Religie en dialoog in het landschap van fragmentatie

Dualisme (‘het Wij-Zij denken’) is nog altijd springlevend. Volgens de Franse antropoloog/filosoof Claude Levi Strauss zit het dualisme in de structuur/natuur van ons denken ingesloten (Noord-Zuid; Oost-West; licht-donker; voor-achter; Westerling-Oosterling; Noorderling-Zuiderling; Europeaan-niet Europeaan, Oegstgeestenaar- niet Oegstgeestenaar, familie – geen familie, etc.) Het heeft niet zelden een religieuze taal en leidt tot terreur, wreedheid, burgeroorlog, en chaos op een steeds grotere schaal. We verdelen de wereld in kinderen van het licht en kinderen van het duister. De Ander wordt ontmenselijkt en gedemoniseerd. We beschouwen ons zelf als slachtoffer en we bedrijven “altruïstisch kwaad’ (= kwaad dat wordt bedreven voor een heilig doel, uit naam van hooggestemde idealen, Jonathan Sacks, p.18). Grenzen in Europa gaan dicht, muren worden opgetrokken in Israël en de Verenigde Staten. De vreemdeling wordt steeds meer gezien als een potentiële dreiging. In het publieke debat worden migranten tegenover ‘de‘ Nederlanders gezet, niet-Westerlingen tegenover Westerlingen, minderheden tegenover meerderheden. In het debat over religie tegenover de seculiere samenleving ligt de focus vaak op de Islam als een externe kracht die de seculiere orde bedreigt. De relatie tussen beiden is ambivalent en vaak ongemakkelijk. Bij de Franse socioloog Emile Durkheim (1858-1917) was de rol van religie er nog één van het bevorderen van sociale cohesie: de boel bij elkaar houden. We hadden een gemeenschappelijke achtergrond en geschiedenis en een gedeeld narratief. Dat werd versterkt door “nation-building”, de opkomst van de natie staten: wij Nederlanders, etc. Nu hebben we vaak geen gemeenschappelijke achtergrond, geschiedenis en gedeeld narratief meer. Nu ligt de uitdaging erin om onze loyaliteiten te verbinden aan diverse achtergronden, geschiedenissen en narratieven. Dat dit een uitdaging is bewijst het CBS onderzoek Belevingen van 2016. 

CBS onderzoek Belevingen 2016

Acht op de tien Nederlanders vinden dat er (heel) veel spanningen in de samenleving zijn tussen bevolkingsgroepen, zoals tussen mensen met en zonder migratieachtergrond of tussen mensen van verschillende religies. Minder dan de helft van hen ervaart die spanningen ook zelf in hun directe omgeving. Op andere vlakken is dat minder. Zo geven vier op de tien aan dat ze tegenstellingen zien tussen arm en rijk, een kwart ziet spanningen tussen laag- en hoogopgeleiden en minder dan twee op de tien zien spanningen tussen jongeren en ouderen.

Spanningen vaak niet zelf in directe omgeving ervaren.

Terwijl 82 procent van de bevolking (heel) veel spanningen tussen groepen in de samenleving waarneemt, heeft minder dan de helft (46 procent) er zelf geen ervaring mee in hun eigen directe omgeving. Van degenen die zeiden dat er (heel) veel spanningen zijn tussen mensen met en zonder migratieachtergrond, had maar een kwart die spanningen zelf ervaren. Bij de spanning tussen religieuze groepen was dat 22 procent, en bij de andere tegenstellingen lag dat tussen 10 en 15 procent. 

Wie en wat hij of zij bedreigt, hangt af van de specifieke tijd en plaats. In geval van immigranten en asielzoekers is het vaak niet meer dan ons vertrouwde gevoel, de gezichten, stemmen en geuren die we herkennen en waardoor we ons thuis voelen. Soms is het onze broodwinning, onze woning of woonplaats of wijk, in extreme gevallen ons leven.

In een opiniestuk in NRC van 10 & 11 juni 2017 schreef Wouter Beekers (directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de Christen-Unie) dat als een gezin de deur voor iedereen openzet, het gezin ophoudt een gezin te zijn. En daarmee ook uiteindelijk zijn capaciteit om gastvrij te zijn. Zo heeft ook een land dat gastvrijheid wil tonen grenzen nodig. Grenzeloosheid vernietigt het vermogen van een land om gastvrijheid te tonen in de toekomst. Voor gastvrijheid zijn grenzen dus cruciaal. Wie erkent dat gastvrijheid grenzen kent, weet ook dat die grenzen ons nooit ontslaan van het betrachten van gerechtigheid: van een echte bijdrage aan de opvang van vluchtelingen wereldwijd, van het zoeken naar recht in internationale politiek en handelsverhoudingen. 

Maar grenzen trekken is ook vaak een reden van oorlog geweest. Oorlogen vinden vaak plaats om en rond allerlei soorten van grenzen (geografisch, sociaal, cultureel, religieus, etnisch, etc.). Wat betekent grenzen overgaan en tot echte dialoog komen in een wereld van toenemende fragmentatie en spanningen? Is er nog ruimte voor dialoog?

Maatschappelijke fragmentatie vindt plaats langs verschillende lijnen

Allereerst zien we dat externe bedreigingen de interne cohesie versterken. Het discourse over identiteit (wat is een Nederlander?) versterkt het ‘Wij-Zij’ denken. Mensen voelen in toenemende mate dat de dreiging bij de Ander ligt en de veiligheid bij de eigen groep.

De tweede ontwikkeling komt hier uit voort. Een sterkere interne cohesie vermindert over het algemeen de contacten met degenen die buiten onze eigen identiteitsgroep staan. Het vermeerdert de interne druk om te komen tot een duidelijk vanzelfsprekend narratief van wie wij zijn, wie zij zijn, en wat de oorzaak is van de dreiging van ons welzijn en welbevinden. Eigenlijk komt het erop neer dat we meer met gelijkgezinden optrekken en degenen die het met ons eens zijn dan met de ander die buiten onze groep staat. Er is ook minder ruimte om binnen onze eigen groep verschillende meningen te ventileren over de complexe werkelijkheid rondom ons. 

Een derde ontwikkeling is dat naarmate tegenstelingen zich scherper uitkristalliseren er extremere gezichtspunten en leiders opgang doen en extremisten aan beide kanten winnen. Er wordt gemobiliseerd rond het creëren van angst waarbij de Ander wordt gedemoniseerd. Het gevolg is dat wij ons nog sterker terugtrekken in onze eigen groep en ons afzetten tegen die Ander of hun invloed en macht willen controleren.

Het dualisme in de Hebreeuwse Bijbel: de Broedertwist

“Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen” (Gen. 25:23). Dit is wat Rebekka te horen kreeg toen ze pijn voelde in haar buik. 

In een rabbijnse interpretatie van het verhaal in Genesis lijkt er een verwijzing te zijn naar het territoriale conflict tussen Edomieten/Esau en Israël/Jacob. De Edomieten de vijand van Israel en verantwoordelijk voor de vernietiging van de eerste tempel. In een latere interpretatie/verklaring wordt Esau geïdentificeerd met Rome verantwoordelijk voor de vernietiging van de tweede tempel. Esau is hier het kwaad, de vijand is het volk van de Edomieten en dat van de Romeinen. De Romeinen worden later geïdentificeerd met het christendom (onder keizer Constantijn). Er vindt een verschuiving plaats van een territoriale strijd naar een ‘clash of civilizations/religions’ (Jodendom versus Christendom). De Joden zijn onderdrukt door Esau, Edom en Rome. Op het eind der tijden zal onthuld worden wie de gezegende/de uitverkoren is. Deze interpretatie lijkt weinig ruimte te geven aan dialoog en verzoening. In deze interpretatie is de kus van Esau namelijk een beet. (Psalm 3). Esau is niet te vertrouwen en zonder vertrouwen is er geen dialoog. Ieder gaat zijn eigen weg. Er is nog een lange weg te gaan. Ik kom hier zo op terug. 

( N.B. Samuel Huntington schreef in 1993 zijn Clash of Civlisations in reactie op Francis Fukuyama’s ‘The End of History’. Huntington’s artikel over de nieuwe tegenstelling tussen het Westen en de Islam is van grote invloed op het beleid na de Koude Oorlog geweest. Ook dit heeft het ‘Wij-Zij’ denken versterkt. Eerst een ideologische strijd het Westen (Kapitalisme/liberalisme) tegen het communisme en na 1989 de Joods/Christelijke cultuur tegen de Islam. Dit is ook te reductionistisch/simpel gedacht.)

De boodschap lijkt duidelijk. De kinderen van Rebecca strijden niet enkel in de baarmoeder. Ze zijn ertoe voorbestemd dit voor altijd te blijven doen. De relatie tussen de broers lijkt in het teken van strijd en conflict te staan. De één kan alleen maar overwinnen door de ander te knechten. De oudste zal de jongste dienen.

Zo is de geschiedenis van de relatie tussen het judaïsme, het christendom en de islam ook verlopen zegt rabbi Jonathan Sacks (p.122). De jongste geloofde de oudste te hebben overwonnen. Zo verhield het christendom zich tot het judaïsme. Zo verhield de islam zich tot beiden. Elk van hen beschouwt zichzelf als de erfgenaam van het verbond met Abraham. Onderlinge strijd is onvermijdelijk. Het verklaart waarom de drie Abrahamitische geloven zich van tijd tot tijd zo bedreigd hebben gevoeld door de andere. We gaan hier gemakshalve maar even voorbij aan de intra-religieuze spanningen en conflicten binnen het Christendom/Islam, etc. 

Groepen waarop we onze identiteit (Wij-Zij) baseren botsen. Ze strijden om dezelfde middelen: voedsel, territorium, andere schaarse goederen. De ene stam/groep/religie vecht tegen de andere stam/groep/religie. (Cf. René Girard het mimetische verlangen – kinderen die vechten om hetzelfde speelgoed om iets onschuldigs te noemen.) 

Het blijkt echter dat de spanning al aanwezig was vanaf het eerste begin, lang voordat er sprake was van het christendom of de islam. De kernverhalen staan in het boek Genesis. Daar is het drama van de keuze begonnen: Isaak maar niet Ismaël, Jacob maar niet Esau. De broedertwist is het overheersende thema van het boek Genesis. De eerste religieuze daad, de offers van Kaïn en Abel aan God, leidde direct tot de eerste moord. God lijkt zijn lievelingen te hebben. De broedertwist als de meest primaire vorm van geweld. Kan het zo zijn dat God die de mens naar Zijn beeld heeft gemaakt wel van mij houdt, en niet van u? Of wel van u, maar niet van mij?

Hoe de heilige teksten te lezen? 

Heilige Teksten: the ambiguity of the sacred 

Laten we eens kijken wat er in deze context gebeurt met het gebruik van de heilige teksten. Teksten in de heilige schriften kunnen gevonden en gebruikt worden om zowel de exclusieve benadering en het gebruik van geweld tegen de Ander te rechtvaardigen als de inclusieve benadering en het accepteren en zorg dragen voor die Ander. Scott Appleby noemt dit de ‘ambiguity of the sacred’. De vraag is nu welk van deze keuzes mobiliseren wij? Veel van waar de exclusieve benadering voor staat mobiliseert zich rond de behoefte aan ‘vijand’ denken en de behoefte aan bescherming van de waarden en goederen van de eigen groep.

Voorbeeld uit het boek Samuel (1 Samuel 15: 3) van oorlogszuchtige taal: 

de Israëlieten krijgen de opdracht om er voor te zorgen dat niets op aarde  nog aan het volk van Amalek herinnert. De opdracht was duidelijk: alles vernietigen. Dood alles en iedereen. 

Nadien werd Amalek binnen het Judaïsme niet meer dan een symbool voor ongegrond geweld, een metafoor, geen werkelijk volk. Ook is er de interpretatie dat het gaat om het vernietigen van de cultuur van de Amalekieten, de veelgoderij, het bezit en de macht als centrale waarden tegenover het monotheïsme, het niet-bezitten, en kwetsbaarheid (van het leven).

Voorbeeld uit de Koran (Sura 9, vers 5) het zgn. zwaard vers (veel gebruikt door ISIS en Wilders):

Bevecht en dood de heidenen waar en wanneer je hen tegenkomt.

Voorbeeld van vredelievende taal: 

Wanneer je ziet dat de ezel van iemand met wie je in onmin leeft onder zijn last bezwijkt, mag je niet werkeloos toezien maar moet je hem meteen de helpende hand bieden. (Exod. 23:5)

Achter deze wet ligt een eenvoudig idee: je vijand is ook een mens. Hier zien we al dat de humanisering van de Ander zijn intrede doet. Hier zien we een verbeelding/creativiteit die over grenzen heen gaat of wat ik noem een beroep op de verbeelding/de creatieve geest die uitgaat boven fragmentatie/verdeeldheid zonder toevlucht te nemen tot geweld.

Voorbeeld uit de Koran (Sura 60):

Behandel degenen die je niet bevechten vanwege je geloof en je niet van huis en haard verdrijven vriendelijk en rechtvaardig. Allah verbiedt je niet om vriendelijk en eerlijk te zijn voor degenen die je geloof niet hebben bevochten of je uit je huizen hebben verdreven. In feite houdt Allah van de eerlijke (mens).

Kunnen we de heilige teksten op een meer inclusieve manier lezen en zien als wegwijzers voor een wereld waarin zusters en broers met al hun verschillen en wanklanken eindelijk in vrede zullen kunnen samenleven? 

Jonathan Sacks - Het verhaal van Jakob en Esau: het toonbeeld van de plaatsvervanging en verzoening

Het verhaal mag als bekend worden verondersteld. De jongste zoon (Jakob) ontfutselt zowel het eerstgeboorterecht als de zegen van zijn vader Isaak aan zijn oudste broer Esau. Het eerste via linzensoep, het tweede via list en bedrog.

God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn. Volken zullen je dienen, naties zich voor je buigen. Je zult heer over je broers zijn en macht hebben over je moeders zonen (Gen.27:28-29) Deze zegen gaat over rijkdom en macht. 

Maar ook Esau krijgt onverwacht een zegen:

Ver van de vette grond zul je wonen, ver van de hemelse dauw. Je zult leven van je zwaard en dienstbaar zijn aan je broer. Maar heb je je eenmaal losgerukt, dan werp je zijn juk van je nek (Gen. 27:39-40). Als Jacob zich hardvochtig opstelt en zijn macht zal misbruiken, dan zal Esau in opstand komen.

Wanneer Jacob hoort dat Esau hem wil doden vlucht hij naar zijn oom Laban. Als Jakob naar zijn oom vertrekt ontvangt hij een tweede zegen van Isaak. Deze zegen gaat over nakomelingen/kinderen en land in bezit krijgen. Kinderen en het land zijn de verbondszegeningen door God aan Abraham beloofd. Deze zegen geeft Isaak aan Jakob in de wetenschap dat hij Jakob is. Rijkdom en macht hebben niets te maken met het verbond. Dat zijn natuurlijke zaken, geen geestelijke.

M.a.w. het bedrog was niet nodig geweest. De zegen die Jakob stal was nooit voor hem bedoeld geweest. Isaak had voor Jacob een andere zegen gereserveerd, die hij hem later ook gaf. Dat was de zegening die inhield dat hij het verbond met Abraham zou voortzetten. Om die zegen te kunnen ontvangen had Jakob geen vermomming nodig.

Verzoening is mogelijk

Na 20 jaar keert Jacob om naar zijn broer Esau en keert huiswaarts. Hier begint het verzoeningsproces. Jacob bang voor de wraak van Esau stuurt boden vooruit met grote geschenken in de vorm van vee. ’s Nachts en alleen worstelt Jakob met een onbekende. De onbekende zegent hem door een nieuwe naam te geven: Israël – je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen. Dit alles als voorspel op de ontmoeting tussen Jacob en Esau.

Bij de ontmoeting buigen Jacob en zijn gevolg voor Esau en noemt Esau ‘adonai’ (mijn heer) en zichzelf Esaus dienaar (eved). Hier betoont Jacob zelfvernedering of serviliteit. Dit alles in schril contrast met de verkregen (gestolen) zegen (je zult heer zijn over je broers en macht hebben over je moeders zonen).

Wat gebeurt hier?

De rollen zijn omgedraaid. 

Jakob geeft Esau de zegen van rijkdom en macht die hij had gestolen terug via het vee en de buigingen. Nu ook wordt de nachtelijke worsteling van Jakob duidelijk. Het was Jakobs strijd met de existentiële waarheid. Wie was hij? De man die ernaar verlangde Esau te zijn? Of de man die geroepen was tot een ander lot, een andere weg? We hebben niet de zegen nodig die voor anderen bedoeld is, maar alleen die voor onszelf. Jakob en Esau zijn dan ook ieder hun eigen weg gegaan. Het gezicht dat werkelijk het onze is, is het gezicht dat we zien als we in de spiegel van God kijken. Dat is de betekenis van de priesterzegen “moge de HEER u Zijn gelaat toewenden en u vrede geven (Num. 6:26). Vrede komt als we ons spiegelbeeld zien in het gelaat van God (de Ander) en we het verlangen om iemand anders zijn loslaten. De Ander is net als ik: de humanisering van de Ander wie hij/zij ook is. Ieder van ons heeft zijn/haar eigen zegen. God houdt van mij om wie ik, en alleen ik, ben.

Israël wordt geroepen tot een andere bestemming dan het streven naar rijkdom en macht. Zodra het daarnaar ging verlangen, zoals gebeurde in de dagen van Solomo, raakte het de weg kwijt. De macht of kracht ligt in de spirituele rijkdom die te maken heeft met de geest en het hart.

Niet minder interessant is de houding die de Bijbel aanneemt ten opzichte van Esau en zijn nakomelingen. Mozes gebiedt: “Edomieten (nakomelingen van Esau) moet u echter met respect behandelen, want dat zijn uw broeders”. (Deut. 2:4-5). De keuze voor Jakob betekent niet de afwijzing van Esau. Esau wordt niet uitverkozen, maar evenmin wordt hij afgewezen. Ook hij zal zijn zegen hebben, zijn erfenis, zijn land. Iedereen is kostbaar in Gods ogen.

Wie is wie in dit verhaal?

Het verhaal is een ‘construct’: Jacob-Esau-synagoge-kerk-Rome-Judaïsme-Christendom, etc. Palestijnse christenen zeggen wij zijn hier net als Esau in het land blijven wonen, maar hebben wel het land verloren. Er wordt vaak gesproken over de theologie van het land, maar is er ook een theologie van de mensen wonend in het land? Wat is er ‘heilig’ aan ‘the holy land’? Mensen of stenen? Zetten we mensen op het spel voor stenen (synagoge, kerk, moskee)? De prijs lijkt enorm te zijn. 

Het verhaal van Csanad Szegedi

Jobbik, ook wel bekend als de ‘Beweging voor een beter Hongarije’ is een ultranationalistische Hongaarse politieke partij die omschreven is als fascistisch, neonazistisch, racistisch en antisemitisch. Jobbik heeft de joden ervan beschuldigd deel uit te maken van ‘een complot van westerse economische belangen’ dat tracht de wereldheerschappij over te nemen – het sprookje dat ook wel bekend staat als De protocollen van de wijzen van Zion. Bij de Hongaarse parlementsverkiezingen in april 2014 haalde de partij 20% van de stemmen binnen, waarmee het de op twee na grootste partij werd.

Tot 2012 werd de partij onder meer geleid door een politicus van tegen de dertig. Csanad Szegedi was een rijzende ster binnen de beweging en werd alom gezien als de toekomstige leider. Tot op een dag in 2012. Dat was de dag waarop Szegedi erachter kwam dat hij Joods was.

Enkele leden ontdekten dat zijn grootmoeder en grootvader aan moederszijde Joodse overlevenden van Auschwitz waren. De helft van Szegedi’s familie was gedurende de Holocaust vermoord.

Na de waarheid over zijn afkomst vernomen te hebben, besloot Szegedi zich terug te trekken uit de partij en zich te verdiepen in het judaïsme. Aanvankelijk reageerden de mensen geschokt. Sommigen behandelden hem als ‘een melaatse’, maar hij hield vol. Inmiddels bezoekt hij de synagoge, houdt hij zich aan de sabbat, heeft hij Hebreeuws geleerd, noemt zichzelf Dovid en heeft hij zich in 2013 laten besnijden.

Naarmate het besef dat hij Joods was zijn leven begon te veranderen, transformeerde het ook zijn begrip van de wereld. Tegenwoordig, zo stelt hij, is het zijn doel als politicus op te komen voor mensenrechten voor iedereen. ‘Ik ben me bewust van mijn verantwoordelijkheid en ik weet dat ik in de toekomst nog iets recht te zetten heb’.

Wat heeft hier plaats gevonden?

Het groepsdenken als overlevingsstrategie heeft een dualisme gecreëerd: Door het ontstaan van “WIJ” ontstaat er ook een “ZIJ”, de mensen die anders zijn dan wij en vaak ook “minder”. Naarmate de “WIJ” groep zich van buiten bedreigd voelt, des te sterker de interne cohesie. Hier ontstaat een vorm van populisme. Zelfs de meest universalistische religies, gebaseerd op principes van liefde en compassie, zijn er ooit toe in staat geweest en zijn er nog toe in staat om hen die buiten het geloof staan te zien als de satan, de ongelovige, de antichrist, de kinderen van het duister, de niet-verlosten.

In sommige tijden is er maar één ding in staat om het dualisme en de tweedeling van de wereld het hoofd te bieden en dat is rolomkering. Om genezen te worden van potentieel geweld jegens de Ander, moet ik me kunnen indenken hoe het is om die Ander te zijn.

Mozes leidt het volk uit Egypte op weg naar het Beloofde Land. De verwachting is dat het volk daar een thuis zal vinden en het land zal bezitten. Deze verwachting wordt echter in Leviticus 25:23 op zijn kop gezet: ‘het land behoort mij toe en jullie zijn slechts vreemdelingen die bij mij te gast zijn’. Het volk van het verbond zal in eigen huis een vreemdeling zijn, zodat ze in staat zullen zijn om vreemdelingen zich thuis te laten voelen. De beste manier om vijandschap tegenover vreemdelingen te genezen is, onthouden dat ook wij, vanuit het perspectief van iemand anders, vreemdelingen zijn. 

Het verhaal van de twee ‘natte pakken’: tegen grenzen oplopen

Wat mij hierin aanspreekt is het beeld van (kerk)gemeenschap op pelgrimstocht. We zijn onderweg en hebben geen vaste woon- of verblijfplaats. Zo kan ik mij identificeren met de twee ‘natte pakken’. Het verhaal van de twee mannen die de oorlog in hun land ontvlucht waren en elkaar onder weg waren tegengekomen als ‘pelgrims’ en vrienden waren geworden. Zij deelden eenzelfde situatie van vertrek en naar later bleek ook eenzelfde (noodlottige) bestemming! De twee mannen/vrienden waren onderweg en kwamen na lange omzwervingen aan bij het vluchtelingenkamp ‘De Jungle’ in Calais. In ‘De Jungle’ stond ook een eenvoudig kerkje van afval opgetrokken: kwetsbaar zoals het grote kruis boven op de bouwvallige kerk aanduidde. Het beeld van de diaspora als roeping komt hier sterk naar voren. Maar ook betrokkenheid op de ‘overkant’, een ‘nieuwe’ wereld, het ‘beloofde’ land. Die overkant zijn wij in de ogen van die twee mannen. De overkant is het ‘beloofde’ land Europa in de ogen van de twee vrienden. Zij willen de grens over naar dat beloofde land. Ze zwemmen naar de overkant door het Kanaal naar het beloofde land. Ze worden dood aangetroffen: één als drenkeling op Texel, de ander op de kust van Noorwegen. 

Het verhaal van de dialoog in Mindanao: over grenzen heen gaan 

Dialoog (dia-logos) is een zaak van vooral samen op weg gaan – samen doen.

De afgelopen dertig jaar heb ik gewerkt in contexten in Azië met een toenemende fragmentatie/verdeeldheid langs etnische, religieuze en linguïstische lijnen. Laat mij aan de hand van een voorbeeld uit Mindanao een aantal lessen over ruimte scheppen voor dialoog en over grenzen heen gaan aangeven die ik van het werken met lokale gemeenschappen en organisaties in Mindanao heb geleerd.

Conflicten over toegang tot en eigendom van land tussen Moslims, Christenen, en Lumad (inheemse) bevolkingsgroepen liggen ten grondslag aan het conflict en geweld in Mindanao in het zuiden van de Filippijnen. Een lange geschiedenis van Christelijk settler kolonialisme en systematische land roof bracht de Moro Moslim bevolking in opstand tegen de Filippijnse regering. Het conflict in Mindanao illustreert het gevaar van een te simpel en reductionistisch verklarend raamwerk dat het belang van een historische analyse van de koloniale uitbuiting en hoe in dit geval Christenen hiermee verbonden zijn ontkent. De erfenis hiervan duurt nog altijd tot op de dag van vandaag voort in de huidige conflicten rond landrechten en landeigendom. Deze conflicten tussen moderne eigendomsrechten en traditionele concepten van landeigendom verscherpen de vrees en het vooroordeel onder de verschillende gemeenschappen en dragen bij aan sociale desintegratie en geweld. Daarom ook zijn conflicten rond land niet puur juridisch van aard, maar ook communaal en beladen met sociaal-culturele betekenissen en lopend langs etnisch-religieuze scheidslijnen. Daarom ook is een religieus-etnisch constructieve betrokkenheid een noodzakelijke (maar niet voldoende) voorwaarde voor het bouwen aan inclusieve sociale relaties en het verminderen van geweld.

Het 3B project: een alternatief voor geweld tussen personen, gemeenschappen, en (bestuurlijke) gemeentes 

“3B” methodology, or the process of binding, bonding, and bridging. (zie Putnam)

• Binding: Individual self-reflection and healing, zelf-transformatie

• Bonding: Reinforcing relationships within an identity-group, binnen de groep

• Bridging: Rebuilding relationships tussen identity groups

Het is een 3-stappen plan (A=applying) om tot verzoening te komen tussen bovengenoemde groepen in conflict met elkaar. 

Binding’ activiteiten richten zich op zelf-transformatie, incl. trauma healing en dialoog. 

Bonding’ activiteiten richten zich op het versterken van intra-groep relaties, er van uit gaande dat verbeterde intra-groep relaties bijdragen aan inter-groep activiteiten en dialoog en een klimaat scheppen voor het aangaan van onderhandelingen over landconflicten. Binnen dit kader worden traditionele en religieuze leiders getraind om als vredesfacilitatoren op te treden. Bonding activiteiten betreffen ook leiderschap van deze leiders in groepsvieringen en het analyseren en in kaart brengen van conflicten rond land.

Bridging’ activiteiten betreffen tenslotte het cultiveren van inter-groep vertrouwen en activiteiten, zoals inter-faith vieringen, gemeenschapsverzoeningsprojecten, gezamenlijke juridische landrechten trainingen en inter-groepsdialoog. Inter-identity of bridging activiteiten zoals inter-faith netwerken richten zich op mediatie/bemiddeling in landconflicten.

In feite gaat het hier niet om een religieus conflict, maar om een seculier (land) conflict. Maar een lange geschiedenis van elkaar stereotyperen (“othering” – het “Wij-Zij” denken) speelt hier ook een significante rol. Vandaar ook de focus op de belangrijke strategische rol van religieuze en traditionele culturele leiders om sociale cohesie en een vredes- en ontwikkelingsagenda te promoten. 

De resultaten van de 3B benadering, uitgevoerd in de jaren 2012 - 2015 door Catholic Relief Sevices (CRS) en de lokale partners in 20 wijken (barangays) in 4 gemeentes in Centraal Mindanao, zijn indrukwekkend. Deze resultaten omvatten het oplossen van 35 gevallen van land conflicten door traditionele en religieuze leiders in samenwerking met Lupong Tagapamayapa (LTs of dorp pacificatie comités), the mobilisatie van 143 traditionele en religieuze leiders als community peace facilitators betrokken bij het opzetten van 4 gemeentelijke interfaith netwerken, het uitvoeren van 379 ‘binding’ en ‘bonding’ activiteiten met 5,991 individuen, het uitvoeren van 18 community-based reconciliatie projecten, training van 293 dorpspacificatie comités van 20 wijken in peacebuilding en conflict mediatie, en de vorming van vier gemeentelijke inter-agency werkgroepen die de connectie tussen horizontaal community-based werk en verticaal policy support faciliteren. Dit suggereert een sterke relatie tussen community-based 3B activiteiten en het versterken van goed bestuur en het aanleren van democratische waarden en praktijken.

In Mindanao zien we dat religie instrumenteel gebruikt wordt in de vorm van religieuze leiders die niet alleen op basis van hun religieuze gezag en plaats een rol spelen bij het oplossen van land conflicten tussen de verschillende gemeenschappen, maar ook op basis van hun seculiere training en bekwaamheden in mediatie. We moeten religie niet apart zetten (reduceren tot oorzaak van conflict of bron van verzoening en vredeswerk), maar ‘mainstreamen’ in werken aan gerechtigheid, maatschappelijke cohesie, en ontwikkeling in brede zin. 

Bij het her-vertellen (interpreteren) van het verhaal van Jacob en Esau is de rol van religie meer verklarend dan instrumenteel bij het verbinden met de Joodse, Christelijke en Palestijns Christelijke nationale historiografie. 

Bij de verzoeningsprocessen in de Molukken na de gewelddadigheden tussen Christenen en Moslims begin 2000 werd gebruik gemaakt van het her-vertellen van de ontstaansgeschiedenis: in den beginne kwamen onze voorouders allemaal in hetzelfde bootje aan. Hiermee wordt het ‘Wij-Zij’ denken doorbroken. Het is belangrijk dat dit soort verhalen op scholen verteld worden om de kinderen en jongeren een ander raamwerk mee te geven.

Hoewel noodzakelijk is het niet genoeg. Het herinterpreteren van heilige teksten zal hun aantrekkingskracht op extremistische groepen niet verminderen. Daar is meer voor nodig. Economische, politieke, sociale, culturele grieven moeten tegelijkertijd geadresseerd worden. Dat laat de ervaring in Mindanao, de Molukken, en elders ook zien. 

De link tussen de 3Bs, de nadruk op de rol van lokale traditionele en religieuze leiders/leidsters, en ‘connector’ projecten (onderwijs voor kinderen, moeder en kind zorg, veilig en schoon drinkwater), dragen bij aan het doorbreken van de stereotypering van ‘de ander’ in de eigen lokale gemeenschappen. In de jaren 1980 hadden we in de slums in Kanpur (India) een drinkwater projectje waarvoor Hindu en Moslim slumbewoners gezamenlijk verantwoordelijk voor waren. Tijdens Hindu-Moslim spanningen in andere steden in India, bleef het in Kanpur (relatief) rustig. Grenzen worden doorbroken en overgegaan. 

Leren denken in onconventionele kaders in deze context: ‘the moral imagination’ (JPL)

• We hebben geen vijanden. We praten en onderhandelen met iedereen.

• We proberen hen te begrijpen die ons niet begrijpen

• We zullen sterven voordat wij zelf doden. 

Hoe zijn deze kernelementen van verbeeldingskracht over grenzen heen tot stand gekomen?

Ten eerste door de verbeeldingskracht van ‘het kleinkind’ ingang te laten vinden. Het simpele idee dat het welzijn van mijn kleinkind direct verbonden is met het welzijn van het kleinkind van de ander. Dit vereist dat we in staat zijn om over dualisme heen te springen en dat we in staat zijn een algemeen belang te definiëren dat staat voor een gedeelde humaniteit die over grenzen van identiteitsgebonden scheidslijnen heen gaat. Dit vereist ook het voeden van een gevoel van compassie, de eigenschap om het lijden van de Ander te zien en in te voelen en daardoor ook de Ander als mens als jezelf te zien.

Ten tweede vereist het een creativiteit van nieuwsgierigheid naar de Ander door in een duurzame, eerlijke en open conversatie met vriend en vijand te treden. We kunnen hierdoor over anderen leren, over onszelf en over de buitengewone gift van ons complex menselijk bestaan. Centraal bij dit alles staat het cultiveren van een houding van nederigheid dat ons plaats NAAST en NIET BOVEN de Ander. (Als lid van de Franciscaanse Beweging verwijs ik naar Franciscus van Assisi die zijn broeders als ‘minores’ uitzond. Zelfs niet NAAST, maar ONDER de Ander! Zending onder de Moslims: eerst dienen en dan het evangelie verkondigen. In 2019 800 jaar viering ontmoeting Franciscus met de Sultan van Egypte. Ten tijde van de kruistochten! Over risico nemen gesproken (martelaarschap?)!

Ten derde vereist het een houding dat het anders kan en anders moet en dat wij als creatieve mensen in staat zijn om oude en zich steeds weer repeterende patronen te doorbreken en nieuwe uitdagingen voor het tegengaan van sociale fragmentatie aan te gaan. Dit (geweld, wantrouwen, etc.) kan niet zo door blijven gaan.

Er moet ook de bereidheid zijn om enig risico te nemen. Het risico werkt beide kanten op: naar de andere groep die we vrezen en bedreigend vinden en naar onze eigen groep die niets ziet in het doorbreken van dit beeld. Het nemen van risico vereist moedig leiderschap aan alle kanten (Christenen, Moslims en Lumads).

Dit alles begint bij onszelf, bij ons thuis, in ons gezin, familie, buurt, dorp, gemeente. Het vraagt ook de capaciteit om een goed gesprek te voeren die oprechte belangstelling en nieuwsgierigheid naar de ander vertoont, met een open mind om te luisteren en te leren, en met een grondhouding van algemeen menselijke waardigheid.

En hiermee ben ik weer terug bij het begin van mijn verhaal, waar ik sprak over gedeelde narratieven en loyaliteiten aan verschillende narratieven. Nodig mensen/ de Ander uit om hun verhalen/narratieven te vertellen over wat hen bindt (‘sense of belonging’) aan de Nederlandse samenleving en hoe zij dit combineren met hun andere loyaliteiten aan wat hen nog meer bindt. Gebruik je verbeelding hoe het is om echt met elkaar samen te leven: om van uitsluiting in het verleden naar insluiting in de toekomst te komen. De echte ontmoeting met de Ander kan ook leiden tot het stellen van vragen aan je eigen positie en narratief en misschien is dat zo slecht nog niet. Je komt tot de ontdekking dat er niet één narratief is of dat een narratief op verschillende manieren verteld en gelezen kan worden zoals de verhalen in de Hebreeuwse Bijbel laten zien.

En tenslotte, en misschien wel het meest wezenlijke element: de erkenning dat wij allen geboren zijn als kwetsbare en breekbare mensen die behoefte hebben aan zorg, erkenning, acceptatie, en liefde. 

Jan Nielen

07-01-2018