dat er geen verwachting is zonder afscheid. En het verhaal van Jezus, die volgens Lucas vastberaden op weg ging naar Jeruzalem, ook al wist hij of kon hij minstens vermoeden, wat hem daar wachtte. Die vastberadenheid eiste hij ook van die met hem mee gingen, want daarzonder zouden ze als het moeilijk werd afhaken, uit de koers raken en verdwalen. Zelfs familieverplichtingen, hoe heilig ook, moesten daarvoor wijken. Daarom eindigt dit verhaal met een hard woord: “wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God”.

 

Wat kan die tekst voor ons betekenen ? Om het antwoord op die vraag te vinden, doen we er goed aan eerst twee kanttekeningen te maken. Ten eerste: ze was niet allereerst bestemd door de leerlingen van Jezus, maar voor buitenstaanders,die nog twijfelden of ze hem zouden volgen. In die tijd zuchtte Israël onder de  Romeinse bezetting , er heerste torenhoge geldontwaarding en meer dan 70% van de jonge mannen was werkeloos. Instabiliteit noemen we dat tegenwoordig, de bron van wanhoop, woede en blind geloof in praatjesmakers, die zeggen te weten hoe je de ellende in één keer kunt oplossen. Overal in het land zwierven groepjes hippies rond, die hun thuisbasis hadden verlaten en van de hand in de tand leefden, geleid door een profeet. Geen wonder, dat de mensen hun deur op slot deden, als zo’n groep bedelaars en profiteurs bed, bad en brood van ze wilden. En ook geen wonder, dat ze niet meteen het verschil doorhadden tussen Jezus en al die andere profeten: dat hij geen gemakkelijke oplossing bij de hand had en geen zekerheid aanbood. Integendeel zelfs: wie hem wilde volgen moest afscheid kunnen nemen van alles wat vertrouwd was en zeker leek. En dan strijd leveren met jezelf en met de pikdonkere wereld om je heen, om je paspoort voor een lichtende toekomst niet kwijt te raken. Wie leeft zoals wij in een wereld vol verplichtingen krijgt de waarschuwing, dat het aanvragen van zo’n paspoort geen impulsieve opwelling kan zijn, want alles wordt anders.

 

Tweede kanttekening. Deze tekst is geen verbod op gedenken, op omzien in verwondering. Jezus was een Jood, dus gehoorzaamde hij het gebod om de sabbat te gedenken, een rustdag te nemen om te gedenken waar je met je geloof en jezelf aan toe bent, ook al schafte hij de regeltjesdwang af, die dat gedenken had overwoekerd. Hij vierde de Grote Verzoendag, dat prachtige ritueel, waarmee een mens stilstaat bij zijn falen, om vergeving te krijgen, zodat zijn te grote woorden en miskleunen geen blok aan zijn been worden, waardoor hij niet verder kan. Gedenken om weer te beseffen, dat ons bestaan niet berust op de optelsom van onze prestaties en mislukkingen, maar op Gods geduld met ons. Er is niet alleen niets mis met gedenken, ook als dat pijn doet, maar het is nodig om te weten waar je staat en wat je volgende stap op de levensreis kan en moet zijn.

 

U hebt vast die brillenreclame wel gezien, over de man, die rechte lijnen moest trekken op een voetbalveld, maar slechte ogen had, daarom voortdurend achteromkeek en er zo een potje van maakte. De vergelijking met onze tekst ligt voor hand. Is de boodschap dan “Was nou maar naar Jezus gegaan”?

 

Dat lijkt mij te plat en te kort door de bocht. Want zo neem je de spanning uit ons dubbelthema weg. Het Evangelie is geen reclameboodschap, zo van “zet het juiste brilletje je op en dan komt alles goed”. En toch brengt die misplaatste vergelijking ons op het spoor van een kwestie, die opgepakt moet worden, als we deze tekst in 2016 hardop lezen. Die kwestie is: Waar halen wij het recht en dus het lef vandaan, om gehoor te vragen voor deze oude boodschap in een wereld, waar de grote verhalen afgedaan hebben en de heersende gedachte is, dat iedereen maar op zijn eigen manier zalig moet worden?  

 

Er wordt veel geklaagd over dat individualisme. Terecht, want het doet een aanslag op solidariteit en daar kan een samenleving niet zonder. Maar wij protestanten, vrijzinnig of niet, zijn deel van een beweging, die het individu opnieuw uitvond en de vrijheid liefheeft om zelf te beslissen over wat je kunt geloven. Wij willen, misschien met vrees en beven maar toch, zelf recht voor God staan en verdragen niet, dat welke gezagsdrager dan ook, van de kerk of van de staat, zich daartussen wringt. Daarom dopen wij onze kinderen, niet om ze onder het gezag te plaatsen van hun ouders of van de kerkelijke gemeenschap, maar om te laten zien, dat ze niet van ons zijn, maar van God, hun en onze Bevrijder. Daarom bezegelen wij onze trouwbelofte aan elkaar door er Gods zegen over te vragen, misschien wel juist omdat we de echtscheidingspercentages kennen en weten, hoe gemakkelijk die trouw breekt als mensen op hun eigen strepen gaan staan. En daarom bidden wij niet voor onze doden, want als die ons ontvallen, vallen ze niet in de lege duisternis, maar in de handen van een God, die niet laat varen het werk, dat hij aan ons begon. 

Het gaat er dus niet om, dat wij ons recht op zelfbeschikking prijsgeven aan wat de meerderheid ons wil opleggen. Wat het Evangelie ons voorlegt is een andere kijk op onszelf. Niemand leeft op een eiland. Het zoogdier homo sapiens wordt pas mens door de wisselwerking met anderen, door hun liefde, hun kritiek, door wat ze van jou verlangen en verwachten. Toen mijn vader stierf, vatte een In Memoriam in het Groninger Kerkblad zijn geloof samen in één kort zinnetje: “wij vallen alleen, maar we worden samen gered”. Beter kan ik het niet zeggen. 

 

Want deze belijdenis dwingt niet, zij  argumenteert niet, ze  pretendeert niets. Ze zegt alleen maar: dit was het fundament van mijn bestaan. Omdat het voor mij een leven lang betrouwbaar bleek, geef ik het aan je door. Dat durf ik, dat wil ik doen omdat het niet mijn bedenksel is. Het komt uit een traditie, die ontelbaar veel mensen kracht heeft gegeven om zich niet gewonnen te geven aan de waan en de verwarring van de dag. Doe ermee wat je wilt, maar zeg niet: dat zoek ik zelf wel uit. Want de grond vinden, waarop wij samen kunnen leven, dat lukt niet in isolement. Daarvoor hebben we elkaar nodig.

 

Lucas vertelt, hoe Jezus bodes vooruitstuurde naar een Samaritaans dorp om te vragen, of ze welkom waren. “Jullie zijn op weg naar Jeruzalem en daar hebben wij de pest aan, dus Nee” zeiden ze in dat dorp. De leerlingen waren vol van hun eigen waarheid en dus wilden ze dat dorp en alle leven daarin aan het vuur prijsgeven. Jezus wees ze streng terecht en ze gingen naar een ander dorp. Hij respecteerde de vrijheid van de dorpelingen, maar hij hield niet op zijn boodschap uit te dragen. 

 

Ik denk, dat de VVP meer dan een eeuw lang heeft geprobeerd dit voorbeeld te volgen. Ze eiste vrijheid op, maar ze gunde die ook aan de anderen. Nu verdwijnt de organisatie, maar die geest blijft leven en wordt uitgedragen, waar we ook naartoe gaan om een nieuw dak boven ons hoofd te zoeken. Wij kijken vandaag terug in gemis en dankbaarheid, maar we gaan wel verder met de hand aan de ploeg en kijken dus vooruit.

 

En zo blijft de spanning tussen afscheid en verwachting bestaan. Die spanning zit veel dieper dan de toevallige aanleiding, de opheffing van een vereniging, doet vermoeden. Je kunt niet leven in het verleden, maar evenmin alleen in toekomstdromen. 

 

Ik wens u en mijzelf een spannend nieuw jaar toe. In verwarring, gemis en onzekerheid misschien. Maar gedragen door wat ons diepste verlangen is:

Dat wij mogen leven als mensen, die geschikt zijn voor het koninkrijk van God.

AMEN

 

 

Terugblik en Vooruitblik

De afscheidsdienst op 18 december werd geleid door dr. L. Leertouwer en had als thema ‘Verwachting en Afscheid’. De tekst voor de prediking was: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God’( Lucas 9:62). 4e Advent was een scharniermoment tussen afscheid nemen én verwachting van wat komen gaat. Het is goed achterom te kijken en te benoemen dat afscheid gepaard gaat met gevoelens van verdriet, pijn en gemis. Alleen dan kan ruimte ontstaan voor iets nieuws. Het is van belang dat we niet blijven omkijken waardoor we onszelf vastzetten. Leven betekent veranderen, verwachtend uitzien naar het nieuwe dat komt. Wat ons in elk geval verbindt, is dat wij allen mensen onderweg zijn, pelgrims.

 

Geloofsgemeenschap

De hoop werd uitgesproken dat we ons weer kunnen verbinden met nieuwe mensen in andere geloofsgemeenschappen. Dat ook zij oog en oor voor ons zullen hebben zodat we ons welkom weten en ons elders thuis  gaan voelen. Het was hartverwarmend met zo velen samen te zijn en ons omringd te weten met mensen die de leden en vrienden van de VVP een warm hart toe dragen.

Tijdens de lunch is een aantal korte toespraken gehouden door verschillende predikanten met als thema wat de VVP voor hen persoonlijk heeft betekent. Samen eten, vieren en delen bleek daar een rode draad in te zijn. Tot slot heeft de pastoraal werker die de afgelopen 2 jaar het proces naar opheffing heeft begeleid haar kijk op die periode gegeven en een blik op de toekomst gericht. Zij noemde de veerkracht binnen de gemeenschap gedurende het proces en sprak haar dankbaarheid uit voor het in haar gestelde vertrouwen. Haar eerste aandacht blijft de pastorale zorg voor de voormalige leden en vrienden.

Gerrie Kooijman